Welkom op de website van Parochie Verband IJsselvallei
 
Epe Vaassen De Vecht Twello Bussloo Klarenbeek Loenen - Eerbeek Home
 
 


Ter bemoediging

Ter bemoediging in tijden van Corona
- dagelijkse overdenkingen vanuit het pastoraal team

terug naar boven



Dinsdag 31 maart 2020 - Wim Vroom

Het leesrooster reikt ons vandaag een vertelling aan die gaat over tocht van de Israëlieten door de woestijn, uit de onderdrukking van Egypte naar het beloofde land. (Numeri 21, 4-9)

Van de Hor trokken ze verder in de richting van de Rode Zee; ze moesten immers om Edom heen trekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig. ‘Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte?’ verweten ze God en Mozes. ‘Om ons in de woestijn te laten sterven? We hebben geen brood en geen water, en we kunnen dit ellendige eten niet meer zien.’ Toen stuurde de Levende giftige slangen op de Israëlieten af, die hen beten, zodat velen van hen stierven. Daarop ging het volk naar Mozes. ‘We hebben gezondigd,’ zeiden ze, ‘want we hebben de Levende en u verwijten gemaakt. Bid tot de Levende dat hij ons van die slangen verlost.’ Mozes bad voor het volk, en de Levende zei tegen hem: ‘Laat een slang maken en bevestig die op een staak. Iedereen die gebeten is en daarnaar kijkt, blijft in leven.’ Mozes liet een koperen slang maken en bevestigede die op een staak. En iedereen die door een slang gebeten was en opkeek naar de koperen slang, bleef in leven.

Wie een frisse neus haalt in de buurt van de eigen woning zal het niet ontgaan zijn. Achter vele ramen zijn beren te vinden. Een leuke afleiding in een moeilijke tijd. Kinderen (en grote mensen!) kunnen op berenjacht. Het idee is geïnspireerd op een boekje dat ik zelf ook met veel plezier vele malen aan mijn kinderen heb voorgelezen: ‘Wij gaan op berenjacht’. In het boekje gaat een familie op berenjacht:
‘Wij gaan op berenjacht.
We gaan een hele grote vangen.
Wat een prachtige dag!
Wij zijn niet bang.’
Maar telkens is er een groot obstakel: een bos, een rivier, een moeras enz. En elke keer als ze dat obstakel zien zeggen ze:
‘We kunnen er niet bovenover.
We kunnen er niet onderdoor.
O nee!
we moeten er wel dwars doorheen!’
Na het obstakel overwonnen te hebben klinken weer die woorden ‘Wij gaan op berenjacht...’, totdat de familie de beer vind. Maar ze schrikken zo van die beer dat ze weer snel naar huis rennen, ook weer door alle obstakels heen. Eindelijk thuis duiken ze veilig het grote bed in en verzuchten: ‘Nooit meer gaan we op berenjacht!’
Aan dit schitterende verhaaltje moest ik al vaker denken nu ons de Corona-crisis overkomt. Met geen mogelijkheid kunnen we er omheen, of je nou ziek bent of nog gezond, we moeten er allemaal rekening mee houden. Hoe ingrijpend het ook is. En hoe we uit de crisis moeten komen is ook nog erg ongewis.
Wat dat betreft is er wel een vergelijking te maken met die Israëlieten, die niet zomaar uit de onderdrukking van Egypte het beloofde land binnen kunnen gaan. Ze moeten eerst hun weg door de woestijn zien te vinden, wel veertig jaar!
In zo’n woestijn zitten wij ook, niet goed wetend welke kant op. Slangen als de moed verliezen, depressief raken, geprikkeld zijn, je baan kwijtraken, missen van contact met je dierbaren: we kennen ze. We moeten er wel dwars doorheen en steeds, zoals de slang op de staak, voor ogen houden waarom we hier doorheen moeten. En misschien is het ook van belang om te kijken welke factoren hebben meegespeeld waardoor we zo hard door deze crisis geraakt zijn. En hoe we ons leven weer op kunnen pakken.
De Israëlieten worden opgeroepen naar de slang op de staak te kijken. Ook wij moeten dwars door deze crisis heen. We hebben geen andere keus. Moge de Levende ons daarin bijstaan!

GEBED

Levende,
wij worden hard getroffen door de Corona-crisis.
Op vele wijzen ervaren we deze verwoestende ziekte.
Wij vragen U:
geef ons de moed om deze crisis onder ogen te zien
en het uit te houden.
Met alle moeilijkheden,
maar ook met alle goede dingen die we ook mogen ervaren.
Sterk ons in deze tijd
en laat ons de hoop levend houden
dat er nieuwe toekomst is,
hoe dan ook.
Wees ons nabij,
zoals Jezus zijn mensen nabij was,
Hij die is uw Zoon en onze Heer.
AMEN

terug naar boven


Lucas Cranach de Oude – Jezus en de overspelige vrouw

Maandag 30 maart 2020 – week 5 van de veertigdagentijd - Ivan Kantoci

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (8, 1-11) aan:

“Jezus echter begaf zich naar de Olijfberg. ’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe. Hij ging zitten en onderrichte hen. Toen brachten Schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw die op overspel was betrapt. Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt, terwijl ze overspel bedreef. Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen zulke vrouwen te stenigen. Maar Gij, wat zegt Gij ervan?’ Dit bedoelden ze als een strikvraag in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen. Jezus echter boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond. Toen ze bij Hem aanhielden met vragen, richtte Hij zich op en zei tot hen: ‘Laat degene onder u die zonder zonde is, het eerst een steen op haar werpen. Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond. Toen zij dit hoorden, dropen zij een voor een af, de oudsten het eerst, totdat Jezus alleen achterbleef met de vrouw, die nog midden in de kring stond. Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar: ‘Vrouw, waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld? Zij antwoorde: ‘Niemand, Heer.’ Toen zei Jezus tot haar: ‘Ook ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.’

Het is goed, nu er meer en meer verontrustende berichten zijn over de zieken die besmet zijn met het coronavirus in onze eigen omgeving, stil te staan bij de bevrijdende kracht die van Jezus uitgaat bij het overwinnen van verstikkende en ondragelijke last. Velen onder ons, zonder gezondigd te hebben, besmet met de ziekte die ze zelf niet gezocht hebben, staan er reddeloos en verloren bij, misschien met een vreselijke gevoel van machteloosheid, zoals die vrouw die gebruikt werd door Schriftgeleerden en Farizeeën om Jezus te kunnen beschuldigen. De vrouw staat daar verlamd van angst en Jezus staat in de ogen van de Schriftgeleerden schaakmat. Als Jezus zegt: “nee doe dat niet” dan overtreed Hij de wet van Mozes en blameert Hij zich zelf in de ogen van het volk daar bijeen. Het antwoord van Jezus is verrassend: "Wie zonder zonde is laat die als eerste een steen naar haar werpen." Schriftgeleerden en Farizeeën voelden zich op dat moment op heterdaad betrapt als verkrachters van Gods wet. Niemand toch kan volhouden dat hij/zij nooit faalt, zuiver van geweten is? Jezus laat zien dat hij mededogen heeft voor de menselijke zwakheid die na zijn falen kan staan uit zijn zonde. Jezus heeft vertrouwen in de mens en gelooft dat hij groeien kan in het volgen van Gods wegwijzers. Wij mensen worden niet ineens volmaakt. Versta je Gods wetten en geboden zoals de joodse overheid dat deed, dan moet je wel het leven als verstikkend ervaren, als een drukkende last. Het geloven wordt een gebodendienst, waaraan geen vreugde te beleven valt. Maar het inzicht dat Jezus ons geeft over de zin en betekenis van Gods geboden bevrijdt ons van die angsten en die verstikkende druk, van die ondraaglijke last. Niemand is zonder zonde. Jezus weet het, maar hij veroordeelt niet. Toen de oudsten weggegaan waren en Jezus alleen was met de vrouw liet hij haar gaan met de woorden: "Zondig vanaf nu niet meer." Voor de mens kun je mededogen hebben en hem vergeven. Het kwaad niet. Het kwaad zelf kan niet getolereerd worden. Het draagt niet bij aan je geluk.

