Welkom op de website van Parochie Verband IJsselvallei
 
Epe Vaassen De Vecht Twello Bussloo Klarenbeek Loenen - Eerbeek Home
 
 


Ter bemoediging

Ter bemoediging in tijden van Corona
- overdenkingen vanuit het pastoraal team

terug naar boven

Laatste bemoedigingstekst
H. H. PETRUS EN PAULUS, APOSTELEN
pastor Hermens - 29 juni 2020

Matt. 16, 13-19
In die tijd toen Jezus in de streek van Caesaréa van Filippus gekomen was, Stelde hij zijn leerlingen deze vraag: ‘Wie is volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?’ Zij antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.’ ‘Maar gij - sprak hij tot hen - wie zegt gij dat Ik ben?’ Simon Petrus antwoordde: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ Jezus hernam: ‘Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen. En wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn.

H. H. Petrus en Paulus.
Op één dag, 29 juni, herdenkt de kerk, de marteldood van twee apostelen, Petrus en Paulus. Petrus en Paulus twee verschillende karakters. Twee mensen van vlees en bloed, twee mensen van geloof. Op hen bouwt God de kerk, een kerk van mensen, gebouwd op een stevig fundament; Gods Woord, Jezus de Christus.

Één in liefde en geloof.
Petrus, hij is visser en leeft met de natuur. Hij is ook impulsief en kent zijn vragen en twijfels, kent zelfs zijn angsten en geeft er soms ook aan toe, maar tenslotte is zijn geloof en zijn liefde voor Jezus sterker en dit geloof geeft hem de kracht, alles te doorstaan. Dat maakt hem tot steenrots voor de kerk. Paulus, hij is een intellectueel, een bekeerling. Hij is strijdbaar en hij is overtuigd van zijn gelijk. Daardoor maakt hij zijn fouten, maar ook voor hem geldt zijn geloof en zijn liefde voor Jezus is sterker dan alles. En dat maakt ondanks de verschillen en botsingen die Petrus en Paulus gekend hebben, dat deze twee, toch één waren. En ook al stierven zij niet op dezelfde dag, het geloof in Jezus Christus maakt hen een. Petrus is voorgegaan, Paulus is gevolgd. Petrus en Paulus zij dragen als het ware de waardevolle sleutels naar het geloof. Op deze apostelen, deze geloofsverkondigers, is de kerk van Jezus Christus gebouwd.

De kerk is daar, waar de Geest van Jezus voelbaar wordt.
De kerk is meer dan het kerkgebouw, meer dan een paus of bisschop, ook meer dan een plaatselijke gelovige gemeenschap. Onder de kerk moeten wij verstaan de gemeenschap van gelovigen die nu leven, die vroeger leefden, het geloof dat wij meegekregen hebben van onze vaders en moeders en onze voorouders. De kerk als geloofsgemeenschap van alle tijden door, die met elkaar de handen en voeten, ogen, oren en mond van Christus vormen. In die kerk leeft de Geest van Jezus. En daarmee hebben we iets heel kostbaars in handen. De apostelen ze zijn er mee begonnen om vanuit dat geloof te leven en ze hebben het verkondigd, in woord en daad. Want ze wisten, wat wij ook mogen weten; Gods liefde is heel concreet geworden, menselijk dicht nabijgekomen. Dat hebben de apostelen ervaren, in hoe Jezus omging met zieken en ze genas, met uitgestotenen en armen , hoe Hij ze weer hoop en moed gaf om door te gaan, ja zelfs de doden liet Hij opstaan. En ze hebben Gods liefde mogen ervaren in Jezus zelf, toen Hij weer opstond uit de dood en ze de opdracht gaf Verkondig Gods liefde, de blijde Boodschap en ik ben met jullie alle dagen, tot aan het einde van de wereld.
Petrus en later ook Paulus, hebben de vraag van Jezus beantwoord : wie zeggen jullie wie ik ben.

God zien in mensen.
Met Gods hulp zag Petrus en later ook Paulus ten volle Gods aanwezigheid in Jezus. Bij hen drong het besef door dat Gods liefde concreet is geworden, een gezicht heeft gekregen en dat wij allen, ook al is dat dan in beperkte mate, een glimp van God zichtbaar kunnen maken in onze handen en voeten. Dan verkondigen we van harte de Blijde boodschap in het voetspoor van de apostelen, en dat maakt ons tot Kerk van Jezus Christus.

Laatste stukje ter bemoediging.
Gedurende de Coronacrisis, hebben wij als pastoraalteam verschillende stukjes geschreven ter bemoediging. Nu de kerken weer langzaam open gaan, hopen we u weer te ontmoeten in een van de kerken van de Emmaüs of Franciscus en Claraparochie. We eindigen nu met het schrijven van stukjes ter bemoediging gedurende deze Coronacrisis. Wij wens u en uw dierbaren veel sterkte toe in deze moeilijke tijd.

terug naar boven



Woensdag 24 juni, Feest van de Heilige Johannes de Doper
Ter bemoediging in tijden van Corona
overdenkingen vanuit het pastoraal team – Wim Vroom


Ongetwijfeld bent u vandaag vrolijk uit bed gestapt. Want inderdaad: precies over een half jaar is het Kerstavond! Langzaamaan kunnen we ons op dat grote feest gaan voorbereiden.
In de Katholieke Kerk is 24 juni de feestdag van de heilige Johannes de Doper. En ook met die feestdag is iets aparts aan de hand. De kerkelijke kalender kent vele feestdagen van heiligen. De sterfdag van de heilige is altijd bepalend voor de datum waarop deze herdacht wordt. Immers: de sterfdag is de dag van de nieuwe geboorte en de thuiskomst bij God, zo geloven we. Dat is een feestje waard!
Bij Johannes de Doper is dat dus anders. Volgens de Bijbelse verhalen is hij, als achterneef van Jezus, een half jaar ouder dan Jezus (Lucas 1, 36). Waar Jezus’ geboorte gevierd wordt op de dag waarop de dagen weer gaan lengen – Hij is immers het Licht voor de wereld – daar weet Johannes zijn plek op de dag waarop de dagen helaas al weer korter gaan worden. Of, om het met Johannes’ eigen woorden te zeggen, verwijzend naar Jezus: ‘Hij moet groter worden en ik kleiner’ (Johannes 3, 30).
Die woorden tekenen Johannes. In zijn volwassen leven doopt hij mensen in de woestijn en roept hen op om hun leven te veranderen. Hij roept mensen op om de weg te effenen om zo mee te werken aan de komst van de Messias. Of, om het met zijn eigen woorden te zeggen: ‘Breng liever vruchten voort die nieuw leven waardig zijn’. Zijn oproep is even simpel als uiterst radicaal, zoals: ‘wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen’(Lucas 3, 8 en 11). Zo houdt Johannes zijn mensen een spiegel voor. En helaas zijn zijn vermaningen nog steeds hoogst actueel. Ze dagen ons uit om met vreugde en goede moed op weg te gaan naar Kerstmis, door onze wereld menselijker en duurzamer te maken. Gelukkig hebben we nog een half jaar!

terug naar boven

terug naar boven

Vrijdag 19 juni, Feest van het Heilig Hart van Jezus
Ter bemoediging in tijden van Corona
overdenkingen vanuit het pastoraal team – Ronald Dashorst

Matteüs 11, 25-30
Jezus nam het woord en sprak: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kleinen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren. Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

In onze huiskamer staat een oud en gehavend beeld dat ik als dierbare herinnering meegekregen heb uit het huis van mijn overleden ouders. Het beeld komt zelfs nog uit het huis van mijn grootouders. Zo gaat het beeld al generaties mee en krijgt een ereplaats in elk huis. Het is het beeld van het Heilig Hart van Jezus.

Als je goed rond kijkt ontdek je ze overal … de beelden, standbeelden en kleurrijke prenten van het H. Hart van Jezus. Soms staan ze in de huiskamer op de kast of hangen ze er tegen de muur. Sommige kerken hebben ze midden op het kerkplein staan, onder de toren of in de tuin. En vele kerken hebben wel een Heilig Hartbeeld staan tegen de muur of aan een pilaar.

Wat zegt zo’n beeld van Jezus die wijst naar het stralend hart in zijn borst en de andere hand vaak ten zegen houdt? De Bijbelse wortels van de Heilig Hartdevotie zijn te vinden in het Oude Testament waar de profeet Jesaja spreekt: “En gij zult vol vreugde water putten uit de bronnen van de redding.” (Jes. 12,3) Deze profetie wordt door Jezus bevestigd wanneer Jezus op de laatste dag van het loofhuttenfeest zegt: “Heeft iemand dorst, laat hij dan naar mij toekomen, en laat drinken wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.” (Joh. 7,37-38). Op Goede Vrijdag wordt het schriftwoord van Jezus vervuld. Het is dus uit het doorboorde hart van Jezus dat Hij ons Zijn redding schenkt.

De lezing van de Schrift, de meditaties en overpeinzingen, maakten van de doorboorde zijde en het doorboorde Heilig Hart een bron van mystieke ervaring. Deze ervaringen zouden in de late middeleeuwen bij een aantal mystici een hoogtepunt bereiken om daarna, vanaf de zeventiende eeuw, langzaam uitgroeien tot een openbare cultus binnen de Kerk. Bij deze mystici blijft de verering echter uitsluitend innerlijk en persoonlijk.

Aan het einde van de 19e en begin van de 20e eeuw kreeg de Heilig Hart verering nieuwe impulsen. Niet alleen door hernieuwde belangstelling van verschillende pausen maar ook door de katholieke sociale leer. Het Heilig Hart zou de sociale actie in het teken van naastenliefde moeten stimuleren.

Hoewel een feestdag voor het Heilig Hart al veel eerder werd verlangd, wordt een eerste Heilig Hart-liturgie pas in 1765 toegestaan. De volledige officiële goedkeuring werd in 1854 door paus Pius IX verleend, de derde vrijdag na Pinksteren werd hoogfeest van het Heilig Hart. In 1899 wijdt paus Leo XIII de wereld toe aan het Heilig Hart van Jezus.

In de verering van het Heilig Hart van Jezus krijgen zijn liefde en barmhartigheid een concrete gestalte. Jezus’ hart staat symbool voor al de liefde, al de compassie, die Christus voor ons heeft. Maar evenzeer voor al het lijden dat Hij hiervoor heeft moeten ondergaan. Daarom blijft de spiritualiteit van het Heilig Hart van Jezus nauw verbonden met het Heilig Kruis van Jezus.

Een passage uit het Evangelie volgens Johannes, waar Jezus’ zijde door een lans doorboord werd en waaruit bloed en water stroomden, speelt in deze mystieke verering een grote rol. Daarbij is het hart van de Gekruisigde doorboord en bron van de sacramenten en de Kerk geworden. In de kunst wordt de band tussen Hart en Kruis uitgedrukt door een bloedend hart, gekroond met een doornenkroon.
Liefde en Kruis. Dat is de boodschap voor ons vandaag. Dit Hart van Christus bevat een boodschap voor ons allen. Het spreekt ook tot de hedendaagse wereld. In een samenleving waarin wij afstand moeten houden van elkaar, waarin wij elkaar geen hand mogen geven, laat staan een knuffel of een ander fysiek gebaar van genegenheid. Een wereld waarin angst voor besmetting en economische belangen zwaarder wegen dan sociale en menselijke verlangens, dreigen wij onze kern te verliezen, de kern van onszelf. Door Zijn Hart aan ons te tonen herinnert Jezus ons boven alles dat Hij hier is, in het innerlijk van ieder persoon, waar de bestemming van ons ligt besloten. Hijzelf geeft ons leven in overvloed, Hij maakt het mogelijk om ons hart, die verhard kan zijn door angst, eenzaamheid, of door onverschilligheid en egoïsme, te openen voor een verhevener vorm van liefde. Het Hart van de Gekruisigde en Verrezen Christus is de onuitputtelijke bron van genade die iedere persoon altijd kan bereiken: liefde, waarheid, barmhartigheid.
Ik kijk naar het beeld in onze huiskamer dat staat op de kast. Mijn ogen ontmoeten de liefdevolle ogen van Jezus die mijn blik beantwoord. Het beeld is door de tand des tijds flink beschadigt, het toont mij de wonden in ons menselijk bestaan. Het beeld heeft zelfs geen handen, alsof Jezus wil zeggen: ‘Jullie moeten mijn handen zijn, jullie moeten mijn liefde tonen in wat je zegt en in wat je doet voor je naaste, wat je doet voor de ouderen, voor de armen en de vluchtelingen’. Wij worden door dit beeld er voortdurend aan herinnert om de opdracht van Jezus waar te maken; te doen zoals Hij heeft voorgedaan, om met zijn liefde de wereld mooier te maken, menselijker, door er van harte te zijn voor elkaar.

terug naar boven



4 Juni - Feest van Onze Heer Jezus Christus , Eeuwige Hogepriester: Sebastian Gnanapragasam

Het feest van Onze Heer Jezus Christus Eeuwige Hogepriester wordt gevierd op de donderdag na Pinksteren. Op dit feest zijn wij uitgenodigd om in de kerk het priesterschap van Christus te overwegen.

Wie is een priester?

Een priester is een tussenpersoon tussen God en mensen. Elke christen is geroepen om priester te zijn.

Priester in het oude testament

In het oude testament konden mensen niet zomaar contact met God hebben. Omdat God toch graag in contact wilde komen met mensen stelde God een soort tussenpersonen aan, de priesters. Een priester vertegenwoordigt God bij de mensen. En de mensen bij God. In het boek Genesis erkende Abraham Melchisedek als priester van God. Abraham ontving de zegen van Melchiesedek in ruil voor die zegen gaf hij een tiende van wat hij bezat aan Melchisedek.

In het boek Exodus laat God zien hoe mensen met hem om kunnen gaan. Hij stelt daarvoor priesters aan uit de stam van Levi. Aäron, de broer van Mozes, en zijn zonen worden de eerste priesters in dienst van God. Een belangrijk functie van de perister was het offeren van dieren namens het volk aan God. Die offers waren bedoelt om fouten goed te maken. Van de priesters werd er één uitgekozen als de Hogepriester en hij betrad één keer per jaar op de Verzoeningsdag het Heilige der Heiligen om het offerbloed op de Ark des Verbonds te sprenkelen. Door deze dagelijkse en jaarlijkse offers werden de zonden van de mensen tijdelijk bedekt, totdat de Messias kwam om hun zonden weg te nemen.

Jezus onze eeuwige Hogepriester

Het priesterschap van Christus, Middelaar van een nieuw verbond, is eeuwig, omdat Hij in eeuwigheid blijft.(Hebreeën 9,15)

Wanneer Jezus onze Hogepriester genoemd wordt, verwijst dat naar de voorafgaande priesterschappen. Anders dan de Levitische priesters, die voortdurend nieuwe offers moesten brengen, hoefde Jezus Zijn offer slechts één keer te brengen, waarmee Hij eeuwige verlossing verkreeg voor allen die door Hem tot God kwamen.

Een ander belangrijk punt ten aanzien van het priesterschap van Jezus: alle benoemde priesters komen voort uit de mensheid. Hoewel Jezus altijd al God is geweest, werd Hij een mens om de dood te kunnen ondergaan en te dienen als onze Hogepriester. Als mens werd Hij op de proef gesteld met alle zwakheden en verleidingen die wij ervaren, zodat Hij zich persoonlijk in onze worstelingen kon inleven. Jezus is groter dan enige andere priester, dus Hij wordt de “hooggeplaatste Hogepriester” genoemd, dat geeft ons de moed om te naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.

Bij Jezus komt alles in een ander licht te staan. Jezus’ liefde voor de Vader is oneindig groot. Maar ook de liefde van God voor Jezus is oneindig groot. Samen willen zij het offer brengen om het verbond tussen God en de mensen te herstellen. Het offer van Jezus’ leven wordt gebracht voor het heil van de mensen. Door zijn dood heeft Hij voor de mensen die van God waren afgedwaald de poort naar God opnieuw geopend. Jezus is daarom meer dan een Joodse hogepriester die offers in de tempel opdraagt. Hij is de hogepriester die zijn eigen leven aan God geeft tot verzoening van de zonden. Dat gebeurt iedere keer in de Eucharistie. Hij blijft het lam dat de zonden der wereld wegneemt. Die zelfgave wordt ook van ons als christenen gevraagd. Iedere gedoopte deelt in het algemeen priesterschap. Wij mogen ons allen leggen in de handen van God.

Om te begrijpen wat het eigene van een priester is, is het nodig om even terug te kijken. Jezus riep in het begin van de Kerk de leerlingen en de apostelen en zond hen uit om het Evangelie te verkondigen.

Het vieren van het feest Jezus Hogepriester bemoedigt alle gelovigen om Jezus na te volgen, speciaal hen die geroepen zijn tot het ambtelijk priesterschap. Gebed wordt gevraagd voor de priesters, dat zij het streven naar persoonlijke heiliging mogen beleven in een totale overgave aan God en de kerk. Amen.


terug naar boven



1 Juni: Heilige Maria, Moeder van de Kerk: Mariska Litjes

Sinds de uitbraak van Corona en daarmee het sluiten van de kerken schrijven wij als pastoraal team voor u over het Woord van de dag, ter bezinning en bemoediging.
De kerken zullen weer langzaam opengaan. We hebben besloten onze reeks af te sluiten met het schrijven over bijzondere feestdagen in onze kerk.
Gisteren 1 juni was dat “ Maria, moeder van de kerk.”

Na Pinksteren, het begin van de geschiedenis van de Kerk in de wereld, staat Maria centraal in haar rol als moeder van de Kerk.

Maria moeder van Jezus, zo leerden we haar kennen. En daarmee begon ook het moederschap voor vele anderen. Dat bleek uit de woorden die Jezus sprak tegen zijn moeder die samen met zijn leerlingen bij zijn sterven waren. Jezus zegt tegen zijn leerlingen: “Daar is je moeder.”
Daarmee werd Maria niet alleen de moeder van Jezus, maar de moeder van ons allemaal als volgelingen en leerlingen van Hem.

Een moeder wil daar zijn, waar ze nodig is. Bij gebeurtenissen in het leven en de normale dingen van elke dag. Vreugdevolle maar zeker ook daar waar het moeilijk is. Kerk zijn is gemeenschap zijn. Voor elkaar zorgen en vieren. Elkaar nabij zijn in vreugde en verdriet. Als een moeder die bij haar kinderen wil zijn om te vieren en te troosten. Dat is ook wat we zo missen als we voor onze laptop de liturgie moeten vieren. Of voor sommigen is zelfs die mogelijkheid er nog niet eens. Dat is wat we zo missen in deze Coronatijd: ‘Het nabij zijn. ’ Letterlijk dichtbij die anderen zijn. Een knuffel, een kus, in elkaars ruimte mogen zijn.

In het evangelie staat: ‘Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op.’ De moeder van Jezus in je eigen huis, in je hart opnemen betekent haar een plek toekennen in je leven. Elke dag, bij elke gebeurtenis, klein en groot. Haar nabij laten zijn bij je lijden, je vreugde, als teken van hoop, als teken van nieuw leven. Ze hoort bij ons zoals familie bij ons hoort. Ze is deel van onze gemeenschap. Maria als moeder van de solidariteit met elkaar. Niet alleen de mensen dichtbij in je eigen huis en familie en je vrienden. Maar daarbuiten ook. Met de mensen die je niet persoonlijk kent maar wel mee verbonden bent in het gemeenschap zijn. Maria is moeder van de Kerk. Een kerk die zich bekommert om het welzijn van de wereld.

Als kind geboren in Grave een stadje aan de Maas, met een hervormde moeder en katholieke vader ben ik gedoopt in de Hervormde kerk. Daar, op de zondags school is mijn liefde voor Bijbelverhalen geboren. Regelmatig ging ik met mijn vader ook mee naar de katholieke kerk. Daar begon de kennismaking met Maria. Samen met mijn vader een kaarsje aansteken bij Maria. De liederen die zo heerlijk mee zongen en die iets geboren deden worden. Achteraf besef ik dat daar Maria meer werd dan de moeder van Jezus. Ze is daar voor mij ‘Moeder van de kerk’ geworden en zo ook mijn moeder geworden. Met Maria erbij ben ik katholiek geworden.

Inmiddels ben ik zelf al vele jaren moeder. Het moederschap delen Maria en ik. Een verbondenheid die in de jaren sterker is geworden. Althans zo ervaar ik dat. Menig Maria beeld en Maria icoon uit Taizé siert ons huis en ik zal zelden een kerk verlaten zonder een kaarsje te branden bij Maria. Een kaarsje als gebed voor troost voor iemand die het moeilijk heeft. Soms ook een kaarsje voor mijzelf, uit dankbaarheid of als het even niet zo mee zit. Bij haar kan dat omdat zij mijn moeder is.

