Welkom op de website van Parochie Verband IJsselvallei
 
Epe Vaassen De Vecht Twello Bussloo Klarenbeek Loenen - Eerbeek Home
 
 


Uit de geschiedenis

De komst van het christendom en de Reformatie

De Oost Veluwe, evenals de Oostzijde van de IJssel, bewoond door Saksische stammen, heeft betrekkelijk laat het christendom leren kennen. De Frankische predikers hadden in West Nederland wel succes (Willebrord ± 700), maar bij de Saksische bewoners ondervonden de Franken grote weerstand.
De vanuit Engeland en Ierland komende Angelsaksische predikers hadden echter wat meer succes, vooral door de grote overeenkomst in taal.
Voor onze omgeving is St. Lebuinus van belang geweest. Hij kwam vanuit Engeland en trok naar de IJssel Hij stichtte hij in 756 te Wilp een kapel en later in Deventer een kerk.
Door een schenking van Burnhold in 892 aan het klooster Lauresham in Hessen (Duitsland) van o.a.een kapel en een hoeve in de Mark Vasna (Vaassen), weten wij, dat er in 892 in Vaassen een kapel stond.
Hieruit blijkt, dat ook in onze streek in die tijd het christendom is doorgedrongen en er kapellen gebouwd zijn. Zo ook in Epe. Zeker weten doen wij dit echter niet.
De oudste delen (het onderstuk van de toren) van de huidige dorps of Grote Kerk zijn gebouwd tussen 1125 en 1150. Voordat men in die tijd overging tot het bouwen van een dergelijke grote stenen toren en kerk, moet er wel een houten kerk gestaan hebben, bijna zeker op de zelfde plaats.
Omstreeks 1150 bezit Epe dus een stenen parochiekerk. Deze was toegewijd aan de H. Martinus, de Franse bisschop van Tours. Bij deze parochiekerk behoorden een vijftal kapellen in de omliggende dorpen.
De bewoners van deze dorpen waren verplicht enkele malen per jaar de kerkvergaderingen te Epe bij te wonen en moesten helpen bij de bouw en onderhoud van kerk en kerkhof aldaar.
Maar door de grote toename van de Katholieke bevolking ontsloeg Goedefridus, Bisschop van Utrecht. in 1176 d.m.v. een acte de bewoners van Gaedsbergh, Herghe en Vorichten van de bovengenoemde verplichtingen. Gaedsbergh (Hattem) en Herghe (Heerde)werden zelfstandige parochies en Vorichten(Vorchten) komt onder de kerk van Herghe. Epe bleef de "moederkerk" voor Fassen(Vaassen) en Unen (Oene).
Deze acte is het eerste tot nu toe bekende geschreven document waarin Epe wordt genoemd.
De bijkerken van Fassen en Unen werden rond 1250 tot zelfstandige parochies verheven.
Epe was in de middeleeuwen een bloeiende parochie. Verschillende pastoors van Epe waren tevens deken van de Veluwe (b.v. pastoor Johannes van Heukelum en Gerardus van Leesten). Pastoor Johannes ten Holten werd bijgestaan door één, waarschijnlijk zelfs door twee kapelaans.
De zestiende eeuw werd een tijd van grote veranderingen. Door de reformatie ging de geloofseenheid verloren. In 1583 gaf het Hof van Gelre een ordonnantie uit, waarin het verboden werd in de kerken nog langer missen te lezen. Ook werd verplicht om de reformatorische regelen in acht te nemen. De kerken werden onteigend, de altaren afgebroken en de heiligenbeelden en wijwatervaten verwijderd.
In het jaar 1592 komt dan de oud - pastoor van Wilp, Ludolphus Pieck, als predikant naar Epe.
Hij heeft op 14 November 1592 op de Classisvergadering verklaard "sich conform te holden en te dragen". Maar hij blijft steeds weifelen tussen de oude en de nieuwe godsdienst. In 1593 werd hij gesuspendeerd door de Gelderse Synode! Hij bleef weg van de Classis te Harderwijk. Het verschijnen op de Classisvergadering was altijd de eerste stap tot overgang.
Eveneens kwam hij niet op de vergadering in 1596. In 1597 op de vergadering "Classis Elburg" was Ludolphus Pieck nog in Epe.
In 1598 op de Classis te Putten wilde hij zich nog niet onderwerpen. Hij verklaarde toen, dat hij de leer van de protestantse catechismus niet voor “schriftmatich” hield en ontkende tevens dat hij deze in 1592 had aangenomen. Zijn straf volgde.
Hij werd 10 mei 1598 afgezet met toekenning van alimentatie of wat levensonderhoud. Katholiek Epe had geen pastoor en geen kerk meer.