Er zit nog een boodschap verscholen in dit evangelieverhaal. De vrouw staat in die kring als 'dood', staat er reddeloos en verloren bij. Niemand is eigenlijk echt in haar geïnteresseerd. Zij komt er niet op aan. Zij is slechts 'een geval', een middel om Jezus in verlegenheid te brengen. Alleen Jezus is in haar geïnteresseerd, spreekt haar aan, veroordeelt niet. Nu staat er heel opvallend aan het begin: Het hele volk kwam naar hem toe. Het hele volk kijkt die vrouw aan. Het hele volk kijkt in feite naar zichzelf, naar zijn eigen zondigheid, naar zijn eigen ontrouw, naar zijn eigen overspel. Het volk ziet als het ware in een spiegel hoe reddeloos en verloren het is. Maar Jezus ziet haar aan, ziet het volk aan en roept het toe met Jesaja: Denk niet meer aan het verleden, sla niet langer acht op wat voorbij is. Ik onderneem iets nieuws, het begin is er al: zie je het niet? Ik doe je opstaan uit je zondigheid, uit je verlorenheid waaronder je lijdt. Zoals deze vrouw als het ware het leven terugkrijgt, mag opstaan en gaan zo mag het hele volk weten, wij, die daar op het tempelplein staan, wij mogen weten, dat ook wij mogen opstaan tot nieuw leven, uit ons falen, uit onze ontrouw jegens God en elkaar. Want daartoe ben ik in de wereld gekomen, niet om te oordelen maar om te redden.

Jezus gooit geen stenen en laat niet toe dat wij naar anderen stenen gooien. Het besef van ons eigen falen en zwakheden moet ons wel daarvan weerhouden. Wij allen delen in zijn vergevingsgezindheid. Hij eist ons leven niet op. Hij stuurt ons op weg met de woorden: Ik veroordeel u ook niet. Ga naar huis, naar waar je woont, werkt, liefhebt en zondig niet meer.

Nog iets. Misschien komen ook bij u deze dagen de vragen waarom het coronavirus duizenden mensen doodt, waarom deze besmettelijke ziekte ons teistert, en waarom wij überhaupt moeten lijden. Het antwoord is: we weten het niet. Hier samenhangend is de vraag voor ons in tijden van lijden of we kunnen geloven in God die wij niet begrijpen. En als het mysterie van het lijden onoplosbaar is, waar kun je je als gelovige in tijden als deze dan nog tot wenden? Voor ons christenen en wellicht ook voor anderen is het antwoord op die vraag: tot Jezus.

Jezus is voor ons het voorbeeld hoe we met elkaar moeten omgaan. Het spreekt voor zich dat als je zorgt voor iemand met het coronavirus je de juiste voorzorgsmaatregelen moet treffen, zodat het virus niet verder wordt verspreid. Maar voor Jezus was de vrouw die overspel pleegde, of iemand die ziek en stervend was de ‘ander’, niet iemand die ergens schuldig aan was maar vooral een mens.

Als Jezus iemand in nood zag – zoals uit het evangelieverhaal van vandaag – was zijn hart ’bewogen door medelijden’. Jezus is een voorbeeld voor hoe we in deze crisis voor de ander kunnen en moeten zorgen: bewogen door medelijden.

Gebed

Eeuwige en barmhartige God
we bidden U voor al die mensen in onze parochie en in de wereld
die hoop geven in deze moeilijke en bange dagen,
door de aandacht en oprechte zorg die ze schenken aan de mensen
in hun directe omgeving in het leven van alle dag.
Dat ze in Naam van Jezus Christus tekenen mogen zijn
van de weg van dood naar leven. Amen.

terug naar boven



Zaterdag 29 maart 4e week van de 40 dagen tijd – Mariska Litjes Kind en Kerk

Psalmen- Liederen van God

Dit weekend zal Psalm 130 gelezen worden in de liturgie. Een Psalm over fouten maken, spijt hebben en een smeekbede om een nieuwe kans te krijgen van God.

Met de kinderen in de kinderwoorddienst volg(d)en we dit jaar het 40 dagenproject “De Psalmendichter- liederen van God”. Te vinden op www.kinderwoorddienst.nl
Ik geef u de versie van deze Psalm, geschreven door Marjet de Jong.

Psalm 130
Uit de diepste diepte roep ik naar U.
God, hoor me toch bidden en smeken.
Ik heb fouten gemaakt, Heer, dat weet ik.
Als U alle zonden gaat tellen
is er geen hoop voor mij, voor niemand.
Maar misschien wilt U ons vergeven,
geeft U mensen een nieuwe kans.
Ik kijk naar u uit, als een wachter
op een toren voor zonsopgang.
Bij U is liefde en ruimte,
bij God vind je altijd troost.
Ook al ben je heel fout geweest,
God geeft ons een nieuwe kans.

Enkele vragen die de kinderen gesteld zouden worden wil ik met u delen.
Hebben zij zelf wel eens iets fout gedaan waarbij ze een nieuwe kans hebben gekregen, of een nieuwe kans hadden gewild? Hoe vinden zij het zelf om een ander een nieuwe kans te geven?
Bij God kun je vragen of Hij je een nieuwe kans wil geven. Zou God je oneindig keer een nieuwe kans geven of zit daar ook een einde aan?

Ik daag u uit om deze vragen eens aan u zelf te stellen. En als u kinderen hebt de Psalm samen te lezen en eens te horen wat zij antwoorden op de vragen.

Psalm 130 is een bedevaartpsalm die gezongen werd op weg naar de tempel in Jeruzalem. Om daar te komen moesten de pelgrims een flinke klim maken nadat ze al een lange reis achter de rug hadden. Al wandelend ga je nadenken. Misschien heeft u die ervaring zelf ook. Nadenken over wat er gebeurt en je overkomt. In deze Corona-tijd is ‘een frisse neus halen’ zoals Mark Rutte het noemt ontzettend belangrijk. Buiten zijn, lopen en fietsen in de natuur, we gaan het extra waarderen nu we beperkt zijn in onze sociale contacten en veel thuis zijn.

Ik kan me zo voorstellen dat de pelgrims die deze Psalm zongen, een blik omhoog geworpen hebben naar het eindpunt, de tempel, het huis van God. Het doel was om dat te bereiken en daarmee God te ontmoeten. De schrijver van deze Psalm heeft zich misschien vertwijfeld afgevraagd of hij de ontmoeting met God wel waard was. Zijn fouten overziend zich afgevraagd of hij een nieuwe kans zou krijgen.
Ook wij zullen deze dagen wellicht vaker peinzend naar buiten en omhoog kijken. Nadenken over wat ons overkomt. Ons afvragen hoe dit toch zo gekomen is en hoe lang dit nog gaat duren. Ik hoor veel mensen praten over de grenzen aan de maakbaarheid van alles waarin we leven. Je wordt nu ook meer met jezelf geconfronteerd. We storten ons op het online verbonden blijven nu de wereld onveilig is. Het internet biedt een veilige verbinding met velen en stelt ons in staat de controle zoveel mogelijk vast te houden op werk, school en privé.