Wees gegroet, Maria, vol van genade,
de Heer is met U,
gij zijt de gezegende onder de vrouwen,
en gezegend is Jezus, de Vrucht van uw schoot.
Heilige Maria, Moeder van God,
bid voor ons zondaars,
nu en in het uur van onze dood.
Amen


terug naar boven



Vrijdag na Hemelvaart – Wim Vroom

Komende zondag staat op het leesrooster: Johannes 17, 1-11a

Toen sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: 'Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. Hij heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die u hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt. Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond. Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt. Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden. Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die u mij hebt gegeven, omdat zij van u zijn -alles wat van mij is, is van u, en alles wat van u is, is van mij- en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is. Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar u toe, maar zij blijven wel in de wereld.’

In het kerkelijk jaar bevinden we ons tussen Hemelvaart en Pinksteren. Op de veertigste dag van Pasen vierden we gisteren dat Jezus definitief uit het midden van zijn leerlingen verdween om plaats te maken voor de komst van de Heilige Geest, op de vijftigste dag van Pasen. Die zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren wordt ook wel Wezenzondag genoemd. Een tussen-zondag, zou je ook kunnen zeggen. Alsof de leerlingen van Jezus een tijdje aan hun lot overgelaten worden, zonder te weten hoe verder.
Hoe verder, dat is misschien ook wel de situatie waarin we ons als samenleving bevinden. De scherpste kantjes van de lockdown zijn er af, langzaamaan wordt er weer wat meer mogelijk: kinderen kunnen gelukkig weer enkele dagen per week naar school en de eerste kapsels zijn weer wat op orde. Hopelijk kunnen we straks weer wat nuttigen op een terras en kunnen we ook als kerken weer wat meer de deuren openen om samen te kunnen vieren.
Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik blijf het spannend vinden. Welk risico willen en moeten we lopen en waar doen we goed aan? Het corona-virus is beslist de wereld nog niet uit en we kunnen het nog steeds oplopen. Al is de kans op besmetting wellicht kleiner dan enkele weken geleden. Die blijvende onzekerheid geeft mij een onbestemd gevoel: wat kan wel en wat kan niet? Worden we maar een beetje aan ons lot overgelaten? Een gevoel van wees-zijn en niet goed weten welke kant we op moeten gaan...
In het evangelie van komende zondag horen we Jezus bidden tot zijn Vader. Hij doet dat vlak voordat Hij gevangen en gekruisigd zal worden. Het gebed sluit een lange toespraak af die Jezus tot zijn leerlingen spreekt. In die toespraak geeft Hij een heel aantal aanwijzingen en inzichten aan zijn leerlingen. Als alles is gezegd spreekt Jezus zijn gebed uit. In het gebed klinkt door dat Jezus nu zijn leven uit handen geeft en toevertrouwt aan zijn Vader. Hij heeft in zijn manier van leven laten zien hoe God is. In zijn gebed draagt Hij de zorg voor zijn leerlingen aan zijn Vader over. Alsof Jezus zijn leerlingen nu op eigen benen zet, ook al blijft Hij in zijn hart met de leerlingen verbonden. Het moment is aangebroken dat de leerlingen uit kunnen vliegen en zelf werk kunnen maken van hun geloven, van hun verbondenheid met God en met elkaar. De leerlingen van Jezus, en met hen ook wij zelf, moeten op eigen benen komen te staan. Mooi is hoe Jezus in zijn gebed uitspreekt dat Hij, niet meer lichamelijk onder zijn leerlingen aanwezig, toch met hen verbonden blijft. Voor die verbondenheid bidt Jezus. Voor de leerlingen zal dit gebed van Jezus geklonken hebben als een steun in de rug. In de onzekere tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren zullen ze vaker aan dat gebed gedacht hebben.
Ook voor ons mag dit gebed in onzekere tijden een bemoediging zijn. We mogen ons verbonden weten met de Goede God, opdat Hij ons bijstaat in vreugde en verdriet.

GEBED

Genadige God,
Voor veel mensen is deze tijd erg onzeker.
Vele mensen zijn wereldwijd getroffen,
door ziekte en dood,
door het wegvallen van inkomsten,
door eenzaamheid en verdriet.
Naast de hoop dat de ergste crisis voorbij is
is er ook onzekerheid over de weg die wij kunnen gaan.
Sta ons bij als wij onzeker zijn
en ons verweesd voelen.
Schenk ons uw Geest van bemoediging en vreugde.
Dat bidden wij U
in verbondenheid met Hem die ons voorging
in geloof en leven,
Jezus Christus,
uw Zoon en onzer Heer.
AMEN

terug naar boven



Dinsdag na de 6e zondag van Pasen, 19 mei - Ivan Kantoci

Het leesrooster van de RK Kerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (16:5-11) aan:

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Maar nu ga ik heen, naar hem die mij gezonden heeft, en niemand van jullie vraagt mij: 'Wáár gaat u heen?' Nu ik jullie dat alles gezegd heb, is jullie hart vol droefheid. En toch, om de waarheid te zeggen: voor jullie eigen bestwil moet ik weggaan; doe ik dat niet, dan zal de Helper niet komen; maar als ik heenga, zal ik hem naar jullie toezenden. En als hij komt, zal hij het ongelijk van de wereld aantonen, en laten zien wat zonde, wat gerechtigheid en wat oordeel is. Wat zonde is: dat ze niet in mij willen geloven; wat gerechtigheid is: dat ik heenga, naar de Vader, en dat jullie me niet meer zullen zien; wat oordeel is: dat de vorst van deze wereld is veroordeeld.'

'Voor jullie eigen bestwil moet ik weggaan, doe ik dat niet, dan zal de Helper niet komen; maar als ik heenga, zal ik hem naar jullie toezenden', zei Jezus tegen zijn leerlingen.

We bevinden ons voor de feest van Hemelvaart en van Pinksteren.
Wie is de Helper over wie Jezus het heeft en hoe helpt hij?

Jezus heeft vaak tegen zijn leerlingen in beelden en met verschillende titels over de Geest gesproken, op de momenten wanneer bleek dat ze deze beelden en titels beter begrepen omdat ze er dan gevoelig voor waren. De avond waarop Jezus gevangen en voor de rechtbank gebracht word begon Jezus tegen zijn leerlingen te spreken over de Geest als Helper, als verdediger, advocaat. Jezus is de aangeklaagde. Zijn advocaat is de Heilige Geest. De aanklager is de wereld. De aanklacht heeft drie punten. Eerst: de zonde. Hij werd aangeklaagd als zondaar, hij onderhield bv. de sabbat niet. Daarna: de gerechtigheid. Jezus werd aangeklaagd omdat hij zich presenteerde als Gods Zoon waarmee hij het grootste onrecht deed in de ogen van de aanklager. En ten slotte, het oordeel, deze zal zich door de geschiedenis heen herhalen. Hij was al een keer veroordeeld; en als hij geen schuldige was zou hij niet voor de rechtbank gebracht worden.

Bij wie zal de Geest, de Helper, Jezus helpen, verdedigen? Niet bij de wereld die hem aangeklaagd heeft maar bij hen aan wie de Geest gegeven is, bij de apostelen, bij zijn leerlingen. Zij zullen de aanklachten tegen Jezus horen en de Geest zal Jezus in hen verdedigen en zij zullen Jezus dan verdedigen in de wereld. De Geest moet eerst dus de verdediging maken tegen de beschuldigingen die zich herhalen door heel de geschiedenis in hen. En hoe heeft de Heilige Geest deze verdediging gedaan? Hij deed dat door als echte Helper aan te tonen dat de schuld niet aan de kant van Jezus was maar aan de kant van de wereld. Wat tegen Jezus ingebracht is, dat hij de zondaar is, werd weerlegd. Zondaars zijn diegenen die hem aanklagen en hem niet geloven. En de aanklacht dat Jezus de gerechtigheid schendt door te zeggen dat hij van God komt, zal de Geest weerleggen door te wijzen dat Jezus naar God is gegaan, dus van wie hij ook uitgegaan is. En ten slotte heeft de Geest laten zien dat dit proces in Jeruzalem die Jezus zijn leven kostte, in wezen een nederlaag was voor hem die dit proces georganiseerd heeft, de vorst van deze wereld, de duivel.

De getuige – was nog een titel die Jezus gebruikte voor de Geest. De getuige is diegene die de persoon over wie hij getuigd en de zaak waarover het gaat, kent. ‘De Geest zal over mij getuigen, en jullie moeten mijn getuigen zijn’ (Joh. 15, 26-27). Hoe dan de Geest en jullie? Heilige Augustinus verwoorde dat heel mooi. Hij zegt: ‘De Geest zal in jullie getuigen door te inspireren, en jullie zullen getuigen door deze inspiratie te verkondigen. Hij zal getuigen in jullie harten en jullie zullen getuigen met stemmen, hij met inspiratie, jullie met de klank van de stem.

Een christen is een verdediger en een getuige van Christus in de wereld, pas wanneer de Geest in hem getuigd voor Christus en pas wanneer de Geest Christus verdedigd heeft in hem of haar. Dit lijkt wellicht bijzonder. Moet de Geest Christus in ons verdedigen? Wel, omdat we overspoeld zijn met aanklachten tegen Christus. Het proces van Jeruzalem is nog niet klaar; dit proces duurt nog en de aanklachten richten zich tot de genoemde drie punten. Voor het geloof werd gezegd: het is het opium voor het volk; Jezus is de schuldige voor de zonde, leugenaar. Jezus zegt dat hij van God komt. Over hem wordt gezegd: ‘Wat hij verkondigt is een echte ongerechtigheid, een heiligschennis’.

Deze beschuldigingen werden steeds herhaald in verschillende varianten ook in onze tijd. De Geest is altijd nodig om Jezus bij ons te verdedigen zodat ook wij hem in de wereld kunnen verdedigen.

De komst van de Geest van de waarheid is duidelijk van grote betekenis voor Jezus. Hoe belangrijk is dat voor mij? Durf ik te vertrouwen op de genade van mijn doopsel, vormsel, en herken ik de aanwezigheid van de Heilige Geest in mijn leven?

Jezus vraagt ons voor Hem te getuigen. Ook in deze corona tijd. Misschien denk ik dat ik niet weet hoe ik dit moet doen. Maar, zoals paus Franciscus zegt, wij zijn een heilig volk omdat wij gezalfd zijn met de Geest, en we mogen vertrouwen op de waarheid van wat we geloven. De Heilige Geest leidt ons naar de waarheid. Wij kunnen op de Geest vertrouwen bij het verkondigen van de Blijde Boodschap, welke vorm onze getuigenis ook aanneemt.

Soms, als ik een Bijbeltekst lees, dan begrijp ik niet wat het mij wil zeggen. Moge in dat geval mijn niet-begrijpen mijn gebed zijn; ik kan dan de Heilige Geest vragen mij duidelijkheid te geven over de passage waar ik het moeilijk mee heb.

Gevraagd of ongevraagd, de Geest is in alles aanwezig. De Geest komt op tegen valse waarden, zodat waarheid en goedheid de overhand kunnen krijgen. Ik ben bedoeld als een woordvoerder van de Geest. Kan de Geest op mij rekenen ook in deze tijd?

terug naar boven



Vrijdag 15 mei, vrijdag in de vijfde week van Pasen – pastoor Hans Hermens

Joh. 15, 12-17

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen; ‘Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad. Geen grotere liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb U alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.”

Dit is mijn gebod , dat Gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad. Die liefde bevat de gehele blijde boodschap! En aan ons om die liefde waar te maken!! Zo gaan geloof en liefde samen en draagt het vrucht.

Maar toch..

Liefde en het waarmaken daarvan…, het is een hele opdracht! Maar als kinderen van God zijn we daartoe wel geroepen. En dan nog, wat de één een daad van liefde vindt, vindt de ander een daad van onverschilligheid, zwakte. Om enkele discussiepunten maar te noemen die nogal eens terugkomen in onze samenleving: hoe om te gaan met terminaal zieken? Hoe om te gaan met onze vluchtelingen? Doodstraf in bepaalde uitzonderlijke gevallen toch mogelijk? Allemaal lastige vragen en daarop is het antwoord niet altijd zo makkelijk te geven. En daarom is het goed na te denken en te handelen naar die woorden van Jezus. En dan nog: Hoe maken wij zijn gebod van Liefde aan elkaar en aan God waar? Als individuele persoon, maar ook als geloofsgemeenschap, als kerk van Jezus Christus?

Een oud Joods verhaal wijst ons hierin misschien een weg.

Een vluchteling wordt achtervolgd door een groep soldaten. Het is duidelijk. Wanneer de soldaten de vluchteling vinden zullen ze hem doden, schuldig of niet. De vluchteling belt aan bij een rabbi. Hij doet open, neemt hem op in zijn huis en verbergt hem. De rabbi woont in een dorp en daar blijft niets lang verborgen. De mensen worden bang en vragen aan de rabbi, de man uit te leveren, want wanneer de soldaten horen dat de vluchteling zich schuil houdt in het dorp, zouden de soldaten het hele dorp kunnen uitmoorden. De rabbi zit in tweestrijd en zoekt de gehele nacht naar een oplossing in de Bijbel. Dan leest hij daar: “Het is beter dat één man sterft dan heel het volk.” De volgende ochtend geeft hij de vluchteling over aan de soldaten. De mensen uit het dorp zijn opgelucht en vieren feest. Maar de rabbi sluit zich op in z’n huis omdat hij weet dat hij een onschuldige heeft verraden. Opeens staat de profeet Elia voor hem en vraagt wat er aan de hand is. De rabbi antwoord: “Ik heb een onschuldige uitgeleverd.” Het is even stil dan zegt Elia: “Dat was de Messias.”

De Rabbi schrikt enorm en verontschuldigd zich: “Hoe kon ik dat nu weten?”

Elia maakt het hem duidelijk en zegt: “Als je niet de hele nacht in je boeken had gezocht, maar in de ogen van de vluchteling had gekeken, als je niet de hele nacht met je zelf maar met hem had gesproken, dan had je hem herkend!”

Als mens, maar zeer zeker ook als gelovig mens falen we wanneer we onze naasten niet meer in de ogen kijken, geen oog en oor hebben voor wie men ten diepste is, geen aandacht en zorg voor het zijn van de ander, voor zijn geloof, voor zijn kwetsbaarheid en beperkingen, zijn geaardheid, zijn overtuigingen.

“God ik merk niks van u”, bad een puber jongen, die thuis elke dag de ruzies tussen vader en moeder moest meemaken, en op school geen vrienden vond om er over te praten. “God Ik zoek U, maar waarom laat u zich niet vinden”, bad een oude vrouw weggestopt in een verpleegtehuis, zelden kreeg ze nog bezoek. Tel ik nu niet meer mee, nu ik oud en kwetsbaar geworden ben, dacht ze. “God moet U mij niet meer”, bad Bart, toen hij thuis niet meer welkom was omdat hij niet thuis kwam met Marie, maar met Jan.

Zusters en broeders, naar mijn vaste overtuiging huilt God bij al deze verhalen van ruzie, geweld, eenzaamheid en uitstoting. Kinderen toch zal God denken, het is niet alleen de vraag waar ben Ik maar ook, waar zijn jullie. In mijn Zoon heb Ik onder jullie geleefd als iemand van vlees en bloed. Zo ben Ik in Jezus een van jullie geworden en Hij heeft jullie pijnen en verdriet aan de lijve moeten ondervinden. Waarom wordt Ik door jullie niet herkend. Maak je hart open voor elkaar en voor je zelf. Dan kan Ik pas doordringen in het leven van alle dag.

Geloof krijgt zijn bestemming wanneer het gericht is op de verlossing, bevrijding en voltooiing van de mens, als beeld en gelijkenis van de Allerhoogste.

Vroom gepraat, religieuze bedrijvigheid, wonderen doen; ze hebben geen waarden wanneer Gods stem niet gehoord wordt in ons hart. Of beter ons geweten, door God aan elk mens gegeven waarin Zijn stem kan doorklinken.

Het geweten is zo bepalend dat niemand anders daar tussen kan komen. Geen bisschop, geen paus, geen enkele interpretatie van de Schrift. Dit persoonlijk geweten is de laatste norm van elk menselijk handelen en alleen God heeft het recht om in dit heiligdom binnen te treden.

Denk nu niet dat ik zeg dat we als gelovigen de Schrift en het kerkelijk leergezag niet nodig hebben. Zeer zeker wel.

De Bijbel, het leergezag van kerk, het zijn instrumenten, richtsnoeren die ons kunnen helpen de stem van Christus te verstaan. Dienen ook serieus genomen te worden. Ook wanneer ze in tegenspraak zijn met de gedachten en opvattingen uit de samenleving van deze tijd. We komen er niet mee klaar, wanneer we denken alles zelf beter te weten en het alleen naar onze eigen inzichten denken in te vullen. Dit heeft niks te maken met ons geweten. Immers het geweten moet steeds gevoed en gevormd worden om zo Gods stem te kunnen verstaan.

Het is de taak van de kerk ons te bevestigen in het geloof in Jezus Christus en zo dat we ons geloof op liefdevolle wijze kunnen uitdragen. Ook de kerk staat nooit boven Gods woord en in haar uitspraken moeten we de stem van Christus kunnen herkennen. Uiteindelijk ziet God ons ook als volwassen mensen, die ook instaat zijn eigen keuzes te maken!!!

Gebed
Goede God, wij bidden U dat we ons geweten mogen blijven voeden en vormen.
Om zo Uw stem te mogen verstaan.
Dat wij ons leven op Christus , rots en fundament van ons bestaan, blijven bouwen.
Want wie op Hem vertrouwt bouwt op vaste grond. Amen

terug naar boven



12 mei, dinsdag na de vijfde zondag van Pasen - Mariska Litjes

Op deze dinsdag na de vijfde zondag van Pasen lezen we uit Johannes 14, 27-31 de zinnen
“Vrede laat Ik u na: mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. Laat uwe hart niet verontrust of kleinmoedig worden. “

Vredeswens

We praten in de kerk veel over vrede. Vrede is waar we naar zoeken en streven. Vrede is waar we als kerk voor staan. De vrede die we zoeken in de kerk is meer dan alleen de wereldse vrede, alhoewel die enorm belangrijk is. Na de week waarin we herdachten en de vrijheid vierden werden we daar weer goed van doordrongen. Ook het bijdragen aan de wereldse vrede is waar we als kerk zeker voor moeten staan!

Maar de vrede die bedoeld wordt in Johannes gaat verder dan de ‘wereldse vrede.’ Het is voor mij de vrede in je hart.

In de eucharistieviering richten wij ons tot God. Geholpen door te luisteren naar de lezingen in de Bijbel en mee te beleven wat op het altaar gebeurt. Maar dan, na het tafelgebed en het Onze Vader is daar de vredeswens. Een moment van ontmoeting met je medekerkgangers. Je geeft elkaar een hand. Het lijkt misschien een onderbreking in het gericht zijn op God, want we richten ons tot elkaar. Het is alsof we even wakker geschud worden in het gericht zijn op het ‘hogere’, want God is immers ook in je medemens. Daar waar liefde is en vriendschap daar is God. Dat is wat je merkt bij de vredes wens. Je maakt even wezenlijk contact door de hand te pakken van de ander en je kijkt je achter- voor, linker- en rechter buurman/vrouw in de ogen en wenst hem/haar de vrede van het hart toe. In de weken dat we nog naast elkaar in de kerk konden zitten maar al geen handen meer mochten geven, voelde dit dan ook als een gemis.

Vrede van het hart

Maar hoe bereik je die vrede van het hart? Helemaal van zelf lijkt het niet te gaan. Ook alleen het hebben van ‘wereldse vrede ’is niet genoeg om de vrede van het hart te voelen. ‘Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u’, schrijft Johannes.

Zaterdag stond er een foto in de Trouw van een groep moslims die hun vasten doorbraken met de Iftar maaltijd. Midden tussen de puinhopen van Allepo, zie je een tafel met voedsel en mensen bij elkaar om te eten. De Ramadanmaand is bedoeld om je in alles te richten op God. Je vast niet voor jezelf, je vast voor God. Je zet je verlangen om te eten en te drinken aan de kant en je zult beloond worden met ‘vrede in je hart.’ Zo is mij verteld door bevriende moslims.

Als christenen zoeken wij daarin met onze eigen tradities net zoals gelovigen uit andere religies onze wegen om ‘vrede in je hart’ te bereiken. We missen daarin in deze corona tijd onze kerk en rituelen meer dan ooit.
Maar deze foto in de Trouw raakte mij, omdat het weergeeft dat mensen in afwezigheid van wereldse vrede, vasthouden aan hun traditie en geloof en zoeken naar vrede in hun hart, in het vertrouwen die bij God te vinden ook al is de wereld om hen heen letterlijk ingestort.