Van de reformatie tot 1903

Ondanks de vervolgingen en de strenge straffen verdween het Katholicisme op de Veluwe niet geheel. Het trouw blijven aan de Katholieke godsdienst van enkele adellijke families heeft hier veel toe bijgedragen.Soms waagde een getrouw gebleven priester in het geheim deze streek te bezoeken, om 's nachts in een afgelegen schuur aan enkele gelovigen de H. Sacramenten toe te dienen. Een aan de vervolging ontkomen priester vond op het kasteel Swanenburg te Vorchten een gastvrij onderdak. De eigenaar gaf toestemming om een vertrek tot kapel in te richten en zo kregen de Katholieken van Epe en Heerde de gelegenheid de H. Mis bij te wonen.

De verre afstand en de zeer slechte wegen maakten het bezoek voor de Epenaren bijna onmogelijk. Geen wonder, dat er velen overgingen tot de Protestantse leer. Omstreeks 1700 kwam ook het kasteel Swanenburg door vererving in handen van een Protestant en konden er geen diensten meer worden gehouden
De heer van het Vaassense kasteel "Cannenburgh" van Isendoorn a Blois nam nu de bescherming over van het kleine aantal Katholieken. Hij stelde een kamer beschikbaar van een aan hem toebehorende boerderij te Vemde (tussen Epe en Heerde) en liet deze inrichten als schuilkerk.
Tijdens de Franse overheersing (1795-1813) kregen de Katholieken meer godsdienstvrijheid, de plakkaten werden opgegeven en enkele kerken teruggegeven. Zoals de meeste kerken op de Veluwe bleef ook de kerk van Epe in het bezit van de Protestanten.
In Vaassen, waar veel meer Katholieken woonden, werd weer een Katholieke gemeente gevestigd en ook Epe en Heerde vielen daaronder. Aan de pastoor van Vaassen werd de verplichting opgelegd om minstens om de andere zondag een H. Mis op te dragen in de schuilkerk te Vemde. In Heerde woonden praktisch geen Katholieken meer.