Het zou de mensheid sieren, jou en mij om onszelf eens eerlijk af te vragen, net zoals de Psalmist dat doet in Psalm 130, waar onze fouten liggen. In het klein voor ons zelf, in relaties met anderen, maar ook groter in wat er gebeurt in ons dorp, stad en de wereld.
Op dit moment kijken wij in de wereld uit als een wachter op een toren naar betere tijden. Hopend dat de zon op zal gaan en we zonder beperkingen elkaar mogen omhelzen en er op uit kunnen gaan.

Laat ons er op vertrouwen dat God ons mensen, jou en mij nieuwe kansen geeft. Laten we erop vertrouwen dat uit welke diepte je ook roept, Hij je zal horen.

Psalm 130,1-8

Antifoon: De Heer is steeds barmhartig, zijn genade onbeperkt.

Uit de diepte roep ik, Heer,
luister naar mijn stem.
Wil aandachtig horen
naar mijn smeekgebed.
Als Gij zonden blijft gedenken,
Heer, wie houdt dan stand?
Maar bij U vind ik vergeving,
daarom zoekt mijn hart naar U.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Gretig zie ik naar Hem uit,
meer dan wachters naar de ochtend.
Meer dan wachters naar de ochtend
hunkert Israël naar Hem.
Want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.
Hij zal Israël verlossen
van zijn ongerechtigheid.

terug naar boven



Vrijdag 27 maart 2020 – week 4 van de veertigdagentijd– Ronald Dashorst

Jesaja 21,11-12: ‘Men roept mij uit de bergen: `Wachter, hoever is de nacht? Wachter, hoever is de nacht?’ De wachter antwoordt: `De morgen is gekomen, de nacht is voorbij’.

Wachter, hoe lang is de nacht? Dat roepen wij ook op heel veel plaatsen in de wereld. Hoe lang duurt de nacht van de beproeving nog die we te verdragen hebben in dit coronatijdperk. Hoe lang zal het duren voordat we onze familie weer kunnen ontmoeten, elkaar een hand geven of een knuffel. Hoelang duurt het nog voordat we weer naar de kerk kunnen gaan. Hoe lang voordat we weer naar ons werk kunnen gaan en de kinderen weer naar school.
Vele stemmen die vragen: Wachter, hoe lang is de nacht? Die vraag wordt tot twee maal toe gesteld. De vragen zijn angstig, bezorgd, ongerust. Het is niet duidelijk hoe lang de epidemie zal duren. Er zijn ook veel zorgen over hoe het gaat na de coronacrisis, hoe het gaat met de economie, met de werkgelegenheid. Veel mensen vragen, zoeken een antwoord, hoever is de nacht? Er is grote behoefte aan iemand die kan antwoorden. Activiteiten zijn gestopt, veel werk ligt stil, er is geen uitgaansleven meer, er zijn geen antwoorden. Hoe lang moet dit nog duren? Er is alleen maar stilte.

Jezus heeft in stilte elke dag tot ons gesproken. We horen zijn stem. Wie is Hij vragen de Schriftgeleerden. ‘Hij is profeet’ zei de blindgeborene. Jezus is onze profeet, Hij laat ons zien! Wij ontdekken de profeet in de stilte van ons gebed en de wachter in de nacht die naast ons staat, de Zoon van God.

Deze dagen leiden ons naar de bekering tot, en de omkering naar Jezus en wij luisteren naar Zijn Woord. Hij heeft ons als persoon en ons als volk bewaakt. Hij laat ons nooit alleen achter. Hij heeft geen angst voor de besmetting van onze angst en kleinheid.
Deze tijd vraagt van ons gebed en het leren van Gods Woord. Matteüs schrijft: ‘Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en ge zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt en voor wie klopt, doet men open’. Het is de tijd van het gebed. Paus Franciscus heeft ook opgeroepen om samen te bidden. In gebed zijn wij verbonden met elkaar, als parochianen, als een grote familie van mensen over de hele wereld. God wil naar ons gebed luisteren. Wij moeten in ons gebed strijden voor de genezing van de wereld en de genezing van landen waar onmenselijkheid te vinden is.

De wachter waakt over de stad, ziet de pijn van de bejaarden en de zieken die geen bezoek mogen ontvangen, ziet de pijn van de armen, van de dak- en thuislozen, de vluchtelingen. Ziet de pijn van de mensen die nu zonder werk, zonder inkomen zitten, in angst hoe het verder moet gaan. De wachter roept op tot bekering, roept op om terug te keren naar elkaar, om te keren naar de arme en de lijdende. Wachter, hoe lang duurt de nacht?


Jesaja beschrijft in hoofdstuk 52 een visioen van vrede: ‘Hoe welkom zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, van de vreugdebode met goed bericht die een boodschap van heil laat horen en tot Sion zegt: `Uw God is als koning gekomen!' Hoort! Uw torenwachters verheffen hun stem, en jubelen eenparig, want zij zien met eigen ogen hoe de Heer naar Sion terugkeert. Breekt los in gejubel, allen tezamen, gij puinen van Jeruzalem; want de Heer bemoedigt zijn volk; Hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer toont zijn heilige arm voor de ogen van alle volken, en de verste hoeken der aarde hebben het heil gezien dat komt van onze God’.

Laat de wachters niet alleen! Waar we ook zijn, wij moeten onze stem verheffen, wij moeten uitbarsten in een vreugdezang. De Heer is teruggekomen en troost zijn volk. De wachters roepen met de Heer samen. Wij zijn samen de wachters, eensgezind, in volhardend gebed met een blik die verder kijkt, de wachters van de stad en van de armen. De stad zal vernieuwen! In dat vertrouwen gaan wij op weg naar de Goede Week en Pasen. Amen.

terug naar boven



Donderdag 26 maart 2020 – week 4 van de veertigdagentijd – pastoor Hans Hermens

Joh 5, 31-47

In die tijdsprak Jezus tot het volk: ‘Als Ik over Mijzelf getuig, dan heeft mijn getuigenis geen waarde. Er is een Ander die over Mij getuigt, en Ik weet, dat de getuigenis die Hij over Mij aflegt geloofwaardig is. Gij hebt een gezantschap naar Johannes gestuurd en deze heeft getuigd voor de waarheid. Weliswaar behoef Ik de getuigenis van een mens niet, maar Ik zeg dit opdat gij gered zult worden. Hij was de lamp, ontstoken om te verlichten, en een korte tijd hebt gij u in zijn licht willen verheugen. De getuigenis echter die Ik bezit is waardevoller dan die van Johannes; want het zijn juist de werken die de Vader Mij gegeven heeft om te volbrengen en die Ik ook volbreng, die van Mij getuigen, dat Ik door de Vader gezonden ben. Ook de Vader zelf die Mij zond heeft getuigenis over Mij afgelegd. Zijn stem hebt gij nimmer gehoord noch zijn gestalte gezien, en zijn woord hebt gij niet blijvend in u, omdat gij Degene di Hij zond niet gelooft. Gij onderzoekt de Schriften in de mening daarin eeuwig leven te vinden, maar juist deze getuigen over Mij. En toch wilt gij niet tot Mij komen om het leven te vinden. Ik zoek niet door mensen geëerd te worden, maar Ik weet dat gij in uw hart geen liefde tot God hebt. Ik ben gekomen in de naam van mijn Vader. En toch aanvaard gij Mij niet. Kot een ander in zijn eigen naam dan zult gij hem wel aanvaarden. Maar hoe zoudt gij ook kunnen geloven als gij van elkaar eer tracht te verwerven, terwijl gij de eer die van de enige God komt niet zoekt? Meent niet, dat Ik u bij de Vader zal aanklagen. Er is al iemand die u aanklaagt; Mozes, op wie gij uw hoop hebt gesteld. Want als ge Mozes zoudt geloven zoudt ge ook Mij geloven, want juist over Mij heeft hij geschreven. Als ge niet gelooft wat hij schreef hoe zoudt ge dan geloven wat Ik spreek?’