Ik wens u ‘vrede van het hart’ toe.
Zoals Johannes zegt; “ Laat uwe hart niet verontrust of kleinmoedig worden.“
Ook in deze tijd dat we niet samen ‘kerken.’




terug naar boven



Dinsdag in de vierde week van Pasen – Ronald Dashorst

Johannes 10, 1-10

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie niet door de deur, maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat, hij is een dief en een rover. Maar wie door de deur binnengaat, is de herder van de schapen. Hem doet de deurwachter open. De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen ze niet volgen; integendeel, zij zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.” Deze gelijkenis vertelde Jezus hun, maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen.
Een andere keer zei Jezus tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen. Allen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden. De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen; Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten en wel in overvloed”.

Deze dagen staan wij stil bij de Tweede Wereldoorlog, we herdenken na 75 jaar de vele doden en vieren de bevrijding. Alles is anders bij die herdenkingen in deze coronatijd. Een bijna leeg Damplein, mooie woorden van de koning bij het monument. Veel films en hartverscheurende reportages op tv en artikelen in de krant gaan over de oorlog zodat de coronacrisis even op de achtergrond raakt.
In de vierde week van Pasen lezen wij in het Johannes evangelie over Jezus die zichzelf de Goede Herder noemt. In deze tijd lezen wij ook in de Handelingen van de apostelen die in het voetspoor van Jezus de boodschap van de liefde van God uitdragen. De apostel Petrus pakt zijn rol als verkondiger op en roept de mensen op om zich te bekeren en zich te laten dopen. Het is een uitnodiging om je hart te laten veranderen, om je blik op te richten van jezelf en je ogen te richten naar Jezus, die zijn leven heeft gegeven om ons en iedereen te redden. Gedoopt zijn betekent je onderdompelen in het mysterie van Jezus, Hem volgen, zoals het evangelie van ons vraagt. Ja, Jezus volgen, de Goede Herder, dat is onze redding. Het evangelie heeft het over de schaapskooi. Er zijn er die langs zijwegen trachten binnen te komen, uit eigenbelang of hebzucht. Jezus beschrijft hen als dieven of rovers die misbruik maken van de nacht, van de angst en de zwakte, om het hart van de leerlingen te roven, om hun leven zwakker te maken. Deze rovers over wie Jezus spreekt, kunnen een woord zijn, een mens, of alles dat het hart leegrooft. Er is iemand die binnen komt langs de deur: dat is de herder van de schapen. Jezus zegt: ‘Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen zijn stem’. Tijdens de eerste verschijningen trof Jezus de deuren van het hart van de leerlingen gesloten, omdat ze bang en ongelovig waren. Nu gaat de deur open, de herder komt binnen en roept zijn schapen een voor een: dat is het woord van de Verrezene, die Maria bij naam noemt als ze huilend bij het graf staat; het is het woord van de Verrezene dat Tomas’ naam noemt zodat hij niet langer ongelovig, maar gelovig zou zijn; het is het woord van de verrezen Jezus dat aan Petrus vraagt: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’. Deze stem richt zich rechtstreeks tot ons en vraagt meteen om antwoord. Het is geen vreemde stem, het is de stem van een vriend. Die brengt ons niet naar een andere schaapskooi, die misschien mooier of comfortabeler is, maar hij neemt alle afsluitingen en barrières weg om ons te brengen naar de onbeperkte horizon van de liefde. Paulus zegt: ‘Jullie zijn bevrijd van alles om slechts slaaf te zijn van één ding, van de liefde’. Naar zo’n grote liefde brengt Jezus ons. Hij gaat ons voor en brengt ons naar deze groene weide: ‘Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed’. Wij worden ondergedompeld in de zachte kracht van de liefde om de stem te horen van de zieken, van de mensen die werken in de zorg voor anderen. Als we de oren van ons hart openen horen wij de stem van mensen die geleden hebben en nog lijden aan de oorlog, van mensen die eenzaam zijn, van de vluchtelingen in mensonterende kampen die aankloppen op de deuren van Europa. In al die stemmen die klinken in onze wereld is de stem te horen van de Gekruisigde die verrezen is. Wij vieren de bevrijding in Nederland en moeten de gruwelen van de oorlog blijven herinneren, wij moeten dat doorgeven aan nieuwe generaties om te zorgen dat dit nooit meer zal gebeuren. Wij moeten de deur van ons hart openen voor de stem van de liefde die ons zegt dat wij verbonden zijn met elkaar, als broers en zussen, kinderen van dezelfde God. Moge die God Zijn Geest over ons uitstorten, de zachte kracht van de liefde in ons opwekken om onze verantwoordelijkheid te nemen en zorg te dragen voor elkaar, ook voor de anderen die wij niet als onze broers en zussen zien. Alleen zo kunnen wij de zwaar bevochten vrede in stand houden en verder bouwen aan een wereld van vrede.

terug naar boven



Vrijdag 1 mei - Wim Vroom

Door het leesrooster van de Kerk wordt in de eerste lezing het verhaal van de bekering van Paulus/Saulus aangereikt (Handelingen 9, 1-20):

Intussen bedreigde Saulus de leerlingen van de Heer nog steeds met de dood. Hij ging naar de hogepriester met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagogen in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jeruzalem. Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’ Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.’ De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand. Saulus kwam overeind, en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien. Zijn metgezellen pakten hem bij de hand en brachten hem naar Damascus.
Drie dagen lang bleef hij blind en at en dronk hij niet. In Damascus woonde een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!’ Hij antwoordde: ‘Ik luister, Heer.’ Daarop zei de Heer: ‘Ga naar de Rechte Straat en vraag daar in het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saulus heet. Hij is aan het bidden, en hij heeft in een visioen gezien hoe een man die Ananias heet, binnenkomt en hem de handen oplegt om hem weer te laten zien.’ Ananias antwoordde: ‘Heer, van veel kanten heb ik gehoord over deze man en over al het kwaad dat hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Bovendien heeft hij toestemming van de hogepriesters om hier iedereen die uw naam aanroept in de boeien te slaan.’ Maar de Heer zei: ‘Ga, want hij is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten. Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van mijn naam.’ Ananias vertrok en ging naar het huis, waar hij Saulus de handen oplegde, terwijl hij zei: ‘Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.’
Meteen was het alsof er schellen van Saulus’ ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen, en nadat hij gegeten had, kwam hij weer op krachten. Hij bleef enkele dagen bij de leerlingen in Damascus en ging onmiddellijk in de synagogen verkondigen dat Jezus de Zoon van God is.

Het is een bijzonder verhaal, de bekering van Saulus, die later de naam Paulus zal dragen. Hij is degene die buiten Israël de grondlegger van het Christelijk geloof zou worden. Vele christelijke gemeenten heeft hij gesticht, met name in Turkije en Griekenland. En uiteindelijk belandt hij in Rome, waar hij zal sterven.
Saulus is een geleerd man en als Schriftgeleerde is hij een fanatiek vervolger van de ‘mensen van de Weg’, zoals de eerste volgelingen van Jezus in de Handelingen worden genoemd. Maar nu hij zelf onderweg is, wordt hij geraakt door dat wonderlijke licht uit de hemel en begint zijn bekering. Mooi is, hoe dat proces in het stukje van vandaag beschreven wordt. Eerst is het een moment, een lichtflits, met die woorden van Jezus ‘waarom vervolg je mij’? Daarna is er voor Saulus een tijd van nadenken en bidden om te gaan begrijpen wat Jezus van hem vraagt. En tenslotte is het Ananias die Saulus opneemt in de gemeenschap van de Weg, worden zijn ogen van Saulus geopend en doopt Ananias hem.
Deze drie stappen zijn denk ik altijd belangrijk in een bekeringsproces en ook als je geloof verdiept wordt. Je wordt allereerst door iets geraakt, dat moet een plaats krijgen in je hart en je hebt iemand nodig die je bij de hand pakt, die je helpt om je ervaringen te doorgronden. Een proces dat niet altijd even makkelijk is: Saulus moet een nieuw leven opbouwen na zijn bekering en ook Ananias stelt zijn leven in de waagschaal om deze christenvervolger op te nemen...

Dit bekeringsverhaal is het persoonlijke verhaal van Saulus, maar het reikt ook ons een weg aan om met een gelovige blik naar onze wereld te kijken en stil te staan bij de vraag wat deze tijd ook van ons vraagt. Zeker in deze onzekere tijden waarin we geraakt worden door ontwikkelingen die waarschijnlijk ons hele (samen)leven zullen veranderen.

GEBED

Goede God,
ons leven is wereldwijd geraakt
en tastend en zoekend moeten wij nieuwe wegen vinden.
Open ons de ogen
en schenk ons uw Geest
om te ontdekken hoe wij elkaar bij kunnen staan.
Geef ons kracht om uw weg te gaan,
door alle onzekerheid en lijden heen
en ook als ziekte en dood ons overvalt.
Dat wij elkaar de hand reiken,
elkaar bijstaan
en elkaar op kracht laten komen.
Dat vragen wij U
in verbondenheid met Hem die ons voorging
in leven, dood en verrijzenis:
Jezus Christus,
uw Zoon en onze Heer.
AMEN

Deze bemoedigingen schrijven de leden van het pastoraal team in de komende weken elke dinsdag en vrijdag.

terug naar boven



Dinsdag na de 3e zondag van Pasen, 28 april - Ivan Kantoci

Het leesrooster van de RK Kerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (6:30-35-) aan:

In die dagen zei de menigte tot Jezus: 'Wat voor tekenen doet gij dan wel waardoor wij kunnen zien dat wij in u moeten geloven? Wat doet gij eigenlijk? Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven staat: Brood uit de hemel gaf hij hun te eten.' Jezus hernam: 'Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven; want het brood van God daalt uit de hemel neer en geeft leven aan de wereld.' Zij zeiden tot hem: 'Heer, geef ons te allen tijde dat brood.' Jezus sprak tot hen: 'Ik ben het brood des levens: wie tot mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.'

De menigte weet precies wat ze wil, denkt precies te weten hoe God in het verleden handelde; heeft een patroon voor ogen en kijkt nu uit naar de wijze waarop Jezus die verwachting zal vervullen. Soms benaderen wij Jezus op dezelfde wijze. We vragen wat wij nodig hebben en verwachten een persoonlijk antwoord. Jezus wil echter ons hart openen om te ontvangen wat God aanbiedt.

Soms verlangen wij een teken, zonder te beseffen dat we omringd zijn door tekenen van Gods zorg en liefde voor ons. Toch kan geen enkel teken mij dwingen te geloven, het is altijd een beslissing, een stap in het duister, hoe klein ook.

Het woord 'brood' komt zes keer voor in deze korte passage! Wat betekent brood voor mij? Er bestaan talloze broodsoorten om verschillende smaken en behoeften te bevredigen. Wat voor soort brood is Jezus voor mij?

Ondanks dat wij in deze corona tijd niet ter communie gaan blijft Jezus ons Brood van het leven: vreugde, voedsel, levensonderhoud- dagelijks brood. God kunnen wij nu, misschien nu nog meer danken voor het dagelijks brood dat we ontvangen. We kunnen bidden om minder bezorgd te zijn voor de toekomst en in plaats daarvan te erkennen dat het God is die ons voedt.

Vele mensen zijn vandaag op zoek naar God. Zij hebben nood aan tekens om te weten waar God is. Juist in deze tijd kunnen ook wij in een of andere zin zo een teken zijn.

Wanneer Jezus de Schrift verklaart opent Hij voor ons een nieuwe horizon. We moeten niet naar de hemel staren om daar tekens te vinden: Jezus zelf is het teken dat we nodig hebben, en Hij is nabij. Hij voedt ons met zijn eigen leven en vraagt ons voedsel te zijn voor anderen!

Gebed

Heer Jezus
U bent mijn Brood van het leven:
vreugde, voedsel, levensonderhoud- dagelijks brood.
Uw en mijn Vader dank ik daarvoor.
Help mij in deze corona tijd om minder bezorgd te zijn voor de toekomst.
Laat me in plaats daarvan erkennen dat het God is die mij voedt en die voor mij zorgt
in alles wat ik voor het welzijn van anderen en mij zelf doe.
Amen.

terug naar boven



Zaterdag, 25 april 2020, H. Marcus, evangelist
3e zondag van Pasen, Lucas 24,13-35 – Mariska Litjes

Deze zondag lezen we het verhaal van de Emmaüsgangers. Voor velen een bekend verhaal.

“Twee leerlingen vertrekken uit de stad Jeruzalem, waar een aantal dagen geleden Jezus is gekruisigd en opgestaan. Ze zijn op weg naar hun huis in het dorp Emmaüs, ongeveer 10 km lopen. De emotie van wat is gebeurd zit hen hoog. Verdriet, angst en teleurstelling overheersen hun gedachten. Ze hebben de moed opgegeven. Ze kunnen zich moeilijk verzoenen met wat gebeurd is. Al wandelend bespreken ze met elkaar over de gebeurtenissen en met wat dat met hen doet.
Plotseling komt er een onbekende bij hen lopen en mengt zich in het gesprek. Deze man lijkt niet te weten wat er allemaal gebeurd is in Jeruzalem. De twee leerlingen kunnen niet geloven dat deze man dat allemaal gemist heeft en ze praten hem bij. Ze maken de vreemdeling deelgenoot van hun wanhoop, verdriet en teleurstelling. “ Als lezer of luisteraar naar dit verhaal, beginnen we al door te krijgen dat het Jezus is die met hen meeloopt. Zeker als Hij hen ook nog eens wijst op de oude geschriften en zegt dat de profeten hebben geschreven dat de Messias eerst moest lijden voordat hij koning kon worden. Je zou het haast willen roepen “zie je het niet! Het is Jezus.” Pas later, als ze zitten te eten en Jezus God dankt en het brood met ze deelt, herkennen ze Hem. Maar direct naar het herkennen zien ze Hem niet meer.

Het blijft voor mij één van de mooiste verhalen uit de bijbel.
Het is een verhaal dat me inspireert en verwondert. Maar het is vooral een verhaal waar elementen in zitten van herkenning, in het op weg zijn in het leven, met alle emoties die op je levenspad komen. Maar het is ook een verhaal dat ruimte geeft aan mijn fantasie. Die fantasie helpt mij het verhaal te ‘voelen’. De ene keer ben ik een van de leerlingen die zijn weg zoekt na een heftige gebeurtenis. Opgeslokt door het gebeuren en de emotie. Of ik wandel door het leven, praat en doe en heb totaal niet in de gaten dat ik toch echt wel gedragen word, dat Hij naast me loopt. En dan als ik eindelijk, als ik durf te gaan zitten ,de rust toe te laten, kan ik zomaar diegene zijn die aan de tafel zit en inzicht krijg. Het is net alsof Jezus zich even laat zien, mij de ogen opent en zegt: “Ik ben er wel! Maar op een andere manier. ‘ Je vindt Mij in verhalen en herinneringen, in het samen zijn met mensen, in het delen van het brood, in het naar elkaar luisteren. Zoek je doorgang in het leven, blijf vertrouwen houden.’

Ik werk met Bijbelverhalen. In allerlei werkvormen. Bibliodrama is zo’n werkvorm die je in een verhaal doet kruipen. Je kruipt in de rol van een personage en je beleeft het verhaal in je eigen emotie, daar waar jij op dat moment bent. Soms komen er dingen boven waar je je niet van bewust was.

We leven momenteel in een tijd die we nooit meer zullen vergeten. De gebeurtenis ‘Corona’ kent vele gezichten en brengt emoties met zich mee die voor iedereen anders zullen zijn. Daarnaast gaat het leven ook gewoon door en gebeuren er ook nog allemaal dingen die er ‘normaal’ ook gebeuren en die impact hebben op het leven. Het zal niet moeilijk zijn om een gebeurtenis die u raakt voor ogen te krijgen.
Ik vraag me af: Als u het verhaal van de Emmaüsgangers leest, met die gebeurtenis voor ogen en u doet net als ik een mini bibliodrama in uw hoofd, wie of waar bent u?
Probeer het eens! Het werkt louterend en verhelderend!

Gebed

Christus Jezus,
hoe weinig wij ook uw evangelie kennen,
het licht is in ons midden.
Hoe weinig wij ook uw aanwezigheid verstaan,
ze is licht voor ons.
Christus Jezus,
soms zoeken wij U tastend,
maar U bent reeds gekomen.
U verlicht onze onrust.
U weet dat wij nooit de duisternis
zouden willen kiezen,
Maar altijd uw innerlijk licht
zouden willen aannemen.
Amen

Gebed van broeder Roger, van Taizé ‘uit een innerlijk leven’

terug naar boven



Donderdag na de 2e zondag van Pasen, 23 april 2020 - pastoor Hans Hermens

Joh. 3, 31-36

Wie van boven komt staat boven allen. Wie van de aarde is behoort tot de aarde en spreekt de taal van de aarde. Wie uit de hemel komt staat boven allen. Hij legt getuigenis af van wat Hij zag en hoorde, maar toch aanvaardt niemand zijn getuigenis. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt bezegelt daarmee dat God waarachtig is. Want Hij, die door God gezonden is spreekt Gods eigen woorden; Zo mateloos schenkt God zijn Geest. De Vader heeft de Zoon lief en Hem alles in handen gegeven. Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven. Wie weigert in de Zoon te geloven zal het leven niet zien, integendeel, de toorn Gods blijft op hem.

Leven naar de woorden van het Evangelie kan verzet oproepen in een wereld die geen boodschap heeft aan God en zijn gebod. Maar zij die uitzien naar ‘de wereld van morgen’ en zich inzetten voor het visioen van vrede, zij herkennen Gods woord, een kracht die voortstuwt, die bevrijdt van alle angst, zelfs van de angst van de dood. Wij zijn geroepen om te leven vanuit dit woord.

Moeilijke woorden klinken vandaag in het evangelie. Johannes de theoloog onder de evangelisten. Hij reflecteert op de persoon van Jezus. In Hem zien we Gods liefde en trouw. Vader en Zoon zijn een, één in liefde en trouw. De moeilijke woorden uit Johannes, we mogen ze verstaan in het licht van Pasen. Pasen betekent dat er steeds een nieuw begin gemaakt kan worden. Pasen betekent dat Gods liefde sterker is dan de dood. Pasen is niet alleen dat een lijk van 2000 jaar geleden weer levend is geworden. Sorry voor mijn platte uitdrukking. Maar Jezus opstanding is veel meer dan dat, het is een realiteit voor het nu. Gods liefde en trouw zo zichtbaar in Jezus blijft actueel. Jezus leeft, wil zeggen; Hij leeft bij zijn en onze hemelse Vader, God laat ons niet los in de dood , maar we worden door Hem opgevangen. Maar zijn levenwekkende Geest leeft ook in en door mensen van nu. In een zorgzame verpleger, die met veel aandacht hoop blijft geven aan ouderen die zich eenzaam voelen in een verzorgingshuis. In een jongen van 14 die het opneemt voor een klasgenoot die steeds gepest wordt.

Door alle moeilijkheden en ellende en ziekte heen mogen we blijven uitkijken naar de ‘wereld van morgen’.

terug naar boven



Dinsdag na de 2e zondag van Pasen, 21 april – Sebastian Gnanapragasam

In deze dagen volg ik op de tv het nieuws in Nederland. Soms volg ik ook het nieuws op Indiase zenders. Er is ook een lockdown in India. Tachtig procent van de Indiase bevolking is economisch kwetsbaar. Zij zitten met een risico in hun dagelijks leven. Zij hebben een groot probleem met voedsel.

Welke ontwikkeling zal er na de coronacrisis op politiek terrein komen? Ik vond het even fijn te horen op een online tv-programma. Er zal na de coronacrisis op politiek terrein in veel landen verandering komen. Heel veel landen zullen aandacht schenken aan socialisme. De noodlijdende mensen zullen aandacht krijgen. De economie in de wereld zal heel anders worden dan nu. Het herinnert me aan de eerste lezing van vandaag. De eerste socialistische gemeenschap vinden wij in de Handelingen van de apostelen (Hand. 4, 32-37)

De eerste christengemeenschap was een gemeenschap waarin ieders behoefte werd vervuld. Dit is vooral heel belangrijk in landen waar veel armen leven. De meeste landen zijn nu bezig om een exit plan te maken voor na de ‘lockdown’. Hoe gaan we verder met de economie na de ‘lockdown’?

Maar ook hoe gaan wij als kerkgemeenschap verder na de coronacrisis? Als christengemeenschap is het ook belangrijk om een model, een protocol, te hebben. In de eerste lezing zien wij hoe de eerste christenen met elkaar omgingen. Zij leefden vanuit hun geloof en in grote onderlinge liefde. Geloof doet wonderen. In mensen en tussen mensen. Wij als christengemeenschap zijn geroepen om vanuit ons geloof liefdevol met elkaar om te gaan zoals de eerste christenen.

terug naar boven


Preti-Mattia-Ongelovige-Thomas-Kunsthistorisches-Museum-Wenen

Tweede zondag van Pasen, Beloken Pasen en zondag van de goddelijke Barmhartigheid – Ronald Dashorst

Johannes 20, 19-31

In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvang de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen, toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig, maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” Nog vele andere tekenen heeft Jezus gedaan in het bijzijn van zijn leerlingen, welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend, opdat gij moogt geloven, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt bezitten in zijn Naam.

