Welkom op de website van Parochie Verband IJsselvallei
 
Epe Vaassen De Vecht Twello Bussloo Klarenbeek Loenen - Eerbeek Home
 
 


De geschiedenis

kerkgeschiedenis
Geschiedenis R.K. Kerk Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming:

Zo'n 200 jaar geleden bestond het dorp Klarenbeek nog niet en was er dus geen kerspel zoals bijvoorbeeld Wilp, Voorst, Terwolde of Nijbroek. Wat nu het kerkdorp Klarenbeek is, was toen een ruige wildernis. Het heeft, naar oudheidkundige begrippen, niet zo'n oude geschiedenis. Het is het jongste dorp in de gemeente Voorst. Vanaf 1 juli 1848 wordt Klarenbeek als een echt gelijkwaardig dorp in de gemeente Voorst erkend. Klarenbeek heeft zich eigenlijk ontwikkeld rond de kopermolen van Krepel. Johannes Richard Krepel (*06-10-1793 26-05-1865) was van geboorte Oostenrijker en afkomstig uit St. Wolfgang in het Salzkammergut, waar hij de naam Gröbell had. Hij kwam naar Nederland en vestigde zich in Klarenbeek, waar hij meesterknecht werd bij de kopermolen van Pluim. Hij heeft na een aantal jaren het bedrijf overgenomen en ontwikkelde het. Het koperpletbedrijf werd later omgebouwd tot een sigarenkistenfabriek en weer later tot een deurenfabriek. Zeven generaties Krepel hebben tot op heden het bedrijf geleid.
Voor hun kerkelijk leven moest het overwegend katholieke deel van de bevolking van Klarenbeek voor 1847 naar een schuurkerkje in Eerbeek, naar kasteel De Horst in Loenen of naar Bussloo. Krepel klaagde als kerkmeester dat de Rooms-katholieke bewoners: geene andere plaatsen hebben om hunne godsdienst te verrigten als in veestallen of schuren, waarin by den winter 't vee geplaatst is.
In oktober 1846 schreef Johannes Richard Krepel onderstaande brief aan Koning Willem ll: Ondergetekende, J.R. Krepel, ridder der orde van de Nederlandse Leeuw, fabrikant van de kopermolen in Klarenbeek onder Voorst, neemt de Eerbiedige vrijheid een oodmoedig verzoek aan Uwer Majesteits Troon te brengen, teneinde magtiging te verwerven om in Klarenbeek uit eigen fondsen een gebouw daar te stellen, waarin de Katholijken, die mijn fabriek omringen, openbare godsdienst mogen houden. De redenen hiertoe zijn allergewichtigst Ondertekend door Uw getrouwe onderdaan op 15 oktober 1846. Enige tijd later werd toestemming verleend tot het bouwen van een kerk op eigen kosten. Deze kerk moest worden gebouwd volgens de voorschriften (beperkingen) van het Ministerie van Rijkswaterstaat en werd evenals de R.K. kerk in Bussloo een Waterstaatskerk genoemd.
Na de verkregen machtiging gaf Krepel opdracht tot de bouw van de kerk, die hijzelf bekostigde. De bouwkosten bedroegen hfl. 68300,- Hoewel Krepel de grootste weldoener was, mag de familie Klumper als de één na grootste weldoener eveneens worden vermeld. Tien jaar later, op 20 augustus 1857, werd de kerk met toren door de heer Krepel om niet aan de nieuwe parochie geschonken en een paar maanden later op 24 december 1857 werden het kerkhof en de parochie (met stoffering en meubels) door de heer Krepel aan het parochiebestuur overgedragen tegen betaling van hfl. 600,- en tegen het genot van twee altijd durende privilegiën te weten:
1. Ten eeuwigen dage het gebruik van de eerste twee banken in de kerk door de familie.
2. Het recht op een stuk grond op het kerkhof om een eigen begraafplaats in te richten.
In 1909 werd de kerk uitgebreid. De altaartombe voor n van de zijaltaren (Maria-altaar) werd geschonken door het echtpaar Pijnappel-Mensink ter gelegenheid van hun 25-jarig huwelijk. In 1916 schonk de heer H. Klumper ter gelegenheid van zijn 25 jaar kerkmeester zijn het St. Jozefaltaar, vervaardigd van zandsteen en marmeren kolommen en geleverd door L. te Riele uit Deventer.
De parochie breidde zich in de loop der decennia uit en er ontstond behoefte aan een grotere kerk. De voorschriften voor de bouw van een Waterstaatskerk waren inmiddels van de baan en er kon in 1924 een begin worden gemaakt met de bouw van een nieuwe, de huidige kerk. In dat jaar, op 29 februari, kwam er een nieuwe pastoor, Johannes Gerardus Gasman en deze werd de bouwpastoor voor de nieuwe kerk. Het zou nog jaren duren voordat de financiën voor de bouw rond zouden zijn. Het ontwerp voor deze kerk is gemaakt door de architect Clemens Hardeman uit Oldenzaal en is uitgevoerd door de gebroeders Brok en Kerkhof uit Enter. De eerste steen voor deze kerk werd op 9 oktober 1929 gelegd. Op deze steen staat vermeld: PLP (Primus Lapis Positus, hetgeen betekent: de eerste steen is gelegd). De plechtigheid werd verricht door Deken Van Elmpt uit Zutphen. Door de Deken werd een oorkonde voorgelezen en daarna ingemetseld.
In 1930 was de kerk, die evenals de oude kerk Maria ten Hemelopneming werd genoemd, gereed. Op 9 juli 1930 vond de consecratie van de kerk plaats door aartsbisschop Mgr. J.H.G. Jansen. Na de ingebruikname van de nieuwe kerk is de oude kerk van zijn toren ontdaan en heeft nog jaren dienst gedaan als parochiehuis. In 1971 is deze afgebroken en behalve interieurobjecten is er niets van de kerk bewaard gebleven. Het oude memoriebord zoals dit boven de toegangsdeur van de oude kerk was aangebracht, is niet meer geplaatst en is weer teruggegeven aan de schenker, de familie Krepel, die het thans bewaart en koestert. Hopelijk wordt het nog eens geplaatst op de plaats, waar het historisch gezien hoort: boven de ingang van de kerk. Wanneer we de kerk binnengaan wordt de aandacht direct gevestigd op het centrale altaar met de afbeeldingen van Mattheüs. Marcus, Lucas en Johannes. Uit de oude kerk zijn de klok met uurwerk en de twee luidklokken in 1930 overgebracht naar de nieuwe kerk. Een derde luidklok werd door de parochie aangeboden aan pastoor Niesink ter gelegenheid van zijn 25-jarig priesterschap. De kerk heeft een orgel, maar geen monumentaal orgel.
Tekst overgenomen uit Open monumentendag 2005.

terug naar boven

 
© 2012 Franciscus en Clara parochie