We lezen vandaag een stuk uit het Johannesevangelie. Johannes reflecteert op wie deze Jezus nu werkelijk is. Daardoor is Johannes soms wat moeilijk te begrijpen. Maar hij houdt Jezus ons voor ogen, als de Christus in wie we God ten volle mogen zien. In Jezus zien we Gods liefde en trouw. Gods liefde en trouw is ons heel nabij gekomen, in een mens.

Een filosoof, Kierkegaard zei eens. ‘Geloven in God, daar kunnen we ons nog wel iets bij bedenken. Immers kijk naar de bloemen op het veld, naar de vogels in de lucht en dieren op het land. Dit alles mogen wij toeschrijven aan een scheppende God. Maar Jezus accepteren als Degene die de weg opent naar God. Die de weg is de waarheid en het leven, dat is veel moeilijker. Dit vraagt om een sprong in denken die alleen maar vanuit het geloof is te begrijpen.’

In deze weken voor Pasen lezen we stukken uit het evangelie die ons proberen te beschrijven wie de Christus is. Tenslotte aan ons om daar een antwoord op te geven. En als gelovig, maar ook kwetsbaar mens weet ik dat ik daar heel mijn leven over mag doen, met vallen en opstaan. Ook in mijn geloof voel ik soms de onmacht om me vast te houden aan die woorden van Johannes. Als gelovige mensen blijven we ook zoekende mensen. De woorden van Johannes ; ze zijn zo zeker, zo duidelijk over wie de Christus is, wat Gods liefde voor ons betekent. In die liefde , in dit vertrouwen, ik moet er ook in groeien elke dag opnieuw. Zeker ook op momenten wanneer het leven moeilijk en zwaar is.

We leven in Moeilijke tijden, vele mensen worden ziek, er vallen zelfs doden. Het gevaar van het virus het komt steeds dichter bij. Er zijn nu ook parochianen die het gevaar van het virus, op dit moment, aan de lijven moeten ondervinden. Verschrikkelijk allemaal, zoveel leed en pijn. Ook ben ik geraakt door de pijn van mensen die niet meer met hun dierbaren in contact mogen komen, een oude zieke vader of moeder, een gehandicapt kind, broer of zus in het verpleegtehuis, die nu geen bezoek mag hebben van dierbaren vanwege het risico op besmetting. Je wilt juist deze kwetsbare mensen die je zo dierbaar zijn, nabij zijn. Maar het kan niet, hoe begrijpelijk en verstandig ook. Het doet wel pijn.

Op zulke momenten voel je je onmachtig en is het moeilijk om te vertrouwen dat het goed komt. En dat is zeer begrijpelijk, want we hebben nu eenmaal niet alles in onze eigen hand. Maar toch met de kracht van het geloof in Gods liefde en het geloof dat Gods liefde in mensen werkt, mogen ook wij door deze moeilijke tijd heen komen. Dat we mogen blijven zien dat Gods Geest werkt in vele mensen die nu zorg dragen voor onze meest kwetsbaren. Over enkele weken vieren we Pasen, niet het lijden, niet de dood hebben het laatste woord, maar Gods liefde die leven geeft. Dat we zo ons geloof in Jezus, de Christus mogen blijven verstaan.

Gebed.

Goede God, versterk ons geloof in Uw Zoon. Dat niet de angst, de onmacht, het lijden en de dood het laatste woord hebben. Dat we mogen groeien in vertrouwen en ons leven, juist op de moeilijke momenten, in uw handen kunnen leggen. Dat we in de zorg voor elkaar uw werkzame liefde zichtbaar mag worden. Ook wanneer we de zorg voor onze dierbaren in de handen van andere mensen moeten leggen. Heer kom onze vragen, onze twijfel, ons ongeloof te gemoed.

terug naar boven



Woensdag 25 maart 2020, Aankondiging van de Heer (Maria Boodschap) – Sebastian Gnanapragazam

Deze dagen blijven wij veel thuis en krijgen wij persconferenties van de overheid via televisie. Wij worden gevraagd om meer thuis te blijven en afstand van elkaar te nemen.

Vandaag vieren wij het feest van Maria Boodschap. Jezus is God en mens. Maria heeft Hem negen maanden in haar schoot gedragen. Jezus is geboren uit een vrouw. Een vrouw die Hem negen maanden in haar schoot onder haar hart heeft gedragen.

Elke vrouw die een kind ter wereld heeft gebracht, weet wat het betekent om een levend wezen in je te voelen groeien in die periode van negen maanden. En dat je hele lichaam daardoor zelf zichtbaar en voelbaar verandert.
Dat heeft Maria meegemaakt. Negen maanden vanaf deze dag tot de geboorte van Jezus die we met Kerstmis vieren. Ze heeft dit kind met liefdevolle gedachten omringd. En de boodschap van de engel heeft ze in haar hart bewaard en overpeinsd.

Als wij veel thuis zijn, mogen wij zoals Maria met liefdevolle gedachten ons gezinsleden omringen.
Al in deze negen maanden is er een unieke band ontstaan tussen Maria en haar kind.

Wij leven ook in een unieke tijd van het leven. Door een epidemie zijn wij gevraagd om thuis te blijven en te werken. Het is ook een moeilijke tijd omdat wij eerst deze tijd van het leven moeten erkennen en hieraan wennen. Toen Maria hoorde dat zij zwanger zou worden door de Heilige Geest, was het voor haar moeilijk om te aanvaarden. Zij heeft het in alle vertrouwen in de Onze Lieve Heer aanvaardt. In de negen maanden is haar band met Jezus gegroeid. Toen Jezus was geboren ontbrak het licht van Christus voor haar en voor de hele wereld. Maria vertrouwde in een mooie tijd en die heeft zij het meegemaakt. Mogen wij allen aanvaarden de tijd van thuis blijven en vertrouwen op een betere tijd. Maria is een voorbeeld voor ons in het vertrouwen voor een betere toekomst. Amen.

terug naar boven



Dinsdag 24 maart 2020 – week 4 van de veertigdagentijd – Wim Vroom

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (5, 1-18) aan:

"Daarna was er een Joods feest, en Jezus ging naar Jeruzalem. In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen dat in het Hebreeuws Betzata heet. Daar lag een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden. Er was ook iemand bij die al achtendertig jaar ziek was. Jezus zag hem liggen; hij wist hoe lang hij al ziek was en zei tegen hem: ‘Wilt u gezond worden?’ De zieke antwoordde: ‘Heer, als het water gaat bewegen is er niemand om mij erin te helpen; ik probeer het wel, maar altijd is een ander al vóór mij in het water.’ Jezus zei: ‘Sta op, pak uw mat op en loop.’ En meteen werd de man gezond: hij pakte zijn slaapmat op en liep. Nu was het die dag sabbat. De Joden zeiden dan ook tegen de man die genezen was: ‘Het is sabbat, het is niet toegestaan een slaapmat te dragen!’ Maar hij zei tegen hen: ‘Degene die mij genezen heeft, zei tegen mij: “Pak uw mat op en loop.”’ ‘Wie zei dat tegen u?’ vroegen ze. Maar de man die genezen was kon niet zeggen wie het was, want Jezus was al verdwenen omdat daar zoveel mensen waren. Later kwam Jezus hem tegen in de tempel en toen zei hij tegen hem: ‘U bent nu gezond; zondig daarom niet meer, anders zal u iets ergers overkomen.’ De man ging aan de Joden vertellen dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had. Het was omdat Jezus zulke dingen deed op sabbat, dat de Joden tegen hem optraden. Maar Jezus zei: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook.’ Vanaf dat moment probeerden de Joden hem te doden, omdat hij niet alleen de sabbat ondermijnde, maar bovendien God zijn eigen Vader noemde, en zichzelf zo aan God gelijkstelde."