Het is een week na Pasen, we noemen dat Beloken Pasen, dat is de dag dat het paasoctaaf wordt afgesloten. Deze zondag lezen wij dat Jezus, acht dagen na Pasen in ons midden komt en ons vrede wenst. Het is goed om in deze tijd steeds voor te stellen dat Jezus ons niet in de steek laat, maar in ons midden aanwezig is. Van zondag tot zondag, tot op de dag van vandaag, onafgebroken meer dan tweeduizend jaar lang, komen Jezus’ leerlingen samen in alle uithoeken van de wereld om de verrezen Heer te ontmoeten. De apostelen waren in huis gebleven, achter gesloten deuren, in de bovenzaal, omdat ze bang waren hun leven en hun rust te verliezen. Ze waren bedroefd en gelaten, zelfs zozeer dat zij de vrouwen hadden uitgelachten die met angst en grote vreugde te vertellen dat zij Jezus hadden gezien. Maar die dag opent de Heer hun hart en overwon Hij hun ongeloof. Zij waren blij en vervuld van de heilige Geest. Acht dagen na Pasen komt Jezus naar de leerlingen toe, wij mogen er net als Tomas ook bij zijn. De overwinning van ons eigen ongeloof en dat van de wereld begint hier. Door te luisteren naar het Paasevangelie en de wonden op het lichaam van Jezus aan te raken, die nog steeds gewond is in het lichaam van zo vele mensen, dichtbij en veraf. Zo wordt de Paasvreugde geboren. Ook in deze tijd, waarin wij opgesloten zitten in ons eigen huis, de tijd waarin wij afstand moeten bewaren en elkaar niet mogen aanraken, laten wij ons hart raken door het lijden in de wereld, de eenzaamheid, door de mensen die strijden tegen het alles overheersende virus, en door de familie die daar niet bij mag zijn. Wij raken in gedachten hen aan met onze liefde die net als Jezus dwars door gesloten deuren gaat. Wij laten ons raken door de liefde van Jezus en laten zijn vrede op ons neerdalen om die te delen met de mensen om ons heen. In gebed richten wij ons tot Jezus en vragen om troost, kracht en vrede.

Jezus U komt vandaag in ons midden en wenst ons uw vrede.
De vrede die wij zo vaak niet kunnen ervaren.
Geef ons uw vrede, Heer, moedig ons aan.
Wij bidden U: genees de zieken,
bescherm degenen die voor hen zorgen.
Wees de mensen in quarantaine nabij.
zegen de kaartjes die hun wordt gebracht,
de telefoontjes die zeggen: je bent niet alleen.
Geeft Wijsheid aan het RIVM, aan de overheid,
laat er een vaccin gevonden worden.
Help degenen die inkomen mislopen.
God, zie om naar alle mensen in nood.
Laat ons ervaren dat u ieder van ons omsluit,
dat U uw hand legt op ons.
Doe ons wonen in uw beschutting.
en troost ons met het uitzicht op een nieuwe aarde,
waarin wij verbonden met elkaar als broers en zussen,
verbonden met moeder aarde die ons draagt en voedt
genezing vinden in uw liefde en uw licht.
Amen


terug naar boven



Donderdag onder het octaaf van Pasen 16 april - Wim Vroom

Door het leesrooster van de Kerk wordt ons Lucas 24, 36-49 aangereikt:

Terwijl de Emmaüsgangers nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’ Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien. Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? Kijk naar mijn handen en voeten, ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat ik heb.’ Daarna toonde hij hun zijn handen en zijn voeten. Omdat ze het van vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’ Ze gaven hem een stuk geroosterde vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op. Hij zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’ Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem. Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed.’

De tijd tussen Pasen en Pinksteren ervaar ik elk jaar als een bijzondere periode. We krijgen vijftig dagen (Pinksteren/pentacoste = 50e dag) de tijd om te gaan beseffen wat het betekent: verrijzenis - leven sterker dan de dood. Verrijzenis is geen simpel feitje om klakkeloos aan te nemen. De Bijbelse verhalen laten zien hoe ook Jezus’ leerlingen pas langzaam tot het besef komen dat Jezus niet dood is, maar dat Hij leeft. Midden onder hen!
In het evangelie van Lucas wordt op drie manieren verteld over de verrijzenis van Jezus. Eerst wordt het door engelen vertelt aan de vrouwen die het graf bezoeken, daarna verschijnt Jezus aan de Emmaüsgangers en ten slotte komt Hij te midden van zijn leerlingen.
Mij treffen twee dingen in het verhaal van vandaag.
Allereerst de eerste woorden die Jezus spreekt als Hij te midden van zijn leerlingen komt te staan. ‘Vrede zij met jullie.’ Elders in de Bijbel klinken eendere woorden bij verschijningen: ‘Vrees niet’ - ‘Wees niet bang’. We hoeven niet bang te zijn als God - hoe dan ook - in ons midden komt. God toont zich als: gericht op vrede, op vol mens mogen zijn. Ook in deze angstige tijden worden die woorden tot ons gesproken.
Het tweede dat mij opvalt is, hoe tastbaar de verrezen Jezus midden tussen de leerlingen komt te staan. Geen als geestverschijning, maar als volwaardig mens, die de tekenen van zijn kruisiging draagt. In meerdere verschijningsverhalen wordt over zijn wonden geschreven. De verrezen Christus draagt de tekenen van zijn dood met zich mee. In de verrijzenis wordt het lijden niet ontkent, maar serieus genomen.
Zeker in tijden van crisis zijn beide gedachten troostvol en tegelijkertijd een opdracht. Ook nu is het belangrijk om de vrede in ons hart te bewaren. Persoonlijk, maar ook wereldwijd. En in ons verlangen naar nieuwe toekomst zullen we de wonden die nu geslagen worden mee moeten nemen. Sterker nog: de wonden mogen ons inspireren om niet te snel terug te vallen op het oude. Die wonden vertellen ons hoe we - vanuit onze ervaringen - opnieuw vorm kunnen geven aan een toekomst zonder vrees. Dat we tijd nodig hebben om dat te ontdekken, dat is niet erg. Gelukkig vallen Pasen en Pinksteren niet op één dag!

GEBED

God van Liefde,
Telkens weer zegt U ons ‘Vrede’ aan,
mogen wij leven zonder angst.
Schenk ons de moed om uw woorden van vrede
door te laten dringen in ons hart.
Geef ons de moed om ‘in vrede’
om te zien naar onze verwondingen.
Opdat nieuw leven mogelijk en te dragen is.
Dat vragen wij U, in verbondenheid met Jezus Christus,
die in zijn verrijzenis de wonden van zijn dood draagt.
Hij die ons Vrede toezegt,
opdat uw Rijk kome
tot in ons midden.
AMEN

terug naar boven



De opgestane Heer verschijnt aan Maria Magdalena,
Rembrandt van Rijn, 1638.


Dinsdag onder het octaaf van Pasen 14 april - Ivan Kantoci

Het leesrooster van de RK Kerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (20: 11-18) aan:

“In die tijd stond Maria buiten bij het graf te schreien. En al schreiend boog zij zich naar het graf toe en zag op de plaats waar Jezus' lichaam gelegen had, twee in het wit geklede engelen zitten, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde. Zij spraken haar aan: 'Vrouw, waarom schreit ge?' Zij antwoordde: 'Zij hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben neergelegd.' Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: 'Vrouw, waarom schreit ge? Wie zoekt ge?' In de mening dat het de tuinman was vroeg zij: 'Heer, mocht gij hem hebben weggebracht, zeg mij dan waar ge hem hebt neergelegd zodat ik hem kan weghalen.' Daarop zei Jezus haar: 'Maria!' Zij keerde zich om en zei tot hem in het Hebreeuws: 'Rabboeni!' wat leraar betekent. Toen sprak Jezus: 'Houd mij niet vast, want ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.' Maria Magdalena ging aan de leerlingen berichten dat zij de Heer gezien had en wat hij haar gezegd had.”

Maria Magdalena was op zoek naar Jezus. Ze sprak met Hem en ze herkende Hem niet. Ze herkende Hem pas toen Hij haar naam noemde. Jezus heeft gezegd ‘Mijn schapen kennen mijn stem’. Er zijn tijden in ons leven wanneer wij meer dan anders kunnen groeien in vertrouwdheid met Jezus en met waartoe Hij ons roept. Zou zo een tijd de tijd van coronapandemie kunnen zijn?

De verrezen Heer is degene die ons uitzendt om het nieuws van de verrijzenis aan anderen te brengen. Zijn we misschien in deze tijd van coronapandemie geroepen om zelf te werken aan de overwinning van het goede op het kwaad, van leven op de dood, te groeien in de overtuiging dat het leven krachtiger is dan de dood, het goede sterker dan het kwaad?
Misschien moeten wij, zoals Maria Magdalena, de Jezus van voor de kruisiging, die we kenden, loslaten, en leren, door de gevolgen van coronapandemie, ons te verhouden tot ‘nieuwe’ Jezus die wij leren kennen op een heel andere manier ?

We beleven bijzondere en nieuwe ervaringen deze dagen. We delen deze ook op een andere manier dan anders, via middelen die ons beschikbaar zijn, op afstand, om zo de pandemie te bestrijden. Als wij onze ervaringen ook op die manier willen delen kunnen we ook nu doen wat van elke christen verondersteld wordt: naar de andere gaan en vertellen wat de Heer ons gezegd heeft!

Onze reis vanuit duisternis van ongeloof naar gedeeltelijk geloof en naar volkomen geloof gaat misschien ook zo zoals bij Maria Magdalena: door teleurstelling, droefheid en verlies. Hoe zwaar het is op dit moment, we kunnen het graf van het opgaan in ons zelf, van hopeloosheid, samen met Jezus verlaten. Wat we kunnen, is luisteren naar geluid van Jezus’ stem die ons roept, het zal ons nieuwe ogen geven, en als we Jezus herkennen zullen we vervuld worden van hoop en vreugde.

Jezus vraagt ook ons, “ Wie zoek je?” en Hij nodigt ook ons uit om onze hoop, het ware leven, te laten vinden. Hij wil ons verrijken en ons helpen om te ontdekken waar zijn geest aan het werk is in onze levens.
Misschien hebben ook wij soms het gevoel dat de Heer ons ontnomen werd. Gebed en christelijk leven kunnen soms saai, droog en vermoeiend zijn: institutionele schandalen vreten energie. Jezus is altijd nieuw. Hij maakt deel uit van het gebed en christelijk leven van ons allemaal. We moeten niet vasthouden aan een ‘oude Jezus’ maar meestappen met Hem die de nieuwe reis van leven en gebed met ons bewandelt.

Gebed
Heer, ik bid en hoop in deze dagen,
ik geef me helemaal met al mijn zorgen
en moeilijkheden aan U over.
Ik wil zoeken naar tekenen
van opstanding in mijn leven.
Heer, roep mij, noem mij,
dan zal ik me verbonden weten
met U en allen in de parochie die
U kennen en Uw stem volgen. Amen.



terug naar boven



Wim Vroom - pastoraal werker

GEBED BIJ STILLE ZATERDAG

God van mensen,
op deze Stille Zaterdag
valt ons leven echt stil.
We staan stil bij het graf van Jezus
die zijn leven gaf voor zijn vrienden,
trouw aan zijn goede boodschap
van leven en liefde.

In deze dagen is ook ons leven stil gevallen,
veel van wat we gewoon waren te doen
is nu onmogelijk
en wij zijn veel aan huis gebonden.
Geef ons daarin de ruimte om stil te staan
bij het graf van Jezus
en bij allen die getroffen worden
door lijden en dood.

Wij bidden U voor hen voor wie het leven
oorverdovend stil geworden is.
Voor mensen die eenzaam zijn,
geen contact kunnen hebben met hun dierbaren,
voor hen die ook met Pasen overgeleverd zijn aan zichzelf.
Ook bidden wij U voor mensen
van wie het dagelijks inkomen in gevaar is
of al is weggevallen.

Wij bidden U voor hen
voor wie in deze dagen geen stilte is weggelegd.
Voor hen die moeten vechten voor hun leven,
voor hen die er alles aan doen om mensen
nabij te zijn door verzorging en aandacht.
Voor hen voor wie het onmogelijk is
om in afstand tot elkaar te leven
en zo de dreiging van ziekte niet kunnen ontwijken.

God van mensen,
wij bidden U voor onze persoonlijke intenties.
Dat wij verbonden mogen blijven
met wie ons dierbaar zijn
en voor alles wat er leeft in ons hart.

Houd in ons de hoop levend
dat er,
ondanks alle dood en verdriet,
opstanding mogelijk is.
Moge de steen die ons verlamt,
die voor velen heel zwaar is,
toch ooit weer weggerold worden.
Opdat nieuw leven mogelijk is,
een nieuw Pasen voor iedereen.

Dat bidden wij U,
in de stilte van ons hart,
in verbondenheid met Hem die ons voorging
in leven, in dood, maar ook in opstanding,
Jezus Christus,
Uw Zoon en onze Broeder.
AMEN

terug naar boven



Goede Vrijdag 10 april – Ronald Dashorst

Wij gedenken het lijden en sterven van de Heer.
Johannes 19, 23-30

Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen ze zijn kleren en deelden ze in vieren, voor iedere soldaat een deel. Ze namen ook de lijfrok, die echter zonder naad was, aan één stuk geweven van bovenaf. Daarom zeiden ze tot elkaar: “Laten we die niet scheuren, maar er om loten wie hem krijgt.” Aldus moest de Schrift vervuld worden: Zij verdeelden mijn kleren onder elkaar en dobbelden om mijn gewaad. Terwijl de soldaten hiermee bezig waren, stonden bij Jezus’ kruis zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw, zie daar uw zoon.” Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Zie daar uw moeder.” En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis. Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, zei Jezus, opdat de Schrift vervuld zou worden: “Ik heb dorst.” Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze doopten er een spons in, staken die op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij: “Het is volbracht.” Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest.

Vandaag lezen wij het aangrijpende verhaal van de gevangenneming, het lijden en het sterven van Jezus. Dit verhaal klinkt overal over de heel de wereld bij alle christenen. Het verhaal klinkt in lege kerken, die via internet uitzenden naar de vele gelovigen die er naar luisteren. Het klinkt als we elkaar voorlezen, of wordt in stilte gelezen. Het klonk gisteren met muziek op de televisie bij de Passion of Christ. Het verhaal klinkt deze dagen in de verschillende versies die Bach gecomponeerd heeft. Het klinkt dit jaar niet in volle zalen en kerken, maar wordt gestreamd en door velen thuis beluisterd. Deze oude woorden en de prachtige muziek weten ons nog steeds diep te raken. Een mens sterft in een uithoek van de wereld aan een onmogelijk kruis, een pijnlijke en schandelijke dood. In de versie van de evangelist Matteüs, komen nauwelijks hoorbaar van zijn lippen de woorden van Psalm 22: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’ En die roep klinkt door tot op de dag van vandaag en wordt vele malen herhaald, hier en daar en overal. In het lijdensverhaal van Christus klinkt ook het lijden van zovele mensen door, misschien zelfs het lijden van ons zelf.

Velen lijden aan de heftige klachten die het coronavirus oproept. Mensen die ziek worden over de hele wereld. Mensen die sterven, veelal oudere en kwetsbare mensen. Mensen die rouwen. Mensen die hun geliefden niet mogen bezoeken. Vanmorgen hoorde ik dat in de Verenigde Staten, op één dag, opnieuw, meer dan 2000 mensen zijn overleden aan het virus. De meesten van hen zijn arme Afro-Amerikanen, die geen ziektekostenverzekering hebben. Mensen die totaal aan hun lot worden overgelaten en sterven als ratten in een rijk en welvarend land. ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten’ klinkt ook uit de monden van deze mensen. Een schreeuw om betere omstandigheid, betere zorg, om gezien te worden als mensen, als broeders en zusters.

Naast het lijden, de dood, waar het nieuws vol van is, zien we om ons heen een heel andere wereld. We zien bomen uitbotten, bladeren die zich kwetsbaar ontvouwen, prachtigste bloementooi die verschijnt. We zien de Keukenhof volop bloeien. De tuinen, de parken en de bossen die tot leven komen. Vogels die zingen hun mooiste lied en zijn druk zijn om hun nesten in gereedheid te brengen. In onze achtertuin vliegen pimpelmezen af en aan met mos, pluisjes en takjes om een nestje te bouwen en te zorgen voor nieuw leven. De lente in de natuur is niet te stuiten, barst uit haar voegen en laat een heel andere kreet horen. De kreet van het nieuwe leven, van een nieuwe toekomst. De natuur en het milieu varen wel bij de coronacrisis. Dat doet mij denken aan Franciscus van Assisi die in zijn Zonnelied zijn lof uit zingt voor de Schepselen. ‘Laudato Si’ – ‘Geprezen zijt Gij, mijn Heer’, zong de heilige Franciscus. Vol vreugde, dankbaarheid van verwondering voor de schepping liep hij huppelend door het land. In dit prachtige loflied maakt hij er ons op attent dat dit land en deze aarde ons gemeenschappelijk huis is. Het is als een zuster met wie wij ons leven delen, en als een goede moeder die ons met open armen ontvangt. ‘Geprezen zijt Gij, mijn Heer, voor onze zuster Moeder Aarde, door wie wij gevoed worden en verzorgd, die velerlei vruchten voortbrengt, met kleurige bloemen en groen’.

Twee werelden komen samen, de wereld van het lijden en de pijn en de wereld van het nieuwe leven in de lentepracht. Wij staan vandaag met Maria en Johannes onder het kruis. Horen Jezus zeggen’: “Vrouw, zie daar uw zoon’, en tot de zoon: “Zie daar uw moeder.” Wij worden opgeroepen om moeder en zoon, om vader en dochter, om broeders en zusters voor elkaar te zijn. Om in liefde, met elkaar verbonden, zorg voor elkaar te dragen. Wij worden door deze crisis opgeroepen onze relaties met elkaar te herzien en te verbeteren en zorg te dragen voor onze armen, de ouderen de eenzamen en de kwetsbare medemensen. Om zorg te dragen voor de natuur, voor de hele schepping. Wij zijn verbonden met elkaar in de liefde die God voor ons heeft, die zijn Zoon heeft gegeven om ons voor te gaan in die liefde en om met Hem samen Pasen te vieren.

Liefdevolle God,
Toon ons onze plaats in deze wereld
Als instrumenten van uw liefde
Voor alle schepselen op deze aarde
Omdat geen ervan vergeten wordt door U.

De armen en de aarde smeken U,
Heer, door uw macht en uw licht
Bescherm elk leven,
Schenk ons een betere toekomst,
Laat uw Rijk komen
Van gerechtigheid, vrede, liefde en schoonheid,
Geprezen zij God.
Amen

(Gebed uit Laudato Si van paus Franciscus)
Zie ook YouTube boodschap van Prinses Irene over corona

terug naar boven



Woensdag in de Goede Week 8 april – Sebastian Gnanapragasam

In deze dagen van coronacrisis geeft de eerste lezing een opdracht aan alle gelovigen. Vandaag spreekt de eerste lezing over de kenmerken van leerlingen van Christus. Toen ik de eerste lezing las, werd ik herinnerd aan de evangelielezing uit het Marcus-evangelie.

“Hij stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen en door Hem uitgezonden te worden om te prediken”( Marcus 3:14). Het eerste kenmerk van de leerlingen van Jezus Christus is de bereidheid om Hem te willen vergezellen. Als wij groeien in verbondenheid met Jezus, leren wij de inhoud van onze prediking te versterken. De manier van communiceren met onze medemensen wordt ten zeerste bepaald door onze verbondenheid met Christus.

Jezus Christus heeft gezegd dat Zijn leerlingen het zout der aarde en het licht der wereld zijn.

Als Jezus dat tegen zijn apostelen zegt, zegt Hij dat ook tegen ons. Ook wij zijn dus het zout van de aarde en het licht van de wereld. Dat zijn heel diepgaande woorden. Vooral dat wij het licht van de wereld zijn, is aangrijpend. In een discussie met de farizeeën zegt Jezus immers van zichzelf: ‘Ik ben het licht van de wereld.’

Die opdracht geeft Hij dus aan ons: dat we, net zoals Hij, licht zouden zijn: licht voor onszelf, licht van de wereld, licht voor onze medemensen. En Hij voegt eraan toe dat we ook het zout van de aarde zijn.

Licht en zout waren en zijn dus nog steeds van levensbelang. En dat is wat Jezus tegen zijn apostelen en tegen ons zegt: dat we van levensbelang zijn voor onze medemensen. Dat we in deze coronacrisis smaak moeten geven aan hun leven en ook licht geven, zodat ze niet verloren lopen.

Mogen wij goede leerlingen van Jezus zijn en Zijn opdracht in ons leven vervullen. Die opdracht is helder in de eerste lezing van vandaag. Ik eindig deze bezinning met een gedeelte uit de eerste lezing van vandaag.