De pastoor van Vaassen wist in 1805 van de heer van de "Cannenburgh" gedaan te krijgen om de schuilkerk te Vemde te verplaatsen naar Epe, in een boerderij schuin tegenover onze tegenwoordige kerk.
Vaassen kreeg in 1829 een nieuwe kerk. In 1842 werd de pastoor bijgestaan door een kapelaan en deze kreeg de opdracht om in de huiskerk te Epe op de zon- en feestdagen twee H. Missen op te dragen en wekelijks ten minste een H. Mis.
De boerderij, waarin de huiskerk was gevestigd, raakte echter in verval en moest worden afgebroken. Men trachtte nu te komen tot de bouw van een eigen kerkje. In overleg met de pastoor van Vaassen vormden A.van den Beldt, A. Koekkoek en F.van Overbeek een commissie. Lijsten werden ter intekening aangeboden, ook Protestanten deden mee, maar men kwam niet verder dan f 1250,-.
Na veel moeilijkheden droeg het Rijk f 3000,-- bij. Baron d'Isendoorn a Blois heer van de “Cannenburgh” schonk een som geld en tevens een "stuk bouland”.
Op 25 november 1847 volgde de aanbesteding van de "Waterstaatskerk" (zo genoemd, omdat het Ministerie van Waterstaat de subsidie en bouw moest goedkeuren) .
Op de plaats van de afgebroken boerderij werd op 18 oktober 1848 de eenvoudige bijkerk van Vaassen ingezegend en onder bescherming gesteld van de H. Martinus. Na 250 jaar hadden de Katholieken van Epe weer een eigen, zij het zeer bescheiden, kerkje.
Te paard of per koets kwam de pastoor of de kapelaan naar Epe om de H. Mis op te dragen. Dit is zo door blijven gaan tot 1903.
De Katholieken van Epe hadden nu wel een eigen kerkje, maar voor doop, huwelijk en begrafenis moest men nog steeds naar Vaassen. Geen wonder, dat onder de parochianen het verlangen leefde om te komen tot een zelfstandige parochie. Vooral de heren H. Bourgonje en W.J. Meulenkamp spanden zich daarvoor bijzonder in. Na overleg met Pastoor Wolf uit Vaassen, besloot men te gaan praten met de Aartsbisschop Mgr.Van de Wetering. Monseigneur had veel bezwaren, maar de financiën waren wel het grootste struikelblok. Epe telde te weinig Katholieken om dat te kunnen opbrengen, tenzij er een Pastoor te vinden zou zijn die over voldoende geldmiddelen beschikte om in zijn eigen onderhoud te kunnen voorzien.
Beide heren lieten de moed echter niet zakken. Zij kwamen in contact met kapelaan Bianchi in Vinkeveen.
Bij kapelaan Bianchi was n.l. een stil verlangen om zelfstandig een parochie te mogen stichten en het is merkwaardig, zoals hij meermalen vertelde, dat de Veluwe - reeds toen hij nog studeerde te Rijsenburg - hem bijzonder aantrok. Hij voelde er veel voor om op de Veluwe verloren terrein terug te winnen, dat tijdens en na de Reformatie was verloren gegaan.
na vele onderhandelingen met Utrecht, verkreeg men eindelijk toestemming en werd Kapelaan Bianchi benoemd tot Pastoor van Epe en opvolger van de laatste Pastoor tijdens de Reformatie, Ludolphus Pieck. Epe had na 305 jaar weer een eigen pastoor.
Mgr.van de Wetering schreef op 16 juni 1903 aan de katholieken van Epe :
"Overwegende dat het voor het zielenheil der geloovigen van Epe wenschelijk is, dat aldaar een nieuwe zelfstandige kerkelijke parochie wordt, opgericht, hebben Wij, met naleving der kerkelijke voorschriften besloten, gelijk Wij doen bij deze, tot oprichting eener Parochie te Epe over te gaan.....".,
In het schrijven werd verder aangegeven: de parochie komt onder de bescherming van de H. Martinus, de grensbeschrijving van de parochie en het besluit dit schrijven op zondag 21 juni 1903 van de preekstoel voor te lezen.
Voor f 5000,-- kocht men een groot herenhuis - op de plaats waar nu “De Middenstip” staat - dat moest dienen als Pastorie. Het kerkbestuur van Vaassen droeg f 3000,- bij, de rest verkreeg men uit giften.
Pastoor Bianchi werd op donderdag 18 juni 1903 's avonds om 6 uur van het station te Epe afgehaald en op 19 juni droeg hij de eerste plechtige H. Mis op in aanwezigheid van zijn nieuwe parochianen. Pastoor Wolf uit Vaassen verleende assistentie als diaken en sprak tevens tot de Epenaren een woord van afscheid. Het kerkje was bij deze gelegenheid overvol, ook veel niet-katholieken waren aanwezig, die zich mede verheugden dat het doel was bereikt: Epe weer een zelfstandige parochie. Een geweldige feestdag.
Als eerste kerkmeesters werden benoemd de heren J.v.d. Beld en W. Logen, terwijl W. Gilles als koster werd aangesteld. Op verzoek van het kerkbestuur verleende de Gemeente medewerking voor het aanleggen van een eigen begraafplaats, zodat men voor een begrafenis niet meer naar Vaassen hoefde.
In 1904 bepaalde de Aartsbisschop dat de legerplaats Oldenbroek tot de parochie Epe behoorde. Dit bracht veel zorg en werk mee en in 1954 werd Oldenbroek weer gescheiden van Epe.
Gilles, de koster, die zich als goochelaar uitgaf onder de prachtige naam van "Professor Guilliaume Williams" nam in 1911 ontslag wegens "te weinig verdienste" en men besloot voorlopig geen nieuwe koster aan te stellen.
Pastoor Bianchi vierde op 15 augustus 1912 zijn zilveren priesterfeest.
De Pastoor had vele idealen. Zo kocht hij uit eigen middelen het huis met omliggend terrein naast de pastorie. Zijn bedoeling was tot oprichting te komen van een gesticht met een bewaar- en naaischool geleid door enkele zusters. Helaas moest hij in de vergadering van oktober 1913 verklaren, dat dit plan tot zijn grote spijt niet kon doorgaan.
Vervolgens gingen zijn gedachten uit naar het bouwen van een nieuw kerk en pastorie. Hij legde het plan aan de kerkmeesters voor, die grote bezwaren maakten in verband met de middelen een kerk en pastorie zou laten bouwen en dat zij zich geen zorgen behoefden te maken over de financiën.
Op de plaats van onze tegenwoordige kerk werd op 7 mei 1914 door de Deken van Deventer de eerste steen gelegd van de nieuwe kerk met pastorie en op 11 november, op de feestdag van St. Martinus, werd in het hulpkerkje voor het laatst een gezongen H. Mis met Te Deum opgedragen, bijgewoond door vele parochianen.
Mgr. v.d. Wetering kwam op 12 november de nieuwe kerk consacreren. 's Avonds om 6 uur volgde onder klokgelui en in processie de plechtige overbrenging van het Allerheiligst Sacrament van de
oude naar de nieuwe kerk.
Teleurstellingen en tegenslagen deden hen besluiten de bisschop te verzoeken om in aanmerking te mogen komen voor een andere parochie. Het was voor hem een groot offer zijn levenswerk zo te moeten afsluiten. Spoediger dan hij had verwacht werd hem een andere parochie aangeboden, Schalkhaar bij Deventer. Op 5 maart 1920 vertrok hij naar Schalkhaar bij Deventer en in december van dat zelfde jaar overleed hij na een kortstondige ziekte op 59-jarige leeftijd.
Bijna 17 jaar was hij Pastoor van Epe geweest. Met groot enthousiasme was hij zijn werk begonnen, alles had hij er voor overgehad. De parochie mag hem wel eeuwig dankbaar zijn!

terug naar boven

terug naar boven

 
© 2012 Franciscus en Clara parochie