In het evangelie lijkt het zo makkelijk: ‘Sta op, pak je mat en loop.’ In deze dagen zie ik de vele zieken, de ene mild, de andere in kritieke toestand in een ziekenhuis. En dan zijn er in ook nog al diegenen die voor een andere aandoening eigenlijk behandeling nodig hebben, maar waar nu geen tijd en aandacht voor is. Eigenlijk willen we allemaal wel ‘ja’ zeggen op die vraag van Jezus of we gezond willen worden. We willen allemaal wel opstaan en ons gewone leven weer oppakken. Maar dat vraagt op dit moment vooral rust, en geen actie!
Wat mij intrigeert in het evangelie is het antwoord van de man op Jezus’ vraag of hij gezond wil worden. ‘Niemand wil mij helpen en er is altijd een ander voor...’ Het klinkt in mijn oren alsof de man alle hoop op genezing heeft opgegeven, alsof hij er eigenlijk ook helemaal niet in gelooft dat hij ooit nog een kans zou maken. Wat wil je ook, na achtendertig jaar. Ook wij vragen ons in deze dagen af: ‘Hoe lang nog (,Heer)!’

Misschien is de kracht van Jezus dat Hij die zieke nieuwe eigenwaarde teruggeeft. ‘Sta op’ wordt dan meer dan letterlijk weer op je benen kunnen staan. Jezus geeft de man nieuwe moed, op een manier die de man niet verwacht had. Daarbij leidt Jezus hem niet naar het water, Hij houdt zelfs anderhalve meter afstand, maar zet de zieke op een nieuwe plaats en op een nieuw levensspoor, zelfs tegen alle regels in. Omdat er genezen moet worden! ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door’, zo hoor ik Jezus zeggen. De mens boven de sabbat, iets wat zeker in deze dagen noodzakelijk zal zijn om ons te herstellen van de pandemie. Omdat de gewone regeltjes en omgangsvormen nu even niet meer werken, ja, zelfs averechts werken.
‘Sta op, pak je mat en loop’. Het is geen oproep tot naïef geloof dat God of Jezus alles wel kan doen. Het is eerder een oproep om niet bij de pakken neer te gaan zitten, maar om met twee benen op de grond alles in het werk te stellen om weer gezond te worden. Daar moet nu alles voor wijken. Moge de goede God ons daartoe nabij zijn!

GEBED

God van mensen,
het Coronavirus drukt zwaar op ons.
Het maakt mensen ziek,
het legt de hele samenleving stil,
het beknot ons in onze bewegingsvrijheid.
Wij bidden U: laat ons niet alleen,
werk mee aan een oplossing,
op uw eigen manier,
en bemoedig al uw mensen
om nieuwe wegen te gaan
tot bevrijding en vernieuwing.
Dat bidden wij U
in Jezus’ Naam.
AMEN

terug naar boven


Rembrandt, Storm op het meer van Galilea, 1633.

Maandag 23 maart 2020 – week 4 van de veertigdagentijd - Ivan Kantoci

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (4,43-54) aan:

“Na die twee dagen ging Hij vandaar naar Galilea. Jezus zelf had verklaard, dat een profeet in zijn eigen vaderstad niet in aanzien is. Toen Hij nu in Galilea kwam, ontvingen de Galileeërs Hem welwillend, omdat zij alles hadden gezien, wat Hij te Jeruzalem op het feest had gedaan. Zij waren immers zelf ook op het feest geweest. Zo kwam Hij dan wederom te Kana in Galilea, waar Hij van het water wijn had gemaakt. Daar bevond zich een koninklijke beambte, wiens zoon te Kafarnaüm ziek lag. Toen hij hoorde dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen, ging hij naar Hem toe en verzocht Hem, dat Hij mee zou komen om zijn zoon te genezen, want deze lag op sterven. Als gij geen wondertekenen ziet, zei Jezus tot hem, dan gelooft gij niet. Daarop zei de hofbeambte: ‘Heer, kom toch eer mijn kind sterft!’. Jezus antwoorde: ‘Ga maar, uw zoon leeft.’ De man geloofde wat Jezus hem zei en ging heen. Zijn dienaars kwamen hem onderweg reeds tegemoet met de boodschap dat zijn kind leefde. Hij vroeg hun naar het uur waarop de beterschap was ingetreden, en zij zeiden hem: ‘Gisteren op het zevende uur is de koorts van hem geweken. Toen besefte de vader, dat het gebeurd was juist op het uur waarop Jezus gezegd had: ‘Uw zoon leeft’. Hij zelf en heel zijn gezin geloofden. Dit tweede teken deed Jezus ook weer toen Hij uit Judea naar Galilea gekomen was.”

We zijn op weg naar Pasen, het feest van Christus lijden, dood en verrijzenis. Afgelopen zondag konden diegenen die luisterden naar de internet uitzending van de eucharistieviering in de parochie vanuit de H. Antonius Abt kerk in Loenen, in het evangelie Jezus horen zeggen ‘Ik ben het licht van de wereld’ (Joh. 9,5). Ervaarbaar werd dat door Jezus genezing van de blindgeborene. Vandaag in deze evangelietekst van Johannes zien we dat Jezus, Hij die het licht is en die de menselijke blindheid kan genezen, ook de stervende mens geneest.

De tekenen die Jezus verricht, als we goed lezen, hebben niet te maken met iets spectaculairs, maar met innerlijke verandering die leidt naar het geloof in Hem. Jezus beproeft de hofbeamte eerst met de vraag of hij de wondertekenen ziet, of hij ze goed verstaat. De hofbeamte antwoordt met een geloofsvertrouwen in Jezus: ‘Heer, kom toch eer mijn kind sterft!’. Toen Jezus eerst het vertrouwen van deze hofbeamte gezien en gehoord heeft ‘Heer kom toch…eer mijn kind sterft’ is het antwoord van Jezus: ‘Ga maar, uw zoon leeft’. De tekst eindig met o.a. ‘Hij zelf en heel zijn gezin geloofden’ (53b).

In deze dagen nu wij bang zijn van de dreiging van de pandemie van het coronavirus, nu velen ziek en stervende zijn, is een daad van geloof zich met eigen stem, met eigen vragen en angsten tot de Levende Christus te richten.

Paus Franciscus is afgelopen zondag met een voorstel gekomen aan de leiders van alle christelijke kerken en alle christenen om op woensdag 25 maart om 12.00 uur samen tot God te bidden met het gebed Onze Vader dat Jezus zijn leerlingen geleerd heeft. Laten we ook meebidden!