“De Heer heeft mij gegeven
de tong van een goede leerling,
zodat ik de moedeloze toe kan spreken.
In de morgen wekt Hij mij op om te spreken,
in de morgen wekt Hij mij op om te luisteren,
zodat ik hoor wat een leerling hoort.” (Jesaja 50:4)
Amen.

terug naar boven



Dinsdag in de Goede Week 7 april - Wim Vroom

Psalm 42-43

Zoals een hinde smacht
naar stromend water,
zo smacht mijn ziel
naar u, o God.
Mijn ziel dorst naar God,
naar de levende God,
wanneer mag ik nader komen
en Gods gelaat aanschouwen?
Tranen zijn mijn brood,
bij dag en bij nacht,
want heel de dag hoor ik zeggen:
‘Waar is dan je God?’
Weemoed vervult mijn ziel
nu ik mij herinner hoe
ik meeliep in een dichte stoet
en optrok naar het huis van God –
een feestende menigte,
juichend en lovend.

Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik hem weer loven,
mijn God die mij ziet en redt.

Mijn ziel is bedroefd,
daarom denk ik aan u,
hier in het land van de Jordaan,
bij de Hermon,
op de top van de Misar.
De roep van vloed naar vloed,
de stem van uw waterstromen –
al uw golven slaan
zwaar over mij heen.
Overdag bewijst de HEER
mij zijn liefde,
’s nachts klinkt een lied in mij op,
een gebed tot de God van mijn leven.
Tot God, mijn rots, wil ik zeggen:
‘Waarom vergeet u mij,
waarom ga ik gehuld in het zwart,
door de vijand geplaagd?’
Mij gaat door merg en been
de hoon van mijn belagers,
want ze zeggen heel de dag:
‘Waar is dan je God?’

Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik hem weer loven,
mijn God die mij ziet en redt.

Verschaf mij recht, o God,
vecht voor mijn zaak.
Bescherm mij tegen
een liefdeloos volk, vol list en bedrog.
U bent toch mijn God,
mijn toevlucht,
waarom wijst u mij af,
waarom ga ik gehuld in het zwart,
door de vijand geplaagd?
Zend uw licht en uw waarheid,
laten zij mij geleiden
en brengen naar uw heilige berg,
naar de plaats waar u woont.
Dan zal ik naderen
tot het altaar van God,
tot God, mijn hoogste vreugde.
Dan zal ik u loven bij de lier,
God, mijn God.

Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik hem weer loven,
mijn God die mij ziet en redt.

Er is al veel gezegd over deze tijden van Corona en wat wij, in allerlei omstandigheden, mee moeten maken.
Op vele manieren wordt ons gewone leven beproefd, moeten we haast letterlijk door een woestijn heen. Na zoveel dagen komen vragen op als: hoe houden we het vol, waar halen we de kracht vandaan? Ons geloof en vertrouwen in een God van nabijheid wordt op de proef gesteld. Durven we ook dat uit te spreken?
Het bijzondere van de Bijbel is, dat daarin ruimte is voor vragen en klachten, ook richting God. Niet stilletjes en in een hoekje, maar luid en duidelijk. Zeker in het boek van de Psalmen, zeg maar het gebedenboek van de Bijbel, wordt van het hart geen moordkuil gemaakt. Als het leven zwaar is wordt er heel wat tegen God geklaagd en gesmeekt. Psalm 42-43 is daar een sprekend voorbeeld van. Het is een gebed dat Jezus zelf gebeden zal hebben.

Met de woorden van deze psalm mogen ook wij onze eigen onzekerheid en droefheid uitspreken. We mogen onze eigen dorst naar het leven, de dorst van onze eigen ziel voor God brengen. Zeker nu we op weg zijn naar Pasen en het voor ons onmogelijk is om in onze geloofsgemeenschappen samen te komen. We kunnen de dood en de opstanding van Jezus niet op de gebruikelijke manier samen gedenken en vieren. Die weemoed naar, en gemis van, de ‘gewone tijden’ wordt in deze psalm uitgesproken.
Het is een psalm van weemoed en wanhoop, maar toch ook van hoop op nieuw uitzicht. Heel krachtig wordt God gesmeekt om nieuwe toekomst mogelijk te maken. En in het refrein van de psalm, waar de psalm mee eindigt, spreekt de psalmist zijn en haar eigen ziel toe om die hoop vast te houden, ondanks alle wanhoop en onrust:

‘Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik hem weer loven,
mijn God die mij ziet en redt.’

GEBED

Goede God,
in deze dagen worden we geraakt in ons leven.
Veel van wat altijd vanzelfsprekend was
is nu niet mogelijk.
Wij leven gescheiden,
moeten afstand houden van elkaar,
kunnen ook als geloofsgemeenschappen
deze Goede Week niet vieren in onze kerken.
Geef ons de moed om het toch vol te houden,
verbonden te blijven met elkaar en met U.
Opdat wij deze moeilijke tijd doorkomen,
verbonden met elkaar en met U.
Wees ons nabij,
U die ons ziet en redt.
AMEN

terug naar boven



Maandag in de Goede Week 6 april - Ivan Kantoci

Het leesrooster van de RK Kerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (12, 1-11) aan:

“Zes dagen voor Pasen kwam Jezus te Bethanië, waar Lazarus woonde, die Hij uit de doden had opgewekt. Men gaf daar ter ere van Hem een maaltijd. Marta bediende en Lazarus was een van degenen die met Hem aanlagen. Maria nu nam een pond nardusbalsem, echte en heel kostbare, zalfde daarmee Jezus’ voeten en droogde ze met haar haren af. Het huis hing vol balsemgeur. Daarop zei Judas Iskariot, een van zijn leerlingen, dezelfde die Hem zou overleveren: Waarom is die balsem niet voor driehonderd denaries verkocht en het geld aan de armen gegeven. Hij zei dat, niet omdat hij bezorgd was voor armen, maar omdat hij een dief was en uit de beurs die hij bewaarde, wegnam wat erin kwam. Jezus echter zei: ‘Laat haar begaan. Zij heeft dit gebruik onderhouden vooruitlopend op de dag van mijn begrafenis. Want de armen houdt gij altijd bij u, Mij echter niet altijd. Intussen waren heel veel Joden te weten gekomen dat Jezus daar was, en kwamen erheen niet alleen omwille van Jezus, maar ook om Lazarus te zien die Hij uit de doden had opgewekt. De hogepriesters besloten toen ook Lazarus uit de weg te ruimen, omdat om hem veel Joden wegliepen en in Jezus geloofden.”

Dit verhaal van Johannes wordt verteld in zijn evangelie voor Jezus’ intocht in Jeruzalem. Jezus’ intocht in Jeruzalem hebben wij gisteren, met Palmpasen gevierd. Voor de eerste keer in ons leven niet samen bij elkaar in onze kerken en met palmtakken in onze handen. De viering werd gehouden alleen door de voorganger, twee assistenten, koster, organist, cantor en twee mensen die de technische apparatuur voor de uitzending bedienden. U die over internet beschikt, u hebt de viering kunnen volgen en op deze manier kunnen deelnemen aan de viering van Palmpasen. Allemaal, vanwege heersende pandemie, apart, onwerkelijk en toch waar. En niet alleen in ons midden. Over de hele wereld datzelfde situatie. Paus Franciscus in de Sint Pieter met een kleine groep aanwezigen, de kathedralen en de parochiekerken in de wereld in diezelfde sfeer. Zo sober en anders dan anders zijn we gisteren begonnen aan de Goede Week.

Zes dagen voor Pasen, vertelt de evangelist, kwam Jezus te Bethanië waar Lazarus woonde die hij uit de doden had opgewekt. Die opwekking uit de doden van Lazarus beviel de hogepriesters niet omdat veel Joden gingen geloven in Jezus dat hij werkelijk Christus is, de gezalfde, Messias, Zoon van God. Het geloof van deze kleine groep Joden in Jezus als beloofde Messias resulteerde in de bekende tegenwerking van de grote meerderheid. Deze Goede Week zullen we getuigen zijn van dit conflict en het besluit om Jezus te doden ‘niet alleen omdat Jezus de sabbat aantastte, maar omdat Jezus God zijn eigen Vader noemde en daardoor zichzelf aan God gelijk maakte’ (Joh. 5, 18).

In deze dagen van de corona pandemie, als wij Jezus lijden, dood en verrijzenis gedenken en vieren, getuigen wij juist van ons geloof die ons doorgegeven is ook door de gemeenschap van evangelist Johannes dat Jezus aan God gelijk is, dat God zijn en onze Vader is en dat deze God mensen nabij is zoals Hij zijn Zoon, in zijn dood en verrijzenis nabij gebleven is.

In de actuele omstandigheden van de corona pandemie blijft God alle mensen nabij en wij die in Hem geloven kunnen onze liefde tot Hem het beste bewijzen op de manier van daadwerkelijke liefde voor onze naasten. Zoals Jezus dat deed! Zoals God dat wil!

Tot slot enkele gedachten van Christian de Chergé, een van de trappisten die in Algerije in 1996 door islamisten uit de Abdij Onze-Lieve-Vrouw van Atlas in Tibhirine ontvoerd is en vermoedelijk later vermoord. Hij werd op 9 december 2018 zalig verklaard met de achttien andere martelaren van Algerije.

“De hoop is geweldiger, beter, ze ziet instinctmatig dat ze alleen in vervulling kan gaan wanneer je vast bereid bent veel geduld te hebben met jezelf, met de ander en zelfs met God. Om levend te blijven vraagt ze om dagelijks onderhoud. Alle kleine gebaren zijn daar goed voor. Een glas water dat wordt aangeboden of ontvangen, een stuk brood dat gedeeld wordt, een handdruk die gegeven wordt, spreken treffender dan een theologisch handboek over de mogelijkheid om samen te zijn. Wij worden beiden gekenmerkt door het appel van een hiernamaals, maar de eerste logica van dat hiernamaals komt erop neer dat we nu al dingen beter samen kunnen doen. Een nieuwe wereld is in wording en het is aan ons om een idee te geven van wat haar ziel is…”

(Uit: Yves Bériault, Alleen liefde heeft toekomst. De getuigenissen van Etty Hillesum en Christan de Chergé. Berne Heeswijk, 2019)


Gebed

Levende God, wij vragen U
laat een spoedig einde komen aan de coronavirus-pandemie.
Genees onze zieken,
sterk hen die voor hen zorgen,
helpen ons allen te volharden in het geloof.
Amen.

terug naar boven



Zaterdag 4 april - Mariska Litjes

Deze zaterdag lezen we uit het Oude Testament de verzen 31,10-14 uit het boek Jeremia.

Volken, luister naar de woorden van de Heer,
vertel het verderop de verste eilanden: Hij die Israël verstrooid heeft, zal het samenbrengen en hoeden, zoals een herder zijn kudde.
Want de Heer verlost het volk van Jakob, hij bevrijdt hen uit de hand die sterker was dan zij.
Zij komen juichend naar de Sion, stralend van vreugde om de gaven van de Heer: koren, wijn, olijfolie en geiten, schapen, koeien.
Zij gedijen als een waterrijke hof, nooit meer zal het hun aan iets ontbreken.
Meisjes dansen vrolijk in de rij, jongens en grijsaards dansen mee.
Hun rouw verander ik in vreugde, ik troost hen, hun verdriet vergeten zij.


Vaak lezen we in het boek Jeremia dat de profeet juist de ondergang voor het volk verkondigt. Hij bekritiseert en veroordeelt het menselijk gedrag. Maar in dit lied bezingt hij een visioen over bevrijding. Perspectief voor de toekomst, al is er veel verloren gegaan.

Hoopvolle verzen in het boek van Jeremia. We hebben het nodig in deze dagen. De woorden uit een ver verleden zijn ook nu weer erg actueel. Ze zouden nu zomaar kunnen binnen komen via sociale media. En dat gebeurt ook, in andere taal maar met een zelfde strekking.
Ik las in een column in de Trouw: ‘de natuur slaat terug’ als reactie op ons gedrag en jaren van getreuzel en vergaderen om iets te gaan doen om de aarde te redden. Zou deze crisis ons uit de hand die sterker was dan wij bevrijden? Ik hoop het zoals in het visioen van Jeremia. Dat we weer dansen en de rouw veranderen zal in vreugde. Dat we ons verdriet vergeten. Maar ook weer niet helemaal. Want ik hoop dat we van dit alles leren en ons ook zullen blijven herinneren hoe het was en niet automatisch weer oude patronen oppakken.

Jeremia reikt het volk van God hoop aan. Gelukkig komt ook de hoop volop online binnen. Er gaat geen dag voorbij of ik krijg via Whatsapp, mail, Facebook wel een tekst of filmpje waarin ons hoop wordt aangereikt. Gedichten over de ‘lente die alles zag ‘(u heeft hem vast ook gelezen). Maar ook filmpjes vol humor. Belangrijke tegenhanger bij verdriet en ellende. Al deze zaken die tot ons komen werken als spiegels, of zijn voedsel voor onze ziel. Net zoals vele Bijbelverhalen en dit visioen van Jeremia. De kracht van bezinning, gebed en visioenen van hoop kan ons helpen in allerlei situaties. Het geeft vertrouwen en houvast. God is constant online denk ik vaak. Hij werkt door en voor mensen.

Zo kreeg ik een verhaal in mijn mailbox. Een verhaal van Toon Tellegen over ‘de egel en de eekhoorn’. Ik moest glimlachen en werd er vrolijk van. Humor en hoop en de boodschap dat het goed komt.

Ik sluit deze bezinning af met een gebed en ter bemoediging schenk ik u een glimlach door het verhaal met u te delen.

Goede God,
wij worden gewezen op onze verantwoordelijkheid
door wat wij nu meemaken.
U roept ons steeds weer op
het goede te doen en het kwade te weerstaan.
Laat ons uitdragen het visioen dat het goed komt.
Laat ons hoop en vreugde verspreiden.
Laat ons een glimlach cadeau doen
aan iedereen die dat nodig heeft.

Amen.

Verhaal van Toon Tellegen uit het boekje ‘wat dansen we heerlijk’

De egel en de eekhoorn
De egel wilde heel graag een keer met de eekhoorn dansen, maar wel op afstand, zodat de eekhoorn hem niet kon zien. Het is geen gezicht zoals ik dans, dacht hij, en dan nog al die stekels….

Maar hoe zouden we dan het best kunnen dansen? Dacht hij. Om een hoekje heen? Of met een muurtje tussen ons in? Hij dacht lange tijd na. Toen ging hij aan zijn tafel zitten en schreef een brief aan de eekhoorn:

Beste eekhoorn
Wil jij een keer met mij dansen?
Ik wil dat heel graag
Maar ik wil niet dat je me ziet
Zoals ik dans is geen gezicht
Ik ben zo onhandig.
Dat weet je misschien wel.
Ik zit gewoon onhandig in elkaar,
daardoor komt dat.
Vind jij het goed als jij thuis
danst en ik ook?
Dan hebben we geen last van
mijn onhandigheid
Zullen we meteen beginnen?
De egel


De eekhoorn las de brief. Hij stond op en begon te dansen.
Al dansend schreef hij een brief aan egel terug:

Beste egel
Wat dansen we heerlijk
De eekhoorn


Lange tijd dansten ze zo, de eekhoorn in zijn kamer hoog in de beuk en de egel in zijn huis onder de rozenstruik. Ze hielden allebei hun ogen dicht. Niemand zag hen. Het was een stralende dag in het begin van de lente.
Uren later, in het begin van de nacht, toen alle dieren al sliepen, dansten ze nog.
Ten slotte stonden ze stil en schreven elkaar dat ze nog nooit zo heerlijk hadden gedanst en wensten elkaar welterusten.

Even later sliepen ze. Maar in hun dromen dansten ze verder, op de open plek in het bos, met hun armen om elkaar heen, heel dicht bij elkaar. En de egel droomde dat de eekhoorn zei: “het is wél een gezicht, egel!” en de eekhoorn droomde ook zoiets.

Toon Tellegen, uit: “Wat dansen we heerlijk “

Gebed:

terug naar boven



Vrijdag 3 april 2020 – Ronald Dashorst

Johannes 10, 31-42

Weer raapten de Joden stenen op om Hem te stenigen. Maar Jezus zei hun: “Ik heb voor uw ogen veel goede werken verricht, die uit de Vader voortkomen; om welk van die werken wilt gij Mij stenigen?” De Joden gaven Hem ten antwoord: “Niet om een goed werk stenigen wij U, maar om een godslastering: dat Gij, een mens, Uzelf tot God maakt.” Jezus antwoordde hun: “Staat er niet in uw Wet geschreven: Ik heb gezegd: gij zijt goden? Zij heeft hen tot wie het woord Gods gericht werd, goden genoemd, en de Schrift heeft bindende kracht. Maar waarom dan beschuldigt ge Mij, die door de Vader geheiligd en in de wereld gezonden werd, van godslastering als Ik Mijzelf Gods Zoon noem? Als Ik de werken van mijn Vader niet doe, behoeft gij Mij niet te geloven, maar zo Ik ze wel doe, gelooft dan die werken, als ge Mij niet wilt geloven. Dan zult gij inzien en erkennen, dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader ben.” Toen probeerden zij opnieuw Hem te grijpen, maar Hij stelde zich buiten hun bereik. Hij ging terug naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes aanvankelijk gedoopt had, en bleef daar. Velen kwamen tot Hem, want ze zeiden: “Johannes heeft weliswaar geen enkel teken gedaan, maar alles wat hij over deze man zei, was waar.” En velen begonnen daar in Hem te geloven.

We naderen met de lezingen die ons dagelijks worden aangereikt de Goede Week en Pasen. De toon verhard zich in de gesprekken die Jezus houdt met de mensen. Jezus verkondigt het evangelie, maar zijn woorden lokken een uitbarsting van haat uit. De mensen willen Hem zelfs stenigen. Maar Jezus reageert met de kalmte van iemand die weet dat Hij de wil van de Vader doet. De Joden ervaren de woorden van Jezus als godslastering, zij hebben er grote moeite mee dat Jezus zich voor God uitgeeft. De zieken en de zwakkeren die geholpen werden, die geliefd en genezen werden, reageerden heel anders. Zij luisterden naar Hem en bleven Hem volgen. Zij begrepen dat deze liefde van God kwam. Diegenen die hem wilden stenigen bleven blind, verlamd in hun geloof en doof voor het Woord van God. Zij blijven volharden in het geloof dat het niet mogelijk is dat de redding uit het evangeliekomt, uit de zwakte van de kerk of uit het nederige getuigenis van de leerlingen. Zij kunnen niet geloven dat Jezus als écht mens ook écht God is. Dat is het geheim van Jezus, dat ons in het evangelie wordt geopenbaard. Dit mysterie wordt ook doorgegeven aan de kerk, die tegelijkertijd het werk van mensen en van God is. De apostel Paulus omschrijft de kerk als ‘het lichaam van Christus’. Door de kerk, de sacramenten en de verkondiging van het evangelie komen wij rechtstreeks in contact met de liefde van God. Christus leeft verder, ook in deze tijd, zijn liefde uit zich in mensen die oog hebben voor mensen die ziek zijn en mensen die lijden. De liefde van God uit zich in mensen die zich voor hen inzetten en nabij willen zijn aan allen die nabijheid, troost en hulp nodig hebben. Zeker in deze tijden dat nabijheid niet meer zo vanzelfsprekend is. Wij zoeken en vinden een nieuwe vormen van nabijheid. In deze tijd voelen wij ons misschien wel meer met elkaar verbonden dan voor de crisis. We naderen met de lezingen steeds dichter het moment dat Jezus gevangen wordt. De evangelist Johannes wil benadrukken dat het niet de vijanden zijn die Hem gevangennemen, maar dat Jezus zich uit liefde aan hen overlevert. Nu gaat Hij nog van hen weg. Hij gaat naar de plaats waar Johannes doopte. Daar komen vele mensen naar Hem toe om naar Hem te luisteren. Gaan ook wij naar Hem toe, lopen wij met Hem mee en luisteren ook wij naar Zijn woorden in deze bijzondere tijd. Door ons gebed, het lezen uit de Schrift, door de vieringen te volgen via video kunnen wij Jezus nabij blijven, zijn woorden opnemen in ons hart en die met onze handen gestalte geven in de wereld waarin wij leven. Met elkaar verbonden in de liefde van God wens ik u allen veel zegen, troost en kracht op weg naar Pasen, in het vertrouwen dat ook deze tijd weer voorbij zal gaan.

terug naar boven



Donderdag 2 april 2020 - pastoor Hans Hermens

Joh. 8, 51-59

In die tijd zei Jezus tot de Joden: ’Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u; als iemand mijn woord onderhoudt zal hij in eeuwigheid de dood niet zien.’ Toen zeiden de Joden Hem: ‘Nu weten wij zeker dat Gij van de duivel bezeten zijt. Want Abraham en de profeten zijn gestorven, terwijl Gij beweert; Als iemand mijn woord onderhoudt zal hij in eeuwigheid de dood niet smaken. Zijt Gij soms groter dan onze vader Abraham die wel gestorven is? Zelfs de profeten zijn gestorven. Voor wie houdt Gij Uzelf wel?’ Jezus antwoordde; ‘Als Ik Mijzelf verheerlijk dan is mijn glorie niets: maar mijn Vader is het die Mij verheerlijkt, van wie gij zegt: Hij is onze God. Toch kent gij Hem niet. Ik daarentegen ken Hem en als Ik zou zeggen dat Ik Hem niet ken zou Ik aan u gelijk zijn: een leugenaar. Maar Ik ken Hem en onderhoud zijn woord. Abraham, uw Vader, juichte van vreugde bij de gedachte dat hij mijn dag zou zien; hij heeft hem gezien en zich verheugd. ‘Toen zeiden de Joden tot Hem: ‘Gij zijt nog geen vijftig jaar en Gij hebt Abraham gezien?’ Jezus antwoordde hun: ‘Voorwaar, voorwaar Ik zeg u; voor Abraham werd ben Ik, ‘Toen raapten zij stenen op om Hem te stenigen maar Jezus trok zich terug en verliet de tempel.

Jezus woord onderhouden, dat is leven naar de naam die Hij draagt, de naam van’; ‘ Ik ben.’ Het is de naam van de Allerhoogste, de naam van God zelf. En die naam is. “Ik zal er voor je zijn”. In Jezus zien we Gods trouw , Gods liefde.
Jezus woord onderhouden, dat is naar mijn inziens leven naar die Naam. “Ik zal er voor je zijn.”
In deze tijd van Corona kan het juist betekenen dat wanneer je er voor iemand wil zijn; je afstand moet bewaren. En nu heel letterlijk.
Je wilt juist nabij zijn bij je meest dierbaren maar wegens risico op besmetting kan dit niet. Heel begrijpelijk en verstandig allemaal. Maar ook heel pijnlijk. Ja elkaar even niet zien kan dan ook een teken van liefde zijn, grote liefde zelfs.

Gebed
Vader in de Hemel, door Jezus mogen wij uw kinderen zijn. Schenk ons de kracht om Uw naam waar te maken aan de mensen ons gegeven. Schenk ons de moed om door te gaan op de weg door U gegeven. Om zo in uw naam mensen te zijn die vrede brengen waar ruzie is, troost waar men leeft in verdriet en hoop waar vertwijfeling is. Amen.

terug naar boven



Woensdag 1 April 2020 - pastor Sebastian Gnanapragasam

“Hij heeft zijn engel gezonden om zijn dienaren te redden,
die vol vertrouwen op Hem.”

De eerste lezing van vandaag geeft meer hoop voor ons leven, vooral in deze moeilijke tijden. In de eerste lezing werden die in Jahweh geloofden op de proef gesteld. Koning Nebukadnessar heeft Sadrak, Mezak en Abednego op de proef gesteld. Hij heeft drie mannen geboeid in het vuur geworpen. Zij zijn niet overleden. De koning en de soldaten waren verbaasd over hun geloof in God. Zij hebben hun geloof in God niet opgegeven. Koning Nebukadnessar zei, “Hij heeft zijn engel gezonden om zijn dienaren te redden, die vol vertrouwen op Hem”.

Als wij deze dagen tv kijken horen wij over het getal van de overledenen door de besmetting van Corona virus. Wij zien ook engelen die mensen in de ziekenhuizen redden. Zij zijn de artsen, verpleegkundigen en allen die in het ziekenhuis werken. Dit gebeurt niet alleen in de ziekenhuizen maar ook daarbuiten. Wij zien de artsen die uit Cuba naar Italië komen om de zieken te redden. God helpt niet direct de mensen. Gods hulp komt naar ons altijd via de medemensen. Alle mensen zijn instrumenten om anderen te redden. De huidige moeilijke situatie laat weten hoe wij afhankelijk zijn van onze medemensen, dichtbij en veraf.
De woorden uit de eerste lezing zal iedereen in de wereld troosten, ‘ Hij heeft zijn engel gezonden om zijn dienaren te redden die vol vertrouwen op Hem.’ Amen.

Gebed: Heer onze God, U kent ons geloof. U weet hoe zwak het is: vol goede wil, maar ook doordrenkt van twijfel en onzekerheid. Toch durven wij vol vertrouwen ons tot U richten. U hebt ons immers uw Zoon gegeven om ons te redden. Moge het Paasfeest dat aanstaande is, ons versterken in ons geloof en hoop geven voor een mooie toekomst. Amen.

terug naar boven



Dinsdag 31 maart 2020 - Wim Vroom

Het leesrooster reikt ons vandaag een vertelling aan die gaat over tocht van de Israëlieten door de woestijn, uit de onderdrukking van Egypte naar het beloofde land. (Numeri 21, 4-9)

Van de Hor trokken ze verder in de richting van de Rode Zee; ze moesten immers om Edom heen trekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig. ‘Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte?’ verweten ze God en Mozes. ‘Om ons in de woestijn te laten sterven? We hebben geen brood en geen water, en we kunnen dit ellendige eten niet meer zien.’ Toen stuurde de Levende giftige slangen op de Israëlieten af, die hen beten, zodat velen van hen stierven. Daarop ging het volk naar Mozes. ‘We hebben gezondigd,’ zeiden ze, ‘want we hebben de Levende en u verwijten gemaakt. Bid tot de Levende dat hij ons van die slangen verlost.’ Mozes bad voor het volk, en de Levende zei tegen hem: ‘Laat een slang maken en bevestig die op een staak. Iedereen die gebeten is en daarnaar kijkt, blijft in leven.’ Mozes liet een koperen slang maken en bevestigede die op een staak. En iedereen die door een slang gebeten was en opkeek naar de koperen slang, bleef in leven.

Wie een frisse neus haalt in de buurt van de eigen woning zal het niet ontgaan zijn. Achter vele ramen zijn beren te vinden. Een leuke afleiding in een moeilijke tijd. Kinderen (en grote mensen!) kunnen op berenjacht. Het idee is geïnspireerd op een boekje dat ik zelf ook met veel plezier vele malen aan mijn kinderen heb voorgelezen: ‘Wij gaan op berenjacht’. In het boekje gaat een familie op berenjacht:
‘Wij gaan op berenjacht.
We gaan een hele grote vangen.
Wat een prachtige dag!
Wij zijn niet bang.’
Maar telkens is er een groot obstakel: een bos, een rivier, een moeras enz. En elke keer als ze dat obstakel zien zeggen ze:
‘We kunnen er niet bovenover.
We kunnen er niet onderdoor.
O nee!
we moeten er wel dwars doorheen!’
Na het obstakel overwonnen te hebben klinken weer die woorden ‘Wij gaan op berenjacht...’, totdat de familie de beer vind. Maar ze schrikken zo van die beer dat ze weer snel naar huis rennen, ook weer door alle obstakels heen. Eindelijk thuis duiken ze veilig het grote bed in en verzuchten: ‘Nooit meer gaan we op berenjacht!’
Aan dit schitterende verhaaltje moest ik al vaker denken nu ons de Corona-crisis overkomt. Met geen mogelijkheid kunnen we er omheen, of je nou ziek bent of nog gezond, we moeten er allemaal rekening mee houden. Hoe ingrijpend het ook is. En hoe we uit de crisis moeten komen is ook nog erg ongewis.
Wat dat betreft is er wel een vergelijking te maken met die Israëlieten, die niet zomaar uit de onderdrukking van Egypte het beloofde land binnen kunnen gaan. Ze moeten eerst hun weg door de woestijn zien te vinden, wel veertig jaar!
In zo’n woestijn zitten wij ook, niet goed wetend welke kant op. Slangen als de moed verliezen, depressief raken, geprikkeld zijn, je baan kwijtraken, missen van contact met je dierbaren: we kennen ze. We moeten er wel dwars doorheen en steeds, zoals de slang op de staak, voor ogen houden waarom we hier doorheen moeten. En misschien is het ook van belang om te kijken welke factoren hebben meegespeeld waardoor we zo hard door deze crisis geraakt zijn. En hoe we ons leven weer op kunnen pakken.
De Israëlieten worden opgeroepen naar de slang op de staak te kijken. Ook wij moeten dwars door deze crisis heen. We hebben geen andere keus. Moge de Levende ons daarin bijstaan!

GEBED

Levende,
wij worden hard getroffen door de Corona-crisis.
Op vele wijzen ervaren we deze verwoestende ziekte.
Wij vragen U:
geef ons de moed om deze crisis onder ogen te zien
en het uit te houden.
Met alle moeilijkheden,
maar ook met alle goede dingen die we ook mogen ervaren.
Sterk ons in deze tijd
en laat ons de hoop levend houden
dat er nieuwe toekomst is,
hoe dan ook.
Wees ons nabij,
zoals Jezus zijn mensen nabij was,
Hij die is uw Zoon en onze Heer.
AMEN

terug naar boven


Lucas Cranach de Oude – Jezus en de overspelige vrouw

Maandag 30 maart 2020 – week 5 van de veertigdagentijd - Ivan Kantoci

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (8, 1-11) aan:

“Jezus echter begaf zich naar de Olijfberg. ’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe. Hij ging zitten en onderrichte hen. Toen brachten Schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw die op overspel was betrapt. Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt, terwijl ze overspel bedreef. Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen zulke vrouwen te stenigen. Maar Gij, wat zegt Gij ervan?’ Dit bedoelden ze als een strikvraag in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen. Jezus echter boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond. Toen ze bij Hem aanhielden met vragen, richtte Hij zich op en zei tot hen: ‘Laat degene onder u die zonder zonde is, het eerst een steen op haar werpen. Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond. Toen zij dit hoorden, dropen zij een voor een af, de oudsten het eerst, totdat Jezus alleen achterbleef met de vrouw, die nog midden in de kring stond. Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar: ‘Vrouw, waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld? Zij antwoorde: ‘Niemand, Heer.’ Toen zei Jezus tot haar: ‘Ook ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.’

Het is goed, nu er meer en meer verontrustende berichten zijn over de zieken die besmet zijn met het coronavirus in onze eigen omgeving, stil te staan bij de bevrijdende kracht die van Jezus uitgaat bij het overwinnen van verstikkende en ondragelijke last. Velen onder ons, zonder gezondigd te hebben, besmet met de ziekte die ze zelf niet gezocht hebben, staan er reddeloos en verloren bij, misschien met een vreselijke gevoel van machteloosheid, zoals die vrouw die gebruikt werd door Schriftgeleerden en Farizeeën om Jezus te kunnen beschuldigen. De vrouw staat daar verlamd van angst en Jezus staat in de ogen van de Schriftgeleerden schaakmat. Als Jezus zegt: “nee doe dat niet” dan overtreed Hij de wet van Mozes en blameert Hij zich zelf in de ogen van het volk daar bijeen. Het antwoord van Jezus is verrassend: "Wie zonder zonde is laat die als eerste een steen naar haar werpen." Schriftgeleerden en Farizeeën voelden zich op dat moment op heterdaad betrapt als verkrachters van Gods wet. Niemand toch kan volhouden dat hij/zij nooit faalt, zuiver van geweten is? Jezus laat zien dat hij mededogen heeft voor de menselijke zwakheid die na zijn falen kan staan uit zijn zonde. Jezus heeft vertrouwen in de mens en gelooft dat hij groeien kan in het volgen van Gods wegwijzers. Wij mensen worden niet ineens volmaakt. Versta je Gods wetten en geboden zoals de joodse overheid dat deed, dan moet je wel het leven als verstikkend ervaren, als een drukkende last. Het geloven wordt een gebodendienst, waaraan geen vreugde te beleven valt. Maar het inzicht dat Jezus ons geeft over de zin en betekenis van Gods geboden bevrijdt ons van die angsten en die verstikkende druk, van die ondraaglijke last. Niemand is zonder zonde. Jezus weet het, maar hij veroordeelt niet. Toen de oudsten weggegaan waren en Jezus alleen was met de vrouw liet hij haar gaan met de woorden: "Zondig vanaf nu niet meer." Voor de mens kun je mededogen hebben en hem vergeven. Het kwaad niet. Het kwaad zelf kan niet getolereerd worden. Het draagt niet bij aan je geluk.

Er zit nog een boodschap verscholen in dit evangelieverhaal. De vrouw staat in die kring als 'dood', staat er reddeloos en verloren bij. Niemand is eigenlijk echt in haar geïnteresseerd. Zij komt er niet op aan. Zij is slechts 'een geval', een middel om Jezus in verlegenheid te brengen. Alleen Jezus is in haar geïnteresseerd, spreekt haar aan, veroordeelt niet. Nu staat er heel opvallend aan het begin: Het hele volk kwam naar hem toe. Het hele volk kijkt die vrouw aan. Het hele volk kijkt in feite naar zichzelf, naar zijn eigen zondigheid, naar zijn eigen ontrouw, naar zijn eigen overspel. Het volk ziet als het ware in een spiegel hoe reddeloos en verloren het is. Maar Jezus ziet haar aan, ziet het volk aan en roept het toe met Jesaja: Denk niet meer aan het verleden, sla niet langer acht op wat voorbij is. Ik onderneem iets nieuws, het begin is er al: zie je het niet? Ik doe je opstaan uit je zondigheid, uit je verlorenheid waaronder je lijdt. Zoals deze vrouw als het ware het leven terugkrijgt, mag opstaan en gaan zo mag het hele volk weten, wij, die daar op het tempelplein staan, wij mogen weten, dat ook wij mogen opstaan tot nieuw leven, uit ons falen, uit onze ontrouw jegens God en elkaar. Want daartoe ben ik in de wereld gekomen, niet om te oordelen maar om te redden.

Jezus gooit geen stenen en laat niet toe dat wij naar anderen stenen gooien. Het besef van ons eigen falen en zwakheden moet ons wel daarvan weerhouden. Wij allen delen in zijn vergevingsgezindheid. Hij eist ons leven niet op. Hij stuurt ons op weg met de woorden: Ik veroordeel u ook niet. Ga naar huis, naar waar je woont, werkt, liefhebt en zondig niet meer.

Nog iets. Misschien komen ook bij u deze dagen de vragen waarom het coronavirus duizenden mensen doodt, waarom deze besmettelijke ziekte ons teistert, en waarom wij überhaupt moeten lijden. Het antwoord is: we weten het niet. Hier samenhangend is de vraag voor ons in tijden van lijden of we kunnen geloven in God die wij niet begrijpen. En als het mysterie van het lijden onoplosbaar is, waar kun je je als gelovige in tijden als deze dan nog tot wenden? Voor ons christenen en wellicht ook voor anderen is het antwoord op die vraag: tot Jezus.

Jezus is voor ons het voorbeeld hoe we met elkaar moeten omgaan. Het spreekt voor zich dat als je zorgt voor iemand met het coronavirus je de juiste voorzorgsmaatregelen moet treffen, zodat het virus niet verder wordt verspreid. Maar voor Jezus was de vrouw die overspel pleegde, of iemand die ziek en stervend was de ‘ander’, niet iemand die ergens schuldig aan was maar vooral een mens.

Als Jezus iemand in nood zag – zoals uit het evangelieverhaal van vandaag – was zijn hart ’bewogen door medelijden’. Jezus is een voorbeeld voor hoe we in deze crisis voor de ander kunnen en moeten zorgen: bewogen door medelijden.

Gebed

Eeuwige en barmhartige God
we bidden U voor al die mensen in onze parochie en in de wereld
die hoop geven in deze moeilijke en bange dagen,
door de aandacht en oprechte zorg die ze schenken aan de mensen
in hun directe omgeving in het leven van alle dag.
Dat ze in Naam van Jezus Christus tekenen mogen zijn
van de weg van dood naar leven. Amen.

terug naar boven



Zaterdag 29 maart 4e week van de 40 dagen tijd – Mariska Litjes Kind en Kerk

Psalmen- Liederen van God

Dit weekend zal Psalm 130 gelezen worden in de liturgie. Een Psalm over fouten maken, spijt hebben en een smeekbede om een nieuwe kans te krijgen van God.

Met de kinderen in de kinderwoorddienst volg(d)en we dit jaar het 40 dagenproject “De Psalmendichter- liederen van God”. Te vinden op www.kinderwoorddienst.nl
Ik geef u de versie van deze Psalm, geschreven door Marjet de Jong.

Psalm 130
Uit de diepste diepte roep ik naar U.
God, hoor me toch bidden en smeken.
Ik heb fouten gemaakt, Heer, dat weet ik.
Als U alle zonden gaat tellen
is er geen hoop voor mij, voor niemand.
Maar misschien wilt U ons vergeven,
geeft U mensen een nieuwe kans.
Ik kijk naar u uit, als een wachter
op een toren voor zonsopgang.
Bij U is liefde en ruimte,
bij God vind je altijd troost.
Ook al ben je heel fout geweest,
God geeft ons een nieuwe kans.

Enkele vragen die de kinderen gesteld zouden worden wil ik met u delen.
Hebben zij zelf wel eens iets fout gedaan waarbij ze een nieuwe kans hebben gekregen, of een nieuwe kans hadden gewild? Hoe vinden zij het zelf om een ander een nieuwe kans te geven?
Bij God kun je vragen of Hij je een nieuwe kans wil geven. Zou God je oneindig keer een nieuwe kans geven of zit daar ook een einde aan?

Ik daag u uit om deze vragen eens aan u zelf te stellen. En als u kinderen hebt de Psalm samen te lezen en eens te horen wat zij antwoorden op de vragen.

Psalm 130 is een bedevaartpsalm die gezongen werd op weg naar de tempel in Jeruzalem. Om daar te komen moesten de pelgrims een flinke klim maken nadat ze al een lange reis achter de rug hadden. Al wandelend ga je nadenken. Misschien heeft u die ervaring zelf ook. Nadenken over wat er gebeurt en je overkomt. In deze Corona-tijd is ‘een frisse neus halen’ zoals Mark Rutte het noemt ontzettend belangrijk. Buiten zijn, lopen en fietsen in de natuur, we gaan het extra waarderen nu we beperkt zijn in onze sociale contacten en veel thuis zijn.

Ik kan me zo voorstellen dat de pelgrims die deze Psalm zongen, een blik omhoog geworpen hebben naar het eindpunt, de tempel, het huis van God. Het doel was om dat te bereiken en daarmee God te ontmoeten. De schrijver van deze Psalm heeft zich misschien vertwijfeld afgevraagd of hij de ontmoeting met God wel waard was. Zijn fouten overziend zich afgevraagd of hij een nieuwe kans zou krijgen.
Ook wij zullen deze dagen wellicht vaker peinzend naar buiten en omhoog kijken. Nadenken over wat ons overkomt. Ons afvragen hoe dit toch zo gekomen is en hoe lang dit nog gaat duren. Ik hoor veel mensen praten over de grenzen aan de maakbaarheid van alles waarin we leven. Je wordt nu ook meer met jezelf geconfronteerd. We storten ons op het online verbonden blijven nu de wereld onveilig is. Het internet biedt een veilige verbinding met velen en stelt ons in staat de controle zoveel mogelijk vast te houden op werk, school en privé.

Het zou de mensheid sieren, jou en mij om onszelf eens eerlijk af te vragen, net zoals de Psalmist dat doet in Psalm 130, waar onze fouten liggen. In het klein voor ons zelf, in relaties met anderen, maar ook groter in wat er gebeurt in ons dorp, stad en de wereld.
Op dit moment kijken wij in de wereld uit als een wachter op een toren naar betere tijden. Hopend dat de zon op zal gaan en we zonder beperkingen elkaar mogen omhelzen en er op uit kunnen gaan.

Laat ons er op vertrouwen dat God ons mensen, jou en mij nieuwe kansen geeft. Laten we erop vertrouwen dat uit welke diepte je ook roept, Hij je zal horen.

Psalm 130,1-8

Antifoon: De Heer is steeds barmhartig, zijn genade onbeperkt.

Uit de diepte roep ik, Heer,
luister naar mijn stem.
Wil aandachtig horen
naar mijn smeekgebed.
Als Gij zonden blijft gedenken,
Heer, wie houdt dan stand?
Maar bij U vind ik vergeving,
daarom zoekt mijn hart naar U.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Gretig zie ik naar Hem uit,
meer dan wachters naar de ochtend.
Meer dan wachters naar de ochtend
hunkert Israël naar Hem.
Want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.
Hij zal Israël verlossen
van zijn ongerechtigheid.

terug naar boven



Vrijdag 27 maart 2020 – week 4 van de veertigdagentijd– Ronald Dashorst

Jesaja 21,11-12: ‘Men roept mij uit de bergen: `Wachter, hoever is de nacht? Wachter, hoever is de nacht?’ De wachter antwoordt: `De morgen is gekomen, de nacht is voorbij’.