Gebed:

Heer Jezus, met ons gebed,
met onze vragen en angsten komen wij tot U.
Kom toch en schiet ons te hulp nu zo velen ziek zijn,
nu ook onze bekenden sterven aan gevolgen van de ziektes
veroorzaakt door een virus waar voor nog geen medicijnen ontwikkeld zijn.
Heer kom toch met de genezende kracht van Uw Geest!
Mogen wij meer en meer in U kunnen geloven en
meer en meer uw woord gaan ervaren:
‘Ga maar… uw bekenden en vrienden leven! Amen.

terug naar boven


Kieta Nuij, Inkeer

Zaterdag 21 maart 2020, 3e week van de 40 dagen tijd - Mariska Litjes

Hosea 6, 1-6; “God heeft ons verscheurd, Hij zal ons ook genezen; Hij heeft wonden geslagen, Hij zal ze ook verbinden.”

In het boekje ‘Jaar van het woord’, uitgegeven door de Katholieke Bijbelstichting wordt deze tekst uit Hosea aangereikt. Als toelichting wordt geschreven: ‘Deze uitspraak van de profeet verwoordt een inzicht dat het volk krijgt als het tot inkeer en bekering komt. Het volk realiseert zich dat alle heil alleen van God komt. Wie zich weer tot Hem keert, zal genezing vinden. Wie God liefheeft, zal in het licht wandelen. Wees vroom, schrijft Hosea ons: houd van God.’

Wat mij nieuwsgierig maakt is dat het volk inzicht krijgt doordat het tot inkeer en bekering komt. Tot inkeer komen is tot bezinning komen. Ze gaan de zin van iets inzien dat ze hebben meegemaakt. Bekeren betekent letterlijk omkeren. Eerst ging je de ene kant op, nu de andere kant op. Het woord bekeren gebruiken wij in godsdiensten als je toekeren naar God. In dit vers uit Hosea wordt het ook als zodanig bedoeld. Ze maken een keuze om voor Gods liefde te kiezen. Ze beseffen dat alleen door God lief te hebben ze in het licht zullen wandelen.

Het verwondert mij altijd weer hoe oude teksten ons iets zeggen over de tijd waarin wij nu leven. Dat merk ik als ik op de scholen Bijbelverhalen vertel aan kinderen (Godly Play). Hoe jong de kinderen ook zijn, het verhaal vertelt ze iets over henzelf. Er gebeurt iets tijdens zo’n verhaal. Lang niet altijd lukt het ze om woorden te geven. Vaak wordt er gezegd “ik vind dat belangrijk of mooi omdat het zo voelt.” Misschien is dat ook wel genoeg en hoef je niet aan alles een waarom te verbinden. Misschien zijn we door alles wat we denken maakbaar te kunnen maken, ook wel (te)ver weg geraakt van het ‘voelen’ en ‘vertrouwen’ dat God ons in het licht laat wandelen. Weinig kinderen groeien nog op met God als een vanzelfsprekendheid in het leven. En toch word er vaak iets ervaren. Ze leren alleen niet om het God te noemen. Wie helpt ze nog tot inkeer en inzicht te komen? Wat wordt ze nog aangereikt aan het rijke pallet van verhalen, rituelen en beleving?

Tot inkeer en inzicht komen: deze tijd waarin we als sociale wezens gedwongen worden te accepteren dat we ‘gekooid’ worden. Dat er onzekerheid is, dat we heel veel niet in de hand hebben. We voelen ons verscheurd, wie zal ons genezen?
Artsen, virologen en wetenschappers onze hoop is op hen gevestigd om ziekten te voorkomen en mensen die ziek zijn een kans op toekomst te geven. Maar ik hoop dat mensen net zoals in de schoolklas, ook wat van God mogen ervaren in deze tijd en onzekerheid.
Nood leert bidden, is een spreekwoord dat mijn oma vaak gebruikte. Ik denk dat de nood nu hoog is!

Ik wil afsluiten met het gebed dat bij deze dag in het genoemde boekje wordt geschreven:

God, het enige dat U van ons verlangt, is liefde. Liefde waarmee wij onszelf aan u en aan de naaste geven. U weet hoe moeizaam dat vaak is. U weet hoe vaak wij ons opsluiten in onszelf en afkeren van anderen. Wees in uw goedheid ons genadig en houd ons hart brandend. Dat uw liefde in ons veel vrucht brengt. Amen.

terug naar boven


Jan Wijnants - Gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, 1670

20 maart 2020, vrijdag in de derde week van de Veertigdagentijd – Ronald Dashorst

In de lezing uit het Evangelie volgens Marcus lezen wij vandaag dat Jezus als volgt antwoord op de vraag van de Schriftgeleerde wat het eerste gebod is: ‘Het eerste is: Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee’. (Marcus 12, 29-31)

Mooie woorden komen naar ons toe in deze dagen waarin ons hart wellicht bedrukt is, angstig en onzeker over de gezondheid situatie van onszelf en onze naasten. Het land is ziek, de wereld is ziek, alles staat op zijn kop. Daar lijden het meest de oudere en kwetsbare medemensen aan. Eenzaamheid wordt een nog groter probleem, alles is gesloten, mensen zijn geïsoleerd en worden teruggeworpen op zichzelf. Gelukkig ontstaan veel initiatieven om mensen nabij te zijn, om te helpen, te troosten en te laten zien dat ze niet vergeten zijn.
We kunnen elkaar niet meer ontmoeten in de viering in de kerk, we moeten elkaar geen hand meer geven, er valt veel weg in deze tijd. Ontmoeting moeten wij op een andere nieuwe manier uitvinden met elkaar. Door een kaartje, via een telefoon gesprek een whatsapp sturen of in gedachten en in gebed weten dat we met elkaar in Christus verbonden zijn.
Door het gemis aan de zondagse viering beseffen we nu waarschijnlijk extra hoe belangrijk dit is voor ons als geloofsgemeenschap. En dan klinken de woorden van het dubbelgebod, ‘God liefhebben en je naaste als jezelf’. Daar komt het nu op aan, vanuit de liefde die God voor ons allen heeft, beantwoorden wij die liefde door God lief te hebben in onze naaste.

Deze crisis kan lang duren, het is een beproeving waar we met elkaar beter uit kunnen komen. We vieren via internet, zijn zo verbonden met elkaar. Ook met Pasen zal het zo zijn. We vieren en bidden thuis verbonden met elkaar om God te eren en lief te hebben en onze naaste als onszelf, onze naaste dichtbij en onze naaste ver weg. Er is echter grote onzekerheid, dit hebben wij nog nooit zo meegemaakt en we weten niet hoe lang dit kan duren.

De nachtwaker vraagt: ‘Hoe lang duurt de nacht nog?’ We leven momenteel in de nacht van de onzekerheid en de angst. Dat is de nacht van mensen in het verpleegtehuis, de nacht van mensen die ziek zijn en van hen die werken in de zorg. Kunnen we de zorg nog wel aan, hoeveel zieken kunnen er nog verpleegd worden op de intensive care? Er is ook de nacht van mensen in de vluchtelingen kampen, op Lesbos en in Libië, waar mensen vast zitten, met veel te veel in te kleine ruimtes met slechte voorzieningen, er is de nacht van de mensen van de straat, die geen huis hebben om te schuilen, en zo zijn er nog veel meer mensen die de nacht ervaren.
Maar de morgen zal komen! De beproeving zal leiden tot geduld en dat is een beproefde deugd waarmee we onze ziel zuiveren en laten groeien. Geduld geeft meer weerstand.