Wachter, hoe lang is de nacht? Dat roepen wij ook op heel veel plaatsen in de wereld. Hoe lang duurt de nacht van de beproeving nog die we te verdragen hebben in dit coronatijdperk. Hoe lang zal het duren voordat we onze familie weer kunnen ontmoeten, elkaar een hand geven of een knuffel. Hoelang duurt het nog voordat we weer naar de kerk kunnen gaan. Hoe lang voordat we weer naar ons werk kunnen gaan en de kinderen weer naar school.
Vele stemmen die vragen: Wachter, hoe lang is de nacht? Die vraag wordt tot twee maal toe gesteld. De vragen zijn angstig, bezorgd, ongerust. Het is niet duidelijk hoe lang de epidemie zal duren. Er zijn ook veel zorgen over hoe het gaat na de coronacrisis, hoe het gaat met de economie, met de werkgelegenheid. Veel mensen vragen, zoeken een antwoord, hoever is de nacht? Er is grote behoefte aan iemand die kan antwoorden. Activiteiten zijn gestopt, veel werk ligt stil, er is geen uitgaansleven meer, er zijn geen antwoorden. Hoe lang moet dit nog duren? Er is alleen maar stilte.

Jezus heeft in stilte elke dag tot ons gesproken. We horen zijn stem. Wie is Hij vragen de Schriftgeleerden. ‘Hij is profeet’ zei de blindgeborene. Jezus is onze profeet, Hij laat ons zien! Wij ontdekken de profeet in de stilte van ons gebed en de wachter in de nacht die naast ons staat, de Zoon van God.

Deze dagen leiden ons naar de bekering tot, en de omkering naar Jezus en wij luisteren naar Zijn Woord. Hij heeft ons als persoon en ons als volk bewaakt. Hij laat ons nooit alleen achter. Hij heeft geen angst voor de besmetting van onze angst en kleinheid.
Deze tijd vraagt van ons gebed en het leren van Gods Woord. Matteüs schrijft: ‘Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en ge zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt en voor wie klopt, doet men open’. Het is de tijd van het gebed. Paus Franciscus heeft ook opgeroepen om samen te bidden. In gebed zijn wij verbonden met elkaar, als parochianen, als een grote familie van mensen over de hele wereld. God wil naar ons gebed luisteren. Wij moeten in ons gebed strijden voor de genezing van de wereld en de genezing van landen waar onmenselijkheid te vinden is.

De wachter waakt over de stad, ziet de pijn van de bejaarden en de zieken die geen bezoek mogen ontvangen, ziet de pijn van de armen, van de dak- en thuislozen, de vluchtelingen. Ziet de pijn van de mensen die nu zonder werk, zonder inkomen zitten, in angst hoe het verder moet gaan. De wachter roept op tot bekering, roept op om terug te keren naar elkaar, om te keren naar de arme en de lijdende. Wachter, hoe lang duurt de nacht?


Jesaja beschrijft in hoofdstuk 52 een visioen van vrede: ‘Hoe welkom zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, van de vreugdebode met goed bericht die een boodschap van heil laat horen en tot Sion zegt: `Uw God is als koning gekomen!' Hoort! Uw torenwachters verheffen hun stem, en jubelen eenparig, want zij zien met eigen ogen hoe de Heer naar Sion terugkeert. Breekt los in gejubel, allen tezamen, gij puinen van Jeruzalem; want de Heer bemoedigt zijn volk; Hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer toont zijn heilige arm voor de ogen van alle volken, en de verste hoeken der aarde hebben het heil gezien dat komt van onze God’.

Laat de wachters niet alleen! Waar we ook zijn, wij moeten onze stem verheffen, wij moeten uitbarsten in een vreugdezang. De Heer is teruggekomen en troost zijn volk. De wachters roepen met de Heer samen. Wij zijn samen de wachters, eensgezind, in volhardend gebed met een blik die verder kijkt, de wachters van de stad en van de armen. De stad zal vernieuwen! In dat vertrouwen gaan wij op weg naar de Goede Week en Pasen. Amen.

terug naar boven



Donderdag 26 maart 2020 – week 4 van de veertigdagentijd – pastoor Hans Hermens

Joh 5, 31-47

In die tijdsprak Jezus tot het volk: ‘Als Ik over Mijzelf getuig, dan heeft mijn getuigenis geen waarde. Er is een Ander die over Mij getuigt, en Ik weet, dat de getuigenis die Hij over Mij aflegt geloofwaardig is. Gij hebt een gezantschap naar Johannes gestuurd en deze heeft getuigd voor de waarheid. Weliswaar behoef Ik de getuigenis van een mens niet, maar Ik zeg dit opdat gij gered zult worden. Hij was de lamp, ontstoken om te verlichten, en een korte tijd hebt gij u in zijn licht willen verheugen. De getuigenis echter die Ik bezit is waardevoller dan die van Johannes; want het zijn juist de werken die de Vader Mij gegeven heeft om te volbrengen en die Ik ook volbreng, die van Mij getuigen, dat Ik door de Vader gezonden ben. Ook de Vader zelf die Mij zond heeft getuigenis over Mij afgelegd. Zijn stem hebt gij nimmer gehoord noch zijn gestalte gezien, en zijn woord hebt gij niet blijvend in u, omdat gij Degene di Hij zond niet gelooft. Gij onderzoekt de Schriften in de mening daarin eeuwig leven te vinden, maar juist deze getuigen over Mij. En toch wilt gij niet tot Mij komen om het leven te vinden. Ik zoek niet door mensen geëerd te worden, maar Ik weet dat gij in uw hart geen liefde tot God hebt. Ik ben gekomen in de naam van mijn Vader. En toch aanvaard gij Mij niet. Kot een ander in zijn eigen naam dan zult gij hem wel aanvaarden. Maar hoe zoudt gij ook kunnen geloven als gij van elkaar eer tracht te verwerven, terwijl gij de eer die van de enige God komt niet zoekt? Meent niet, dat Ik u bij de Vader zal aanklagen. Er is al iemand die u aanklaagt; Mozes, op wie gij uw hoop hebt gesteld. Want als ge Mozes zoudt geloven zoudt ge ook Mij geloven, want juist over Mij heeft hij geschreven. Als ge niet gelooft wat hij schreef hoe zoudt ge dan geloven wat Ik spreek?’

We lezen vandaag een stuk uit het Johannesevangelie. Johannes reflecteert op wie deze Jezus nu werkelijk is. Daardoor is Johannes soms wat moeilijk te begrijpen. Maar hij houdt Jezus ons voor ogen, als de Christus in wie we God ten volle mogen zien. In Jezus zien we Gods liefde en trouw. Gods liefde en trouw is ons heel nabij gekomen, in een mens.

Een filosoof, Kierkegaard zei eens. ‘Geloven in God, daar kunnen we ons nog wel iets bij bedenken. Immers kijk naar de bloemen op het veld, naar de vogels in de lucht en dieren op het land. Dit alles mogen wij toeschrijven aan een scheppende God. Maar Jezus accepteren als Degene die de weg opent naar God. Die de weg is de waarheid en het leven, dat is veel moeilijker. Dit vraagt om een sprong in denken die alleen maar vanuit het geloof is te begrijpen.’

In deze weken voor Pasen lezen we stukken uit het evangelie die ons proberen te beschrijven wie de Christus is. Tenslotte aan ons om daar een antwoord op te geven. En als gelovig, maar ook kwetsbaar mens weet ik dat ik daar heel mijn leven over mag doen, met vallen en opstaan. Ook in mijn geloof voel ik soms de onmacht om me vast te houden aan die woorden van Johannes. Als gelovige mensen blijven we ook zoekende mensen. De woorden van Johannes ; ze zijn zo zeker, zo duidelijk over wie de Christus is, wat Gods liefde voor ons betekent. In die liefde , in dit vertrouwen, ik moet er ook in groeien elke dag opnieuw. Zeker ook op momenten wanneer het leven moeilijk en zwaar is.

We leven in Moeilijke tijden, vele mensen worden ziek, er vallen zelfs doden. Het gevaar van het virus het komt steeds dichter bij. Er zijn nu ook parochianen die het gevaar van het virus, op dit moment, aan de lijven moeten ondervinden. Verschrikkelijk allemaal, zoveel leed en pijn. Ook ben ik geraakt door de pijn van mensen die niet meer met hun dierbaren in contact mogen komen, een oude zieke vader of moeder, een gehandicapt kind, broer of zus in het verpleegtehuis, die nu geen bezoek mag hebben van dierbaren vanwege het risico op besmetting. Je wilt juist deze kwetsbare mensen die je zo dierbaar zijn, nabij zijn. Maar het kan niet, hoe begrijpelijk en verstandig ook. Het doet wel pijn.

Op zulke momenten voel je je onmachtig en is het moeilijk om te vertrouwen dat het goed komt. En dat is zeer begrijpelijk, want we hebben nu eenmaal niet alles in onze eigen hand. Maar toch met de kracht van het geloof in Gods liefde en het geloof dat Gods liefde in mensen werkt, mogen ook wij door deze moeilijke tijd heen komen. Dat we mogen blijven zien dat Gods Geest werkt in vele mensen die nu zorg dragen voor onze meest kwetsbaren. Over enkele weken vieren we Pasen, niet het lijden, niet de dood hebben het laatste woord, maar Gods liefde die leven geeft. Dat we zo ons geloof in Jezus, de Christus mogen blijven verstaan.

Gebed.

Goede God, versterk ons geloof in Uw Zoon. Dat niet de angst, de onmacht, het lijden en de dood het laatste woord hebben. Dat we mogen groeien in vertrouwen en ons leven, juist op de moeilijke momenten, in uw handen kunnen leggen. Dat we in de zorg voor elkaar uw werkzame liefde zichtbaar mag worden. Ook wanneer we de zorg voor onze dierbaren in de handen van andere mensen moeten leggen. Heer kom onze vragen, onze twijfel, ons ongeloof te gemoed.

terug naar boven



Woensdag 25 maart 2020, Aankondiging van de Heer (Maria Boodschap) – Sebastian Gnanapragazam

Deze dagen blijven wij veel thuis en krijgen wij persconferenties van de overheid via televisie. Wij worden gevraagd om meer thuis te blijven en afstand van elkaar te nemen.

Vandaag vieren wij het feest van Maria Boodschap. Jezus is God en mens. Maria heeft Hem negen maanden in haar schoot gedragen. Jezus is geboren uit een vrouw. Een vrouw die Hem negen maanden in haar schoot onder haar hart heeft gedragen.

Elke vrouw die een kind ter wereld heeft gebracht, weet wat het betekent om een levend wezen in je te voelen groeien in die periode van negen maanden. En dat je hele lichaam daardoor zelf zichtbaar en voelbaar verandert.
Dat heeft Maria meegemaakt. Negen maanden vanaf deze dag tot de geboorte van Jezus die we met Kerstmis vieren. Ze heeft dit kind met liefdevolle gedachten omringd. En de boodschap van de engel heeft ze in haar hart bewaard en overpeinsd.

Als wij veel thuis zijn, mogen wij zoals Maria met liefdevolle gedachten ons gezinsleden omringen.
Al in deze negen maanden is er een unieke band ontstaan tussen Maria en haar kind.

Wij leven ook in een unieke tijd van het leven. Door een epidemie zijn wij gevraagd om thuis te blijven en te werken. Het is ook een moeilijke tijd omdat wij eerst deze tijd van het leven moeten erkennen en hieraan wennen. Toen Maria hoorde dat zij zwanger zou worden door de Heilige Geest, was het voor haar moeilijk om te aanvaarden. Zij heeft het in alle vertrouwen in de Onze Lieve Heer aanvaardt. In de negen maanden is haar band met Jezus gegroeid. Toen Jezus was geboren ontbrak het licht van Christus voor haar en voor de hele wereld. Maria vertrouwde in een mooie tijd en die heeft zij het meegemaakt. Mogen wij allen aanvaarden de tijd van thuis blijven en vertrouwen op een betere tijd. Maria is een voorbeeld voor ons in het vertrouwen voor een betere toekomst. Amen.

terug naar boven



Dinsdag 24 maart 2020 – week 4 van de veertigdagentijd – Wim Vroom

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (5, 1-18) aan:

"Daarna was er een Joods feest, en Jezus ging naar Jeruzalem. In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen dat in het Hebreeuws Betzata heet. Daar lag een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden. Er was ook iemand bij die al achtendertig jaar ziek was. Jezus zag hem liggen; hij wist hoe lang hij al ziek was en zei tegen hem: ‘Wilt u gezond worden?’ De zieke antwoordde: ‘Heer, als het water gaat bewegen is er niemand om mij erin te helpen; ik probeer het wel, maar altijd is een ander al vóór mij in het water.’ Jezus zei: ‘Sta op, pak uw mat op en loop.’ En meteen werd de man gezond: hij pakte zijn slaapmat op en liep. Nu was het die dag sabbat. De Joden zeiden dan ook tegen de man die genezen was: ‘Het is sabbat, het is niet toegestaan een slaapmat te dragen!’ Maar hij zei tegen hen: ‘Degene die mij genezen heeft, zei tegen mij: “Pak uw mat op en loop.”’ ‘Wie zei dat tegen u?’ vroegen ze. Maar de man die genezen was kon niet zeggen wie het was, want Jezus was al verdwenen omdat daar zoveel mensen waren. Later kwam Jezus hem tegen in de tempel en toen zei hij tegen hem: ‘U bent nu gezond; zondig daarom niet meer, anders zal u iets ergers overkomen.’ De man ging aan de Joden vertellen dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had. Het was omdat Jezus zulke dingen deed op sabbat, dat de Joden tegen hem optraden. Maar Jezus zei: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook.’ Vanaf dat moment probeerden de Joden hem te doden, omdat hij niet alleen de sabbat ondermijnde, maar bovendien God zijn eigen Vader noemde, en zichzelf zo aan God gelijkstelde."

In het evangelie lijkt het zo makkelijk: ‘Sta op, pak je mat en loop.’ In deze dagen zie ik de vele zieken, de ene mild, de andere in kritieke toestand in een ziekenhuis. En dan zijn er in ook nog al diegenen die voor een andere aandoening eigenlijk behandeling nodig hebben, maar waar nu geen tijd en aandacht voor is. Eigenlijk willen we allemaal wel ‘ja’ zeggen op die vraag van Jezus of we gezond willen worden. We willen allemaal wel opstaan en ons gewone leven weer oppakken. Maar dat vraagt op dit moment vooral rust, en geen actie!
Wat mij intrigeert in het evangelie is het antwoord van de man op Jezus’ vraag of hij gezond wil worden. ‘Niemand wil mij helpen en er is altijd een ander voor...’ Het klinkt in mijn oren alsof de man alle hoop op genezing heeft opgegeven, alsof hij er eigenlijk ook helemaal niet in gelooft dat hij ooit nog een kans zou maken. Wat wil je ook, na achtendertig jaar. Ook wij vragen ons in deze dagen af: ‘Hoe lang nog (,Heer)!’

Misschien is de kracht van Jezus dat Hij die zieke nieuwe eigenwaarde teruggeeft. ‘Sta op’ wordt dan meer dan letterlijk weer op je benen kunnen staan. Jezus geeft de man nieuwe moed, op een manier die de man niet verwacht had. Daarbij leidt Jezus hem niet naar het water, Hij houdt zelfs anderhalve meter afstand, maar zet de zieke op een nieuwe plaats en op een nieuw levensspoor, zelfs tegen alle regels in. Omdat er genezen moet worden! ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door’, zo hoor ik Jezus zeggen. De mens boven de sabbat, iets wat zeker in deze dagen noodzakelijk zal zijn om ons te herstellen van de pandemie. Omdat de gewone regeltjes en omgangsvormen nu even niet meer werken, ja, zelfs averechts werken.
‘Sta op, pak je mat en loop’. Het is geen oproep tot naïef geloof dat God of Jezus alles wel kan doen. Het is eerder een oproep om niet bij de pakken neer te gaan zitten, maar om met twee benen op de grond alles in het werk te stellen om weer gezond te worden. Daar moet nu alles voor wijken. Moge de goede God ons daartoe nabij zijn!

GEBED

God van mensen,
het Coronavirus drukt zwaar op ons.
Het maakt mensen ziek,
het legt de hele samenleving stil,
het beknot ons in onze bewegingsvrijheid.
Wij bidden U: laat ons niet alleen,
werk mee aan een oplossing,
op uw eigen manier,
en bemoedig al uw mensen
om nieuwe wegen te gaan
tot bevrijding en vernieuwing.
Dat bidden wij U
in Jezus’ Naam.
AMEN

terug naar boven


Rembrandt, Storm op het meer van Galilea, 1633.

Maandag 23 maart 2020 – week 4 van de veertigdagentijd - Ivan Kantoci

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (4,43-54) aan:

“Na die twee dagen ging Hij vandaar naar Galilea. Jezus zelf had verklaard, dat een profeet in zijn eigen vaderstad niet in aanzien is. Toen Hij nu in Galilea kwam, ontvingen de Galileeërs Hem welwillend, omdat zij alles hadden gezien, wat Hij te Jeruzalem op het feest had gedaan. Zij waren immers zelf ook op het feest geweest. Zo kwam Hij dan wederom te Kana in Galilea, waar Hij van het water wijn had gemaakt. Daar bevond zich een koninklijke beambte, wiens zoon te Kafarnaüm ziek lag. Toen hij hoorde dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen, ging hij naar Hem toe en verzocht Hem, dat Hij mee zou komen om zijn zoon te genezen, want deze lag op sterven. Als gij geen wondertekenen ziet, zei Jezus tot hem, dan gelooft gij niet. Daarop zei de hofbeambte: ‘Heer, kom toch eer mijn kind sterft!’. Jezus antwoorde: ‘Ga maar, uw zoon leeft.’ De man geloofde wat Jezus hem zei en ging heen. Zijn dienaars kwamen hem onderweg reeds tegemoet met de boodschap dat zijn kind leefde. Hij vroeg hun naar het uur waarop de beterschap was ingetreden, en zij zeiden hem: ‘Gisteren op het zevende uur is de koorts van hem geweken. Toen besefte de vader, dat het gebeurd was juist op het uur waarop Jezus gezegd had: ‘Uw zoon leeft’. Hij zelf en heel zijn gezin geloofden. Dit tweede teken deed Jezus ook weer toen Hij uit Judea naar Galilea gekomen was.”

We zijn op weg naar Pasen, het feest van Christus lijden, dood en verrijzenis. Afgelopen zondag konden diegenen die luisterden naar de internet uitzending van de eucharistieviering in de parochie vanuit de H. Antonius Abt kerk in Loenen, in het evangelie Jezus horen zeggen ‘Ik ben het licht van de wereld’ (Joh. 9,5). Ervaarbaar werd dat door Jezus genezing van de blindgeborene. Vandaag in deze evangelietekst van Johannes zien we dat Jezus, Hij die het licht is en die de menselijke blindheid kan genezen, ook de stervende mens geneest.

De tekenen die Jezus verricht, als we goed lezen, hebben niet te maken met iets spectaculairs, maar met innerlijke verandering die leidt naar het geloof in Hem. Jezus beproeft de hofbeamte eerst met de vraag of hij de wondertekenen ziet, of hij ze goed verstaat. De hofbeamte antwoordt met een geloofsvertrouwen in Jezus: ‘Heer, kom toch eer mijn kind sterft!’. Toen Jezus eerst het vertrouwen van deze hofbeamte gezien en gehoord heeft ‘Heer kom toch…eer mijn kind sterft’ is het antwoord van Jezus: ‘Ga maar, uw zoon leeft’. De tekst eindig met o.a. ‘Hij zelf en heel zijn gezin geloofden’ (53b).

In deze dagen nu wij bang zijn van de dreiging van de pandemie van het coronavirus, nu velen ziek en stervende zijn, is een daad van geloof zich met eigen stem, met eigen vragen en angsten tot de Levende Christus te richten.

Paus Franciscus is afgelopen zondag met een voorstel gekomen aan de leiders van alle christelijke kerken en alle christenen om op woensdag 25 maart om 12.00 uur samen tot God te bidden met het gebed Onze Vader dat Jezus zijn leerlingen geleerd heeft. Laten we ook meebidden!

Gebed:

Heer Jezus, met ons gebed,
met onze vragen en angsten komen wij tot U.
Kom toch en schiet ons te hulp nu zo velen ziek zijn,
nu ook onze bekenden sterven aan gevolgen van de ziektes
veroorzaakt door een virus waar voor nog geen medicijnen ontwikkeld zijn.
Heer kom toch met de genezende kracht van Uw Geest!
Mogen wij meer en meer in U kunnen geloven en
meer en meer uw woord gaan ervaren:
‘Ga maar… uw bekenden en vrienden leven! Amen.

terug naar boven


Kieta Nuij, Inkeer

Zaterdag 21 maart 2020, 3e week van de 40 dagen tijd - Mariska Litjes

Hosea 6, 1-6; “God heeft ons verscheurd, Hij zal ons ook genezen; Hij heeft wonden geslagen, Hij zal ze ook verbinden.”