De waarde van concrete liefde kunnen wij in deze tijd opnieuw en anders ontdekken, de liefde die bevrijdt, door een woord dat wij lezen in de Schrift, door de arme en kwetsbare medemensen die hier een beroep op doen. God zal voor ons zorgen. Laten wij niet bang zijn.
Vanmorgen klonk op veel radiostations 'You'll Never Walk Alone'. Kippenvel om dit zo te horen en te weten dat in heel Europa mensen dit horen, weten dat wij verbonden zijn met elkaar op weg zijn als broeders en zusters. Deze verbondenheid genereerd zoveel mooie dingen, als wij maar voorbij de angst, in liefde voor elkaar, uitkijken naar het licht van de morgen, naar de Lente die vandaag ook is aangebroken. We zien het om ons heen, in de bloemen die bloeien en de bomen die uitbotten, we horen het aan de vogels die dwars door de corona angst heen zingen van een nieuwe toekomst, nieuw leven, van een Pasen voor ons allen.

In de veertigdagentijd, de voorbereiding op Pasen, worden wij opgeroepen tot concrete daden van naastenliefde, laten wij daarom bidden:

Trouwe God, geef ons de wijsheid en de kracht om met elkaar een weg te vinden naar het Licht, naar de morgen die komen zal. Help ons niet in onze angst te verdrinken, maar ons hart open te houden voor U God en voor onze naaste, om lief te hebben. Geef troost en kracht aan de mensen die ziek zijn, die eenzaam zijn, die zich buitengesloten voelen en angstig zijn. Geef kracht en uithoudingsvermogen aan de mensen die zich inzetten in de zorg voor anderen.
Laat ons delen met elkaar van de producten die we kopen in de supermarkt, bevrijdt ons van de angst tekort te komen. Geef vrede in onze harten. Maak ons een liefdevol cordon van mensen die als één groep immuniteit opbouwen om de kwetsbaren onder ons te beschermen. Help ons daarbij God, dat vragen wij in naam van uw Zoon, onze Heer en Broeder, Jezus de Christus, amen.

terug naar boven



donderdag 19 maart 2020; feest van de Heilige Jozef - Hans Hermens

Op het feest van de heilige Jozef lezen we uit Matt. 1.16.18-21.24a

We zitten midden in de veertigdagentijd, het lijden en sterven van Jezus wordt deze dagen extra in herinnering geroepen. De hele liturgie is er op afgestemd. En dan vandaag op het feest van sint Jozef las ik tijdens het ochtendgebed het kerstverhaal, beschreven door Matteüs. Dit feest doorbreekt, ook al is het maar voor een dag, de opgang naar Pasen die gaat door lijden en dood. Ik vind het een mooie gedachte dat juist wanneer het lijden en de dood steeds meer nadruk krijgt er toch ook even momenten zijn om over het lijden en de dood heen te kijken. Het verhaal van de geboorte van een kind geeft altijd hoop en vertrouwen. De zelfde hoop en vertrouwen die de kerken gisterenavond hebben laten horen door de klokken te luiden. Het Coronavirus trekt alle aandacht en zorgt voor veel ellende, voor veel lijden en dood. En ook de beperkingen die door het coronavirus zijn opgelegd, hoe zinvol en begrijpelijk ook, het zorgt voor veel extra eenzaamheid voor mensen die afhankelijk zijn van bezoek. Het zijn zorgelijke tijden. Maar het is ook goed om door de zorg en de ellende heen het goede en het mooie te blijven zien, die ook in deze wereld gebeurd. In de zorg die mensen voor elkaar hebben in deze moeilijke tijden. En daarmee een vertrouwen laten zien, dat hoe donker de nacht ook is, het ook weer licht gaat worden. En als gelovige mensen mogen we ook het vertrouwen houden dat God ons zal blijven zien.

Vandaag viert de kerk het feest van de heilige Jozef, de pleegvader van Jezus. Ik denk dat Jezus vast en zeker over Jozef heeft gesproken, misschien niet zo direct, maar toen Jezus sprak; ‘Maak je niet bezorgd over wat je zult eten, of wat je zult drinken en ook niet over wat je zult aantrekken. Kijk eens naar de vogels in de lucht, ze zaaien niet en maaien niet, maar je hemelse Vader voedt ze. En kijk eens naar de leliën op het veld, hoe mooi ze zijn, zo mooi ging Salomo niet gekleed in al zijn pracht. Maar jullie zijn toch veel meer waard dan vogels en leliën’. Hierin klinkt een vertrouwen door. Dat God je niet los laat, dat Hij er voor je is. Hoe de weg ook loopt. God trekt met je mee. Zo heeft Jozef in vertrouwen kunnen leven en is hij de moeilijke momenten in zijn leven te boven gekomen. Zo heeft hij het geroddel van mensen over zijn zwangere vrouw kunnen doorstaan, heeft hij de ellende van de volkstelling, door de keizer uitgeroepen, kunnen verdragen. En is hij het gevaar van de jaloerse koning Herodes voor kunnen blijven. Mag Jozef zo een voorbeeld van geloof en vertrouwen zijn in moeilijke tijden en een voorspreker voor ons allen bij Jezus zelf.

Gebed

God, U die het leven doorgeeft in generaties van mensen, U roept ook ons op om rechtvaardig uw weg te gaan. Beziel ons met uw Geest die hoop en vertrouwen schenkt, zoals eens ook aan Jozef. En laat uw liefde over ons stralen door alle moeilijkheden heen van ziekte eenzaamheid pijn en dood, opdat wij zoals Jozef elkaar tot zegen zijn voor allen die wij ontmoeten omwille van Jezus die met U en de Heilige Geest leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen.

terug naar boven



Woensdag 18 maart 2020 – Ivan Kantoci

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Matteüs (5, 17-19) aan:

“Denk niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is. Wie dus een van de voorschriften, zelfs het geringste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.”

Vandaag veel media berichten over de maatregelen tegen het coronavirus en stand van zaken van de gevolgen, lijkt deze tekst van Matteüs heel ver weg, alsof het niets met ons te maken heeft. Toch wil ik zoeken of de boodschap ook nu voor ons van betekenis kan zijn.
Ik was deze dagen onder de indruk van het verhaal die de NOS naar buiten bracht over het gezin dat bij de eerste dertig mensen hoorde die in Nederland besmet waren met het coronavirus. Na twee weken in thuisisolatie mochten ze begin deze week voor het eerst naar buiten. Ze zijn inmiddels klachten vrij. Tijdens vakantie in Noord-Italië zijn drie van vier gezinsleden besmet geraakt met het coronavirus. De klachten bleven beperkt tot hoesten, keelpijn en korte tijd koorts. Van de GGD moesten ze binnen blijven. Dat het gezin in thuisisolatie zat, bleef in de buurt niet onopgemerkt. Een vriendin van de vrouw deed de boodschappen en de mensen uit de straat hingen elke dag een tas aan de deur met daarin een tijdschrift, iets te kleuren voor de kinderen of iets lekkers. Voor het gezin waren de reacties in veel gevallen hartverwarmend, al waren er ook mensen die langsliepen en wat angstig naar binnen keken. Het kiepraam bij de keuken speelde bij dit gezin, zeiden ze, een belangrijke rol om de thuisisolatie draaglijk te maken. Ze deden het raam een stukje open en zo konden ze even kort contact hebben met mensen uit de buurt of vriendjes van de kinderen. Dat heeft hun er wel doorheen geholpen, vertelden ze aan de NOS journalist. Ze blijven zich aan de maatregelen houden ondanks dat ze genezen zijn, maar ze hopen nu terug te kunnen doen, wat andere mensen in de afgelopen periode voor hen hebben gedaan.