In het boekje ‘Jaar van het woord’, uitgegeven door de Katholieke Bijbelstichting wordt deze tekst uit Hosea aangereikt. Als toelichting wordt geschreven: ‘Deze uitspraak van de profeet verwoordt een inzicht dat het volk krijgt als het tot inkeer en bekering komt. Het volk realiseert zich dat alle heil alleen van God komt. Wie zich weer tot Hem keert, zal genezing vinden. Wie God liefheeft, zal in het licht wandelen. Wees vroom, schrijft Hosea ons: houd van God.’

Wat mij nieuwsgierig maakt is dat het volk inzicht krijgt doordat het tot inkeer en bekering komt. Tot inkeer komen is tot bezinning komen. Ze gaan de zin van iets inzien dat ze hebben meegemaakt. Bekeren betekent letterlijk omkeren. Eerst ging je de ene kant op, nu de andere kant op. Het woord bekeren gebruiken wij in godsdiensten als je toekeren naar God. In dit vers uit Hosea wordt het ook als zodanig bedoeld. Ze maken een keuze om voor Gods liefde te kiezen. Ze beseffen dat alleen door God lief te hebben ze in het licht zullen wandelen.

Het verwondert mij altijd weer hoe oude teksten ons iets zeggen over de tijd waarin wij nu leven. Dat merk ik als ik op de scholen Bijbelverhalen vertel aan kinderen (Godly Play). Hoe jong de kinderen ook zijn, het verhaal vertelt ze iets over henzelf. Er gebeurt iets tijdens zo’n verhaal. Lang niet altijd lukt het ze om woorden te geven. Vaak wordt er gezegd “ik vind dat belangrijk of mooi omdat het zo voelt.” Misschien is dat ook wel genoeg en hoef je niet aan alles een waarom te verbinden. Misschien zijn we door alles wat we denken maakbaar te kunnen maken, ook wel (te)ver weg geraakt van het ‘voelen’ en ‘vertrouwen’ dat God ons in het licht laat wandelen. Weinig kinderen groeien nog op met God als een vanzelfsprekendheid in het leven. En toch word er vaak iets ervaren. Ze leren alleen niet om het God te noemen. Wie helpt ze nog tot inkeer en inzicht te komen? Wat wordt ze nog aangereikt aan het rijke pallet van verhalen, rituelen en beleving?

Tot inkeer en inzicht komen: deze tijd waarin we als sociale wezens gedwongen worden te accepteren dat we ‘gekooid’ worden. Dat er onzekerheid is, dat we heel veel niet in de hand hebben. We voelen ons verscheurd, wie zal ons genezen?
Artsen, virologen en wetenschappers onze hoop is op hen gevestigd om ziekten te voorkomen en mensen die ziek zijn een kans op toekomst te geven. Maar ik hoop dat mensen net zoals in de schoolklas, ook wat van God mogen ervaren in deze tijd en onzekerheid.
Nood leert bidden, is een spreekwoord dat mijn oma vaak gebruikte. Ik denk dat de nood nu hoog is!

Ik wil afsluiten met het gebed dat bij deze dag in het genoemde boekje wordt geschreven:

God, het enige dat U van ons verlangt, is liefde. Liefde waarmee wij onszelf aan u en aan de naaste geven. U weet hoe moeizaam dat vaak is. U weet hoe vaak wij ons opsluiten in onszelf en afkeren van anderen. Wees in uw goedheid ons genadig en houd ons hart brandend. Dat uw liefde in ons veel vrucht brengt. Amen.

terug naar boven


Jan Wijnants - Gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, 1670

20 maart 2020, vrijdag in de derde week van de Veertigdagentijd – Ronald Dashorst

In de lezing uit het Evangelie volgens Marcus lezen wij vandaag dat Jezus als volgt antwoord op de vraag van de Schriftgeleerde wat het eerste gebod is: ‘Het eerste is: Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee’. (Marcus 12, 29-31)

Mooie woorden komen naar ons toe in deze dagen waarin ons hart wellicht bedrukt is, angstig en onzeker over de gezondheid situatie van onszelf en onze naasten. Het land is ziek, de wereld is ziek, alles staat op zijn kop. Daar lijden het meest de oudere en kwetsbare medemensen aan. Eenzaamheid wordt een nog groter probleem, alles is gesloten, mensen zijn geïsoleerd en worden teruggeworpen op zichzelf. Gelukkig ontstaan veel initiatieven om mensen nabij te zijn, om te helpen, te troosten en te laten zien dat ze niet vergeten zijn.
We kunnen elkaar niet meer ontmoeten in de viering in de kerk, we moeten elkaar geen hand meer geven, er valt veel weg in deze tijd. Ontmoeting moeten wij op een andere nieuwe manier uitvinden met elkaar. Door een kaartje, via een telefoon gesprek een whatsapp sturen of in gedachten en in gebed weten dat we met elkaar in Christus verbonden zijn.
Door het gemis aan de zondagse viering beseffen we nu waarschijnlijk extra hoe belangrijk dit is voor ons als geloofsgemeenschap. En dan klinken de woorden van het dubbelgebod, ‘God liefhebben en je naaste als jezelf’. Daar komt het nu op aan, vanuit de liefde die God voor ons allen heeft, beantwoorden wij die liefde door God lief te hebben in onze naaste.

Deze crisis kan lang duren, het is een beproeving waar we met elkaar beter uit kunnen komen. We vieren via internet, zijn zo verbonden met elkaar. Ook met Pasen zal het zo zijn. We vieren en bidden thuis verbonden met elkaar om God te eren en lief te hebben en onze naaste als onszelf, onze naaste dichtbij en onze naaste ver weg. Er is echter grote onzekerheid, dit hebben wij nog nooit zo meegemaakt en we weten niet hoe lang dit kan duren.

De nachtwaker vraagt: ‘Hoe lang duurt de nacht nog?’ We leven momenteel in de nacht van de onzekerheid en de angst. Dat is de nacht van mensen in het verpleegtehuis, de nacht van mensen die ziek zijn en van hen die werken in de zorg. Kunnen we de zorg nog wel aan, hoeveel zieken kunnen er nog verpleegd worden op de intensive care? Er is ook de nacht van mensen in de vluchtelingen kampen, op Lesbos en in Libië, waar mensen vast zitten, met veel te veel in te kleine ruimtes met slechte voorzieningen, er is de nacht van de mensen van de straat, die geen huis hebben om te schuilen, en zo zijn er nog veel meer mensen die de nacht ervaren.
Maar de morgen zal komen! De beproeving zal leiden tot geduld en dat is een beproefde deugd waarmee we onze ziel zuiveren en laten groeien. Geduld geeft meer weerstand.

De waarde van concrete liefde kunnen wij in deze tijd opnieuw en anders ontdekken, de liefde die bevrijdt, door een woord dat wij lezen in de Schrift, door de arme en kwetsbare medemensen die hier een beroep op doen. God zal voor ons zorgen. Laten wij niet bang zijn.
Vanmorgen klonk op veel radiostations 'You'll Never Walk Alone'. Kippenvel om dit zo te horen en te weten dat in heel Europa mensen dit horen, weten dat wij verbonden zijn met elkaar op weg zijn als broeders en zusters. Deze verbondenheid genereerd zoveel mooie dingen, als wij maar voorbij de angst, in liefde voor elkaar, uitkijken naar het licht van de morgen, naar de Lente die vandaag ook is aangebroken. We zien het om ons heen, in de bloemen die bloeien en de bomen die uitbotten, we horen het aan de vogels die dwars door de corona angst heen zingen van een nieuwe toekomst, nieuw leven, van een Pasen voor ons allen.

In de veertigdagentijd, de voorbereiding op Pasen, worden wij opgeroepen tot concrete daden van naastenliefde, laten wij daarom bidden:

Trouwe God, geef ons de wijsheid en de kracht om met elkaar een weg te vinden naar het Licht, naar de morgen die komen zal. Help ons niet in onze angst te verdrinken, maar ons hart open te houden voor U God en voor onze naaste, om lief te hebben. Geef troost en kracht aan de mensen die ziek zijn, die eenzaam zijn, die zich buitengesloten voelen en angstig zijn. Geef kracht en uithoudingsvermogen aan de mensen die zich inzetten in de zorg voor anderen.
Laat ons delen met elkaar van de producten die we kopen in de supermarkt, bevrijdt ons van de angst tekort te komen. Geef vrede in onze harten. Maak ons een liefdevol cordon van mensen die als één groep immuniteit opbouwen om de kwetsbaren onder ons te beschermen. Help ons daarbij God, dat vragen wij in naam van uw Zoon, onze Heer en Broeder, Jezus de Christus, amen.

terug naar boven



donderdag 19 maart 2020; feest van de Heilige Jozef - Hans Hermens

Op het feest van de heilige Jozef lezen we uit Matt. 1.16.18-21.24a

We zitten midden in de veertigdagentijd, het lijden en sterven van Jezus wordt deze dagen extra in herinnering geroepen. De hele liturgie is er op afgestemd. En dan vandaag op het feest van sint Jozef las ik tijdens het ochtendgebed het kerstverhaal, beschreven door Matteüs. Dit feest doorbreekt, ook al is het maar voor een dag, de opgang naar Pasen die gaat door lijden en dood. Ik vind het een mooie gedachte dat juist wanneer het lijden en de dood steeds meer nadruk krijgt er toch ook even momenten zijn om over het lijden en de dood heen te kijken. Het verhaal van de geboorte van een kind geeft altijd hoop en vertrouwen. De zelfde hoop en vertrouwen die de kerken gisterenavond hebben laten horen door de klokken te luiden. Het Coronavirus trekt alle aandacht en zorgt voor veel ellende, voor veel lijden en dood. En ook de beperkingen die door het coronavirus zijn opgelegd, hoe zinvol en begrijpelijk ook, het zorgt voor veel extra eenzaamheid voor mensen die afhankelijk zijn van bezoek. Het zijn zorgelijke tijden. Maar het is ook goed om door de zorg en de ellende heen het goede en het mooie te blijven zien, die ook in deze wereld gebeurd. In de zorg die mensen voor elkaar hebben in deze moeilijke tijden. En daarmee een vertrouwen laten zien, dat hoe donker de nacht ook is, het ook weer licht gaat worden. En als gelovige mensen mogen we ook het vertrouwen houden dat God ons zal blijven zien.

Vandaag viert de kerk het feest van de heilige Jozef, de pleegvader van Jezus. Ik denk dat Jezus vast en zeker over Jozef heeft gesproken, misschien niet zo direct, maar toen Jezus sprak; ‘Maak je niet bezorgd over wat je zult eten, of wat je zult drinken en ook niet over wat je zult aantrekken. Kijk eens naar de vogels in de lucht, ze zaaien niet en maaien niet, maar je hemelse Vader voedt ze. En kijk eens naar de leliën op het veld, hoe mooi ze zijn, zo mooi ging Salomo niet gekleed in al zijn pracht. Maar jullie zijn toch veel meer waard dan vogels en leliën’. Hierin klinkt een vertrouwen door. Dat God je niet los laat, dat Hij er voor je is. Hoe de weg ook loopt. God trekt met je mee. Zo heeft Jozef in vertrouwen kunnen leven en is hij de moeilijke momenten in zijn leven te boven gekomen. Zo heeft hij het geroddel van mensen over zijn zwangere vrouw kunnen doorstaan, heeft hij de ellende van de volkstelling, door de keizer uitgeroepen, kunnen verdragen. En is hij het gevaar van de jaloerse koning Herodes voor kunnen blijven. Mag Jozef zo een voorbeeld van geloof en vertrouwen zijn in moeilijke tijden en een voorspreker voor ons allen bij Jezus zelf.

Gebed

God, U die het leven doorgeeft in generaties van mensen, U roept ook ons op om rechtvaardig uw weg te gaan. Beziel ons met uw Geest die hoop en vertrouwen schenkt, zoals eens ook aan Jozef. En laat uw liefde over ons stralen door alle moeilijkheden heen van ziekte eenzaamheid pijn en dood, opdat wij zoals Jozef elkaar tot zegen zijn voor allen die wij ontmoeten omwille van Jezus die met U en de Heilige Geest leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen.

terug naar boven



Woensdag 18 maart 2020 – Ivan Kantoci

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Matteüs (5, 17-19) aan:

“Denk niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is. Wie dus een van de voorschriften, zelfs het geringste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.”

Vandaag veel media berichten over de maatregelen tegen het coronavirus en stand van zaken van de gevolgen, lijkt deze tekst van Matteüs heel ver weg, alsof het niets met ons te maken heeft. Toch wil ik zoeken of de boodschap ook nu voor ons van betekenis kan zijn.
Ik was deze dagen onder de indruk van het verhaal die de NOS naar buiten bracht over het gezin dat bij de eerste dertig mensen hoorde die in Nederland besmet waren met het coronavirus. Na twee weken in thuisisolatie mochten ze begin deze week voor het eerst naar buiten. Ze zijn inmiddels klachten vrij. Tijdens vakantie in Noord-Italië zijn drie van vier gezinsleden besmet geraakt met het coronavirus. De klachten bleven beperkt tot hoesten, keelpijn en korte tijd koorts. Van de GGD moesten ze binnen blijven. Dat het gezin in thuisisolatie zat, bleef in de buurt niet onopgemerkt. Een vriendin van de vrouw deed de boodschappen en de mensen uit de straat hingen elke dag een tas aan de deur met daarin een tijdschrift, iets te kleuren voor de kinderen of iets lekkers. Voor het gezin waren de reacties in veel gevallen hartverwarmend, al waren er ook mensen die langsliepen en wat angstig naar binnen keken. Het kiepraam bij de keuken speelde bij dit gezin, zeiden ze, een belangrijke rol om de thuisisolatie draaglijk te maken. Ze deden het raam een stukje open en zo konden ze even kort contact hebben met mensen uit de buurt of vriendjes van de kinderen. Dat heeft hun er wel doorheen geholpen, vertelden ze aan de NOS journalist. Ze blijven zich aan de maatregelen houden ondanks dat ze genezen zijn, maar ze hopen nu terug te kunnen doen, wat andere mensen in de afgelopen periode voor hen hebben gedaan.

- Wat bedoelt Jezus als Hij zegt dat Hij gekomen is om Wet en Profeten te vervullen? Volgens de joodse traditie heeft God zich geopenbaard in de schepping en in de manier waarop Hij met zijn volk in de loop van de geschiedenis is omgegaan. Dat alles werd neergeschreven in wat de joden 'de Thora' noemen, en wat voor ons de eerste vijf boeken van het Oude/Eerste Testament zijn. Het auteurschap van die vijf boeken wordt aan Mozes toegeschreven, de grootste profeet die de joodse traditie kent. Dat hebreeuwse woord 'Thora' wordt gewoonlijk vertaald door 'de Wet'. In onze oren heeft 'wet' een juridische klank: spelregels waaraan iedereen zich te houden heeft op straffe van. Die juridische dimensie zit niet in het oorspronkelijke woord 'Thora'. We kunnen dus beter spreken van 'richtsnoer', van 'aanwijzing': in de verhalen over de schepping en over de manier waarop God en zijn volk destijds in goede en kwade dagen met elkaar omgingen, vindt de gelovige Jood aanwijzingen hoe God wenst dat mensen nu met God en met hun medemensen omgaan.
Profeten waren religieuze voormannen die in latere eeuwen de Thora interpreteerden en aan het joodse volk duidelijk maakten hoe het te leven had om God welgevallig te zijn. Ze leverden ook kritiek op wie zomaar zijn eigen gangetje ging. In de loop van de geschiedenis zijn toespraken van bepaalde profeten - Jesaja, Jeremia, Amos, Sefanja bijvoorbeeld - te boek gesteld. Een aantal daarvan zijn bewaard gebleven en werden ook opgenomen in ons Oude/Eerste Testament. Profetische geschriften zijn in de joodse traditie dus een nadere toelichting, een eigentijdse actualisering van de 'Thora'.
Wanneer Jezus dus zegt dat Hij niet gekomen is om Wet en Profeten af te schaffen, dan geeft Hij daarmee te kennen dat Hij trouw is aan de joodse traditie, aan zijn eigen religieus verleden, aan het geloof van de voorvaderen. Hij onderschrijft 'Wet en Profeten' tot de laatste komma (v.18) en komt die vervullen. Wat betekent dat laatste?
Voor Hem is ware gerechtigheid: ten volle aan het licht brengen van wat de Thora en de profetische geschriften beogen: harmonie tussen de mens en God, en tussen mensen onderling. ‘Harmonie’ is meer dan 'zich houden aan de spelregels'. Het betekent ook: je hart op de juiste plaats dragen, mensvriendelijke en godvriendelijke ingesteldheid.
"Ik ben niet gekomen om Wet en Profeten af te breken maar om ze te vervullen." Jezus komt Gods plan met de mens - in ere herstellen. Hij wil mensen bevrijden uit het karkas van het legalisme, de schijn van heiligheid doorprikken, aangeven hoe we de wereld mensvriendelijker, leefbaarder, warmer kunnen maken. Hem maken zoals God hem heeft gedroomd. Wie zich inzet om Gods droom waar te maken is een heilig mens. Heiligheid heeft alles met mensvriendelijkheid, leefbaarheid en warmte te maken.

Die warmte en mensvriendelijkheid door hun buren heeft ook bovengenoemd gezin beleefd die met het coronavirus besmet geraakt was. Die warmte en mensvriendelijkheid willen zij ook doorgeven. Ieder die de weg van Jezus volgt kan en is gevraagd de warmte en mensvriendelijkheid te delen. Voor ons in de parochie een kans om voor ieder voor wie we er op en of andere manier kunnen zijn in deze coronatijd om dat daadwerkelijk te doen.

GEBED

Barmhartige en eeuwige God,
medemensen houden van ons,
geloven in ons,
vertrouwen ons.
Dat geloof, die hoop en die liefde
openen voor ons de weg naar een ontmoeting met U.
In die medemensen herkennen we immers uw gelaat.
We hopen en bidden
dat we in deze tijd van coronavirus U steeds mogen herkennen
in de mensen die in nood zijn,
en dat Gij ook herkenbaar zijt in ons,
in onze gemeenschap, in uw Kerk,
dat vragen wij U in Jezus naam. Amen.


terug naar boven

terug naar boven

dinsdag 17 maart 2020 - Wim Vroom

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Matteüs (18, 21-35) aan:

“Daarop kwam Petrus bij Jezus staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven. Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’”

We leven in een aparte tijd. Dat roept een bijzondere spanning op, in onszelf, maar ook in de manier waarop we met andere mensen omgaan. Wat ons precies rond het corona-virus boven ons hoofd hangt, dat weten we niet. Kunnen we de deur nog wel uit? wat kunnen we wel en niet doen? We lopen allemaal met vragen rond en dat roept allerlei gedachten en emoties op. Ook heeft het invloed op de manier waarop wij met elkaar omgaan. Het kan irritatie oproepen, omdat we allemaal verschillend reageren. Het kan irriteren, zeker als we thuis meer dan normaal op elkaar lip zitten. Omdat we bijvoorbeeld meer thuis werken, omdat de (klein)kinderen de hele dag rondlopen en zich vervelen, omdat we eigenlijk hopen dat iemand langs komt maar die ander durft het toch niet aan, omdat iemand in de winkel toch wel erg dicht bij je komt staan, omdat...
Welke houding neem je dan aan en wat reken je anderen dan aan? Toch wel een belangrijke vraag in deze dagen. Nu kan je niemand opdragen om een ander vergeving te schenken. Maar Jezus roept in het evangelie Petrus, en dus ook ons, op om mild met elkaar om te gaan. Ook voor Jezus zal die levenshouding niet gemakkelijk geweest zijn. Want Hij zegt die woorden terwijl hij zelf net op weg gaat naar Jeruzalem, zijn eigen dood tegemoet. Ook dat zal spanning bij Hem opgeroepen hebben, denk ik zo. Vergeving: niet 7 keer, al is dat al heel vaak, maar 70 maal 7 keer. Oneindig vergeven, zegt Jezus er eigenlijk mee.
‘Hoe vaak moet ik mijn broeder of zuster vergeving schenken?’ In een onzekere situatie, waarvan we nog totaal niet weten wat ons nog te wachten staat, is het zeker een vraag om nog eens goed bij stil te staan!

GEBED
God van liefde,
wereldwijd worden we getroffen
door het rondgaan van het Corona-virus.
Dat brengt veel onzekerheid en spanning met zich mee.
Schenk ons de kracht en de moed
om, ondanks alles,
open te blijven staan voor anderen.
Om mild te zijn naar elkaar,
om elkaar vergeving te schenken waar we tekort schieten,
om elkaar niet te laten vallen.
Dat wij betrokken blijven op elkaar.
Geef ons daartoe een hart van vergeving en mildheid,
zoals Jezus het ons heeft voorgeleefd.
Dat bidden wij U in verbondenheid met diezelfde Jezus,
die is uw Zoon en onze Heer.
AMEN



terug naar boven

 
© 2012 Franciscus en Clara parochie