- Wat bedoelt Jezus als Hij zegt dat Hij gekomen is om Wet en Profeten te vervullen? Volgens de joodse traditie heeft God zich geopenbaard in de schepping en in de manier waarop Hij met zijn volk in de loop van de geschiedenis is omgegaan. Dat alles werd neergeschreven in wat de joden 'de Thora' noemen, en wat voor ons de eerste vijf boeken van het Oude/Eerste Testament zijn. Het auteurschap van die vijf boeken wordt aan Mozes toegeschreven, de grootste profeet die de joodse traditie kent. Dat hebreeuwse woord 'Thora' wordt gewoonlijk vertaald door 'de Wet'. In onze oren heeft 'wet' een juridische klank: spelregels waaraan iedereen zich te houden heeft op straffe van. Die juridische dimensie zit niet in het oorspronkelijke woord 'Thora'. We kunnen dus beter spreken van 'richtsnoer', van 'aanwijzing': in de verhalen over de schepping en over de manier waarop God en zijn volk destijds in goede en kwade dagen met elkaar omgingen, vindt de gelovige Jood aanwijzingen hoe God wenst dat mensen nu met God en met hun medemensen omgaan.
Profeten waren religieuze voormannen die in latere eeuwen de Thora interpreteerden en aan het joodse volk duidelijk maakten hoe het te leven had om God welgevallig te zijn. Ze leverden ook kritiek op wie zomaar zijn eigen gangetje ging. In de loop van de geschiedenis zijn toespraken van bepaalde profeten - Jesaja, Jeremia, Amos, Sefanja bijvoorbeeld - te boek gesteld. Een aantal daarvan zijn bewaard gebleven en werden ook opgenomen in ons Oude/Eerste Testament. Profetische geschriften zijn in de joodse traditie dus een nadere toelichting, een eigentijdse actualisering van de 'Thora'.
Wanneer Jezus dus zegt dat Hij niet gekomen is om Wet en Profeten af te schaffen, dan geeft Hij daarmee te kennen dat Hij trouw is aan de joodse traditie, aan zijn eigen religieus verleden, aan het geloof van de voorvaderen. Hij onderschrijft 'Wet en Profeten' tot de laatste komma (v.18) en komt die vervullen. Wat betekent dat laatste?
Voor Hem is ware gerechtigheid: ten volle aan het licht brengen van wat de Thora en de profetische geschriften beogen: harmonie tussen de mens en God, en tussen mensen onderling. ‘Harmonie’ is meer dan 'zich houden aan de spelregels'. Het betekent ook: je hart op de juiste plaats dragen, mensvriendelijke en godvriendelijke ingesteldheid.
"Ik ben niet gekomen om Wet en Profeten af te breken maar om ze te vervullen." Jezus komt Gods plan met de mens - in ere herstellen. Hij wil mensen bevrijden uit het karkas van het legalisme, de schijn van heiligheid doorprikken, aangeven hoe we de wereld mensvriendelijker, leefbaarder, warmer kunnen maken. Hem maken zoals God hem heeft gedroomd. Wie zich inzet om Gods droom waar te maken is een heilig mens. Heiligheid heeft alles met mensvriendelijkheid, leefbaarheid en warmte te maken.

Die warmte en mensvriendelijkheid door hun buren heeft ook bovengenoemd gezin beleefd die met het coronavirus besmet geraakt was. Die warmte en mensvriendelijkheid willen zij ook doorgeven. Ieder die de weg van Jezus volgt kan en is gevraagd de warmte en mensvriendelijkheid te delen. Voor ons in de parochie een kans om voor ieder voor wie we er op en of andere manier kunnen zijn in deze coronatijd om dat daadwerkelijk te doen.

GEBED

Barmhartige en eeuwige God,
medemensen houden van ons,
geloven in ons,
vertrouwen ons.
Dat geloof, die hoop en die liefde
openen voor ons de weg naar een ontmoeting met U.
In die medemensen herkennen we immers uw gelaat.
We hopen en bidden
dat we in deze tijd van coronavirus U steeds mogen herkennen
in de mensen die in nood zijn,
en dat Gij ook herkenbaar zijt in ons,
in onze gemeenschap, in uw Kerk,
dat vragen wij U in Jezus naam. Amen.


terug naar boven

terug naar boven

dinsdag 17 maart 2020 - Wim Vroom

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Matteüs (18, 21-35) aan:

“Daarop kwam Petrus bij Jezus staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven. Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’”

We leven in een aparte tijd. Dat roept een bijzondere spanning op, in onszelf, maar ook in de manier waarop we met andere mensen omgaan. Wat ons precies rond het corona-virus boven ons hoofd hangt, dat weten we niet. Kunnen we de deur nog wel uit? wat kunnen we wel en niet doen? We lopen allemaal met vragen rond en dat roept allerlei gedachten en emoties op. Ook heeft het invloed op de manier waarop wij met elkaar omgaan. Het kan irritatie oproepen, omdat we allemaal verschillend reageren. Het kan irriteren, zeker als we thuis meer dan normaal op elkaar lip zitten. Omdat we bijvoorbeeld meer thuis werken, omdat de (klein)kinderen de hele dag rondlopen en zich vervelen, omdat we eigenlijk hopen dat iemand langs komt maar die ander durft het toch niet aan, omdat iemand in de winkel toch wel erg dicht bij je komt staan, omdat...
Welke houding neem je dan aan en wat reken je anderen dan aan? Toch wel een belangrijke vraag in deze dagen. Nu kan je niemand opdragen om een ander vergeving te schenken. Maar Jezus roept in het evangelie Petrus, en dus ook ons, op om mild met elkaar om te gaan. Ook voor Jezus zal die levenshouding niet gemakkelijk geweest zijn. Want Hij zegt die woorden terwijl hij zelf net op weg gaat naar Jeruzalem, zijn eigen dood tegemoet. Ook dat zal spanning bij Hem opgeroepen hebben, denk ik zo. Vergeving: niet 7 keer, al is dat al heel vaak, maar 70 maal 7 keer. Oneindig vergeven, zegt Jezus er eigenlijk mee.
‘Hoe vaak moet ik mijn broeder of zuster vergeving schenken?’ In een onzekere situatie, waarvan we nog totaal niet weten wat ons nog te wachten staat, is het zeker een vraag om nog eens goed bij stil te staan!

GEBED
God van liefde,
wereldwijd worden we getroffen
door het rondgaan van het Corona-virus.
Dat brengt veel onzekerheid en spanning met zich mee.
Schenk ons de kracht en de moed
om, ondanks alles,
open te blijven staan voor anderen.
Om mild te zijn naar elkaar,
om elkaar vergeving te schenken waar we tekort schieten,
om elkaar niet te laten vallen.
Dat wij betrokken blijven op elkaar.
Geef ons daartoe een hart van vergeving en mildheid,
zoals Jezus het ons heeft voorgeleefd.
Dat bidden wij U in verbondenheid met diezelfde Jezus,
die is uw Zoon en onze Heer.
AMEN



terug naar boven

 
© 2012 Franciscus en Clara